Menu

Het Europees gemeenschappelijk landbouwbeleid na 2020

Terug naar Onderwerp

Situering

In 2018 trapte toenmalig Europees commissaris voor Landbouw Phil Hogan het wetgevend proces op gang, dat moet leiden tot een nieuw GLB na 2020. Hij deed dat aan de hand van de eerste wetgevende voorstellen. Eerder in 2017 gaf hij de krijtlijnen van zijn beleid al mee in ‘De toekomst van voeding en landbouw’, dat beschrijft waarop het GLB voor de Commissie Juncker, waar Hogan deel van uitmaakte, moet inzetten.

Op dit moment is het wetgevend proces nog volop bezig. Zowel het Europees Parlement als de Europese Raad moeten nog formeel standpunt innemen. De beschrijving hieronder is dus niet definitief en zal bij een besluit geüpdatet worden.

De opbouw

Hoewel pijler 1 met de rechtstreekse steun en pijler 2 met het plattelandsbeleid overeind blijven, worden ze samengebracht in één voorstel van verordening. Ook wat de maatregelen betreft, blijft een groot deel status quo. Maar de lidstaten krijgen volgens de voorstellen wel heel wat vrijheid om de middelen over de verschillende pijlers en instrumenten te spreiden. De modulatie (verschuiving) tussen pijler 1 en pijler 2 kan oplopen tot 15%, met bijkomende mogelijkheden om te moduleren als die extra middelen specifiek worden ingezet op milieu- en klimaatuitdagingen.

De Europese Unie bepaalt louter het brede kader in termen van doelen, instrumenten en financiering en ziet toe op de eerlijke concurrentie en resultaatgerichtheid. Hieronder vind je een korte beschrijving van de verschillende maatregelen uit de toolbox waarmee de lidstaten straks aan de slag moeten om hun Strategisch Plan GLB vorm te geven. Met de verschillende maatregelen uit de toolbox moeten ze werken rond 9 specifieke doelstellingen:

  • Ondersteuning van leefbare landbouwinkomens en de weerbaarheid doorheen de Europese Unie ter ondersteuning van de voedselzekerheid;
  • Verbeteren van de concurrentiekracht en de marktgerichtheid;
  • Versterking van de positie van de boer in de keten;
  • Bijdragen aan het beheersen van en aanpassen aan de klimaatverandering, evenals bijdragen aan duurzame energie;
  • Duurzame ontwikkeling en efficiënt gebruik van natuurlijke hulpbronnen zoals water, bodem en lucht;
  • Bijdragen aan de bescherming van de biodiversiteit, versterken van ecosysteemdiensten en behouden van habitats en landschappen;
  • Aantrekken van jonge boeren en faciliteren van bedrijfsontwikkeling;
  • Promoten van tewerkstelling, groei, sociale inclusie en lokale ontwikkeling in plattelandsgebieden, inclusief bio-economie en duurzame bosbouw;
  • Beantwoorden van maatschappelijke verwachtingen rond voeding en gezondheid, duurzame voeding, voedselverlies en dierenwelzijn.

Binnen de toolbox vinden we vier vakken: rechtstreekse steun, randvoorwaarden en advisering, sectorspecifieke maatregelen en instrumenten uit het plattelandsbeleid.

a) Rechtstreekse steun

 

De bouwblokken die ook in het GLB 2014-2020 in de rechtstreekse steun werden ingebouwd, blijven eigenlijk overeind. Rechtstreekse betalingen worden volgens de voorstellen verlaagd vanaf 60.000 euro en worden afgetopt tot 100.000 euro per bedrijf. Volgens de eerste standpunten in Parlement en Raad, kan dit nog worden bijgesteld. De (eigen) loonkosten zouden wel in mindering gebracht mogen worden.

De definitie ‘actieve boer’ mag door de lidstaat uitgewerkt worden, maar moet natuurlijk de zegen krijgen van de Europese Commissie. Niets lijkt erop te wijzen dat dit makkelijker zal worden dan in de huidige periode. De definitie blijft een kernpunt in het GLB, maar veel hangt af van de kapstokken die in de definitieve verordening ter beschikking zullen worden gesteld.

Met de inkanteling van de vergroening in de randvoorwaarden wordt de basisbetaling omgedoopt tot basisinkomenssteun voor duurzaamheid. Finaal komt dit neer op meer inspanningen voor minder noodzakelijke inkomenssteun. Het basisprincipe is dat elke subsidiabele hectare dezelfde hectarepremie ontvangt. Maar Vlaanderen kan beslissen verder te werken op basis van de betalingsrechten. Daarnaast moet de herverdeling tussen hogere en lagere betalingsrechten verder worden gezet, maar een vaste hectarepremie hoeft niet de finaliteit te zijn. Zo blijft het ‘Iers model’ dat we in vorige hervorming mee wisten te realiseren overeind.

Hoe dan ook moet een herverdeling van de rechtstreekse steun tussen grote en kleine boeren – in termen van areaal – doorgevoerd worden onder de vorm van een aanvullende, herverdelende inkomenssteun voor duurzaamheid. Al stelt zich de vraag hoe relevant dit is in een Vlaamse context. Dit herverdelingsmechanisme kan vrij worden ingevuld.

In opvolging van de huidige vergroening, moeten lidstaten vrijwillige ecoregelingen uitwerken. Vergelijkbaar met agro-milieumaatregelen onder pijler 2, maar eenjarig en met de mogelijkheid om meer stimulerend te vergoeden. De vergroeningsmaatregelen (gewasdiversificatie, behoud van blijvend grasland, en aanleg van ecologisch aandachtsgebied) uit de periode 2014-2020 worden opgenomen in de randvoorwaarden en zullen dus verplicht worden.

De aanvullende inkomenssteun voor jonge boeren blijft behouden maar wordt vrijwillig. Met dien verstande dat lidstaten verplicht zijn minstens een vooraf bepaald aandeel aan de doelstelling ‘aantrekken van jonge boeren en faciliteren van bedrijfsontwikkeling’ te besteden, maar dus niet noodzakelijk als hectaresteun. Een combinatie van maatregelen uit het plattelandsbeleid gericht op jonge boeren en hun bedrijfsontwikkeling kan ook. Zo kan samenwerking tussen uittredende boeren en jonge starters bijkomend ondersteund worden.

Ook de mogelijkheid om gekoppelde steun te voorzien wordt als optie behouden. Het aandeel gekoppelde steun wordt beperkt tot 10% van de totale rechtstreekse steun, waar Vlaanderen vandaag 10% voor de zoogkoeienpremie en 1% voor de kalverpremie voorziet. Wat verder geen enkele garantie biedt op de continuïteit van de zoogkoeienpremie. In het Vlaams regeerakkoord werd reeds een uitfasering van alle gekoppelde steun opgenomen.

b) Randvoorwaarden en advisering

De huidige randvoorwaarden blijven overeind en aangevuld. De vergroening uit de huidige GLB-periode wordt namelijk ingekanteld in de randvoorwaarden om subsidiabel areaal in ‘goede landbouw- en milieuconditie’ te houden. Vlaanderen kan de onderliggende maatregelen verder specificeren binnen de grenzen die de Europese Commissie verder zal uitwerken.

Het bedrijfsadviessysteem (BAS), in Vlaanderen gekend als KRATOS, blijft behouden met bijkomend specifieke aandacht voor antibioticaresistentie duurzame bemesting, risicobeheer, innovatie en digitalisering.

c) Sectorspecifieke maatregelen

Opmerkelijk is de integratie van de GMO groenten en fruit in deze verordening. Inhoudelijk en qua ondersteuning valt weinig verandering te noteren in de GMO groenten en fruit, eerder een beperkte versterking, specifiek voor associaties en transnationale PO’s.

Structurele financiering van operationele programma’s van PO’s in andere sectoren wordt mogelijk gemaakt maar wordt budgettair sterk beperkt. Hiervoor kan maximaal 3% van de totale rechtstreekse steun gebruikt worden.

d) Plattelandsbeleid (pijler 2)

De maatregelen plattelandsbeleid komen bekend voor.

De agro-milieu-klimaatmaatregelen worden herdoopt tot milieu, klimaat en overige verbintenissen. De specifieke steun voor biolandbouw wordt geïntegreerd in deze maatregel. Deze maatregel moet verplicht opgenomen worden in het Strategisch Plan GLB. De Europese Commissie kan bijkomende vereisten inbouwen.

Investeringssteun (VLIF) als maatregel blijft behouden als optie. De concrete uitwerking gebeurt in het Strategisch Plan GLB van de lidstaat. Toewijzing van steun moet verder op basis van een call- en selectiesysteem. De Commissie kan bijkomende vereisten inbouwen.

Ook de vestigingssteun (VLIF) voor jonge boeren en starters blijft als optie overeind. Deze steun moet forfaitair zijn en beperkt tot 100.000 euro. Dit is een verhoging van het maximumbedrag t.o.v. de huidige periode. Toewijzing van steun moet verder op basis van een call- en selectiesysteem.

Risicobeheerinstrumenten kunnen verder ondersteund worden.

Verschillende vormen van samenwerking kunnen ondersteund worden. Hier wordt de bestaande steun aan Leaderprojecten, operationele groepen rond innovatiekwaliteitsschema’s en PO’s samengebracht. Maar verder wordt voorlopig veel vrijheid gelaten aan de lidstaten om elke vorm van samenwerking die bijdraagt aan de doelstellingen uit het Strategisch Plan GLB te ondersteunen. Specifiek wordt verder verwezen naar samenwerking in het kader van bedrijfsovername.

Initiatieven die de uitwisseling van kennis en informatie bevorderen, kunnen ondersteund worden. Hier wordt de bestaande ondersteuning samengebracht rond begeleiding van innovatie, advisering, opleiding …

 

De tijdlijn

De uitwerking van een veelomvattend beleid als het GLB vraagt tijd. Daarom lanceerde de Europese Commissie eind 2017 (ruim twee jaar na de start van het GLB 2014-2020) al een voorstel met de krijtlijnen voor het GLB vanaf 2020. Sindsdien zijn er besprekingen op het niveau van de Raad van de EU, het parlement, maar ook reeds op lidstaatniveau.

11 december 2017. De Europese Commissie lanceert haar communicatief voorstel voor het volgende GLB onder de noemer ‘The future of food and farming’.

2017-2018. Bespreking van communicatie Europese Commissie door Europees Parlement en Raad

1 juni 2018. De Europese Commissie stelt drie voorstellen van verordeningen voor: een aanpassing op de GMO (gemeenschappelijke marktordening), een horizontale verordening (over financiering, management en monitoring) en een verordening over de inhoud van het GLB (of hoe dit moet opgemaakt worden in de vorm van een strategisch plan).

2018-2020. Verdere besprekingen door Raad van de EU en Europees Parlement over voorstellen van verordening

26 mei 2019. Europese Parlementsverkiezingen vertragen besluitvormingsproces (naast brexit en MFK). De nieuw geïnstalleerde parlementairen in het landbouwcomité kiezen ervoor om bepaalde besluiten van de vorige mandaathouders terug open te stellen.

30 juni 2020. Informeel akkoord tussen Raad van de EU en Europees Parlement over een overgang van het GLB 2014-2020 naar het GLB na 2020. De opgestelde verordening voor de overgang tussen beiden zal 2 jaar duren, in plaats van de door de Europese Commissie voorgestelde periode van 1 jaar. Dit informeel akkoord bepaalt aldus dat het nieuwe GLB pas in 2023 zal starten en moet nog gefinaliseerd worden.

21 juli 2020. Akkoord in Europese Raad over MFK, waarin duidelijkheid gegeven wordt over de financiering van het GLB.

Najaar 2020. Plenaire stemming Europees parlement over GLB + mogelijke besluitvorming in Europese Landbouwraad. Daarna start van de trialoog.

 

 

Dit artikel is geschreven op basis van het voorstel van de Europese Commissie en de voorlopige standpuntvorming in Parlement en Raad. Een definitieve versie zal geplaatst worden wanneer het politiek proces afgerond is en er meer zekerheden zijn.

 

 

Meer informatie

Thema: