Menu

Europese instellingen en besluitvorming

Terug naar Onderwerp

Met de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS), opgericht in 1952, ging het Europese integratieproject van start. Zes stichtende landen (België, West-Duitsland, Italië, Frankrijk, Nederland en Luxemburg) richtten enkele instellingen op die zich zouden bezighouden met het beheer van kolen en staal. Na meer dan 60 jaar aan samenwerking en heel wat verdragswijzigingen is niet alleen het aantal lidstaten toegenomen maar ook de actieradius van de Europese Unie. Zo heeft Europese regelgeving een invloed op heel wat beleidsdomeinen. Hét schoolvoorbeeld van een domein waarop de Europese integratie niet is blijven stilstaan, is landbouw. Het Europese gemeenschappelijke landbouwbeleid bepaalt in grote mate hoe er vandaag in Europa aan landbouw wordt gedaan. Om invloed te kunnen uitoefenen op Europese beslissingen is het uiteraard belangrijk om te weten wie welke beslissingen neemt en op welke manier dat gebeurt. Hieronder volgt een uiteenzetting van de belangrijkste Europese instellingen en hun besluitvormingsprocedures. 

Klik op de titel van het hoofdstuk dat je wil lezen.
Het Europees Parlement
De Raad
De Europese Raad
De Europese Commissie
Het Economisch en Sociaal Comité
Besluitvorming
De uitvoering in de lidstaten


Het Europees Parlement

Het Europees Parlement wordt om de 5 jaar rechtstreeks verkozen. Het aantal parlementsleden per land wordt proportioneel bepaald op basis van het aantal inwoners. Op dit moment heeft België 21 Europarlementsleden waarvan 12 afkomstig zijn uit Vlaanderen. Elk parlementslid krijgt een budget om medewerkers aan te trekken. Het Europees Parlement wordt geleid door 1 voorzitter en 14 ondervoorzitters met een mandaat van 2,5j. Het dagelijkse parlementair werk vindt plaats in Brussel, echter wordt er 1 week per maand samengekomen in Straatsburg. 

In de loop der jaren heeft het Europees Parlement (EP) steeds aan macht gewonnen. Vandaag moet het EP instemmen met de toetreding van nieuwe lidstaten, akkoorden afsluiten met derde landen, instemmen met de aanstellen van een nieuwe Commissie en beslist zij samen met de Raad over nieuwe Europese wetten. 

Het Europees Parlement wordt onderverdeeld in verschillende fracties 

Binnen de fractie wordt één voorzitter en enkele ondervoorzitters gekozen. Elke fractie krijgt afhankelijk van het ledenaantal een bepaald bedrag voor campagnes, secretariaatswerking en het aanwerven van medewerkers. 

Fracties vergaderen meestal vlak voor de plenaire zitting om een standpunt in te nemen, zo wordt in het EP meestal gestemd volgens ideologische breuklijnen. Al bestaan er zogenaamde intergroepen van Europarlementsleden die over de fractiegrenzen heen samenwerken vanuit een bepaalde ideologie of bezorgdheid. 

De voorzitter van het Europees Parlement en de voorzitters van de fracties vormen samen de conferentie van de voorzitters. Zij komen twee keer per maand samen om de agenda op te stellen, conflicten te verzoenen en delegaties van het EP uit te sturen naar derde landen of internationale organisaties. 

Het wetgevende werk van het EP gebeurt in de verschillende commissies. Deze worden opgebouwd rond concrete beleidsdomeinen zoals landbouw en plattelandsontwikkeling en visserij. Binnen elke commissie worden één voorzitter en vier ondervoorzitters aangeduid. Daarnaast bestaat er binnen een parlementaire commissie voor elk dossier een rapporteur en enkele schaduwrapporteurs. De rapporteur is degene die gedurende het volledige wetgevingsproces de pen vasthoudt voor het Europees Parlement.. Er wordt altijd eerst gestemd binnen een commissie om pas dan over te gaan tot een plenaire stemming. Een normale parlementaire maand heeft dan ook twee weken commissievergaderingen, één week fractievergaderingen en één week plenaire zitting.

Belangrijk is dat alle functies binnen het Europees Parlement proportioneel bepaald worden volgens de meest recente verkiezingsuitslag. 

De Raad

De Raad van Ministers van de Europese Unie is formeel gezien één instelling. In de praktijk gaat het echter telkens over andere samenstellingen. Afhankelijk van het beleidsdomein komen de bevoegde nationale ministers samen. Zo bestaat er bijvoorbeeld een Raad Landbouw en Visserij waar de nationale ministers van Landbouw samenkomen. In België is hiervoor een regeling uitgewerkt waardoor ministers van gemeenschappen en gewesten ook aan bod komen. Voor landbouw is er een federale woordvoerder maar zijn het de deelstaten die aan de hand van rotatie deelnemen aan de raadsformaties. 

De belangrijkste taak van de Raad is het maken van Europese wetgeving, dit in samenwerking met het Europees Parlement. Daarnaast beslist de Raad over de begroting en sluit ze internationale overeenkomsten met andere staten of internationale organisaties. 

Elke zes maanden is er een andere lidstaat voorzitter van de Raad en alle instellingen en bijeenkomsten die daarmee gepaard gaan. Gezien de intensiteit van zo een voorzitterschap werd beslist om in trio’s te werken. Zo kunnen de twee volgende voorzittende landen het voorzitterschap ondersteunen waar nodig. Gebruikelijk is ook dat de drie opeenvolgende voorzittende landen bij aantreden een werkprogramma uitbrengen waarbij prioriteiten voor de komende 18 maanden uit de doeken worden gedaan. Elk jaar komen een zeventig-- tot tachtigtal raadsformaties bijeen. 

Wanneer de Europese Commissie een voorstel uitbrengt is het in de meeste gevallen duidelijk welke raadsformatie het voorstel opneemt. In andere gevallen werken verschillende formaties samen. In de Raad kan op drie manieren beslist worden: met gewone meerderheid, met gekwalificeerde meerderheid en met consensus. Voor dringende zaken kan de Raad ook beslissingen nemen zonder fysiek bijeen te komen, dit gebeurt dan via de schriftelijke procedure. 

De structuur van de Raad is vrij complex maar kan het best worden vergeleken met een piramide. Hierbij is het belangrijk om in achting te houden dat de bijeenkomsten van de ministers slechts het politieke topje van de ijsberg zijn en dat hier heel wat voorbereidend werk aan vooraf gaat. 

Zo is er bijvoorbeeld  COREPER, hierin zetelen de permanente vertegenwoordigers van de lidstaten. COREPER I staat in voor de technische raadsformaties, denk hierbij bijvoorbeeld aan landbouw en visserij of milieu en volksgezondheid. Het zijn de leden van COREPER I die de Raad vertegenwoordigen in het bemiddelingscomité wanneer Europese besluitvorming stroef verloopt. 

COREPER heeft als doel om de bijeenkomst van de ministers zo vlot mogelijk te laten verlopen. Daarom worden er door COREPER zogenaamde A- en B-punten geagendeerd. A-punten zijn dossiers waarover reeds consensus werd bereikt, deze kunnen dus zonder verder debat worden aangenomen door de ministers. B-punten zijn punten waarover tijdens de bijeenkomst van ministers nog een akkoord moet worden gevonden. Op haar beurt wordt COREPER I voorbereid door de mertensgroep, zij doet vooral aan agendasetting en probeert eventuele moeilijkheden op voorhand in te schatten. 

COREPER II behandelt de Raad algemene zaken, de Raad buitenlandse zaken, de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken, delen van de Raad Economische en Financiële Zaken en andere institutionele en fundamentele kwesties. COREPER II wordt voorbereid door de antici

Het echte technische werk gebeurt dan weer een niveau onder COREPER in de werkgroepen. Zo bestaat er binnen de Raad Landbouw en Visserij bijvoorbeeld een werkgroep bijenteelt en honing. Hierin zetelen permanente vertegenwoordigers van de lidstaten en hun medewerkers alsook nationale experten. Ook hier is het de bedoeling om al zo veel mogelijk de grond te effenen voor een later compromis. 

De Europese Raad

De Europese Raad, ook wel de Europese top genoemd, is formeel opgericht in 1974 en bestaat uit regeringsleiders en staatshoofden. Daarnaast nemen ook de voorzitter van de Europese Commissie, de secretaris- generaal van de Raad en de Hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandsbeleid en veiligheidszaken deel aan de Europese tops. 

De Europese Raad heeft een vaste voorzitter die om de 2,5 jaar verkozen wordt en die één keer kans maakt om zijn mandaat te verlengen met dezelfde periode. Op dit moment is Charles Michel de voorzitter van de Europese Raad. Het is zijn taak om de Europese tops te leiden en voor te bereiden. Hiervoor beschikt de voorzitter over een staf van eigen medewerkers en kan hij steeds rekenen op de hulp van de secretaris-generaal van de Raad. Een Europese top wordt meestal voorbereid door veel bilateraal overleg waarbij de voorzitter in kwestie heel wat Europese hoofdsteden afreist. 

Afhankelijk van het onderwerp wordt zo een top ook vaak voorbereid door de nationale ministers van Buitenlandse Zaken of Economie. Zij komen dan daags voor de effectieve top al eens samen om enkele gevoeligheden te bespreken. Daarnaast houden landen zelf ook coördinatievergaderingen. Denk hierbij aan de bijeenkomsten van de Benelux, Scandinavische landen of Frankrijk en Duitsland. 

De instelling heeft op papier weinig functies en beslist over het algemene beleid en de politieke prioriteiten van de EU, maar heeft geen wetgevende bevoegdheid. Ze behandelt ingewikkelde of gevoelige zaken die niet kunnen worden opgelost op een lager regeringsniveau en bepaalt daarmee het gemeenschappelijk internationaal en veiligheidsbeleid van de EU. Daarnaast nomineert en benoemt de Europese Raad kandidaten voor enkele prominente EU-functies in onder meer de Europese centrale bank en de Europese Commissie. Ook mag de Europese Raad als enige orgaan besluiten dat de EU-verdragen moeten worden herzien. De EU-leiders roepen hiervoor dan een Conventie bijeen.

Officieel komt de Europese Raad ten minste twee keer per jaar samen. In praktijk zien we echter dat dit zeker vier keer per jaar gebeurt. Eén keer in juli en december op het einde van elk voorzitterschap. Eén keer in maart, hierbij ligt de focus op economie, en één keer in het najaar waarbij voornamelijk buitenlandse politieke punten op de agenda staan. Daarnaast kan de voorzitter, indien nodig, de Europese Raad vaker laten samen te komen. Een top duurt gemiddeld twee dagen. Bij zo een Europese Raad wordt er steeds gezocht naar een consensus. Formeel gezien is het mogelijk om tot een stemming over te gaan, maar in de praktijk wordt deze methode zelden gehanteerd. Belangrijk hierbij is de band tussen de regeringsleiders en staatshoofden, hierdoor is zo Europese top uitsluitend het terrein van toppolitici.

De Europese Commissie

De Europese Commissie (EC) bestaat uit 27 Eurocommissarissen die hun ambt onafhankelijk van hun nationale regering uitvoeren. Het is de voorzitter van de EC die beslist welke Eurocommissaris welke portefeuille krijgt. 

De Europese Commissie heeft een ambtstermijn van vijf jaar en gaat van start na Europese verkiezingen. Dit omdat het gloednieuwe en rechtstreeks verkozen Europees Parlement een cruciale rol speelt in de benoeming van de Europese Commissie. De voorgedragen Eurocommissarissen worden verhoord in de bevoegde commissie van het Europees Parlement. Hierbij wordt gepeild naar het kennisniveau inzake de portuille. Het Europees Parlement heeft hierbij de macht om het volledige College van Commissarissen goed of af te keuren. 

De belangrijkste bevoegdheid van de EC is het lanceren van wetgevingsvoorstellen, zij heeft hier in principe een monopolie op. In praktijk is het mogelijk dat andere Europese instellingen of organen de Europese Commissie aansporen tot een bepaald voorstel maar de EC is niet verplicht hierop in te gaan. Daarnaast controleert de Europese Commissie of aangenomen wetgeving correct wordt toegepast en omgezet. Ook dagelijkse onderhandelingen met kandidaat-lidstaten en de vertegenwoordiging van de EU in internationale organisaties behoort tot haar takenpakket. 

Daarnaast publiceert de Europese Commissie jaarlijks enkele honderden rapporten, mededelingen of discussiedocumenten om een bepaalde sfeer te scheppen of een debat te openen. 

De Europese Commissie bestaat uit een politiek deel, de Commissaris en zijn kabinet, en een administratief deel, de directoraat-generaals (DG) en de diensten. 

Elke DG heeft betrekking op een specifiek domein en staat in voor de coördinatie van de werkzaamheden. Hiervoor wordt elke DG opgedeeld in eenheden. 

Zo wordt de DG landbouw en plattelandsontwikkeling bijvoorbeeld opgedeeld in eenheden: innovatie, plattelandsontwikkeling, duurzaamheid, .. etc.

Binnen deze eenheden werkt een ambtenaar een bepaald voorstel uit. Deze is dan gedurende de wetgevingsprocedure de rapporteur van de Europese Commissie en laat zich hiervoor begeleiden door verschillende experts. 

Een wetsvoorstel komt pas op de agenda als de bevoegde Eurocommissaris formeel heeft toegezegd. 

Belangrijk is daarnaast dat een wetsvoorstel vaak invloed heeft op verschillende domeinen, hierdoor is er geregeld overleg tussen verschillende DG’s nodig.

Het Economisch en Sociaal Comité

De Europese Unie beschikt over enkele adviesorganen. Het meest bekende is het Economisch en Sociaal Comité, ook wel het ECOSOC genoemd. Dit werd al mee opgericht met het verdrag van Rome in 1958 en was een manier om sociale en economische belangengroepen te betrekken bij Europese besluitvorming. In de eerste plaats werden daarmee werkgevers- en werknemersorganisaties bedoeld, maar er is ook ruimte voor andere belangengroepen zoals landbouwers en milieuorganisaties. Elke lidstaat heeft recht op een bepaald aantal leden beslist zelf wie daarin zetelt. Ook het ECOSOC heeft een voorzitter voor een periode van 2,5 jaar. De werking van het ECOSOC verloopt enigszins gelijkaardig met die van een parlement. Tien keer per jaar komt een plenaire zitting bijeen, hierbij worden leden verdeeld in werkgevers, werknemers en ‘anderen’. Daarnaast worden adviezen voorbereid in specifieke commissies door rapporteurs.  

Het aantal gevallen waarin een comité moet geraadpleegd worden is in de loop der jaren steeds toegenomen, daarnaast kunnen de EC, de Raad of het EP steeds advies inwinnen wanneer dit zinvol lijkt. Ten slotte kunnen comités ook op eigen initiatief advies geven wanneer zij dit nodig achten. Echter is geen van de Europese instellingen verplicht om gevolg te geven aan zo een advies. 

Besluitvorming 

Nu het duidelijk is welke verschillende instellingen de Europese Unie heeft en hoe de taakverdeling zich verhoudt, is het belangrijk om te weten hoe een Europese wet nu precies tot stand komt.

Er is enerzijds de gewone wetgevingsprocedure en anderzijds de bijzondere wetgevingsprocedure.

Gewone wetgevingsprocedure

Zoals reeds aangehaald begint het maken van een Europese wet bij het initiatief van de Europese Commissie. Daarna zijn de Raad en het Europees Parlement aan zet. Zij staan hierbij op gelijke voet. Ze kunnen elk heel wat veranderen aan het voorstel, maar uiteindelijk zullen ze allebei akkoord moeten gaan met de finale tekst van de wet. Ze krijgen maximaal drie lezingen van de tekst om tot een akkoord te komen.

Tijdens de eerste lezing in het Europees Parlement zal de betrokken commissie een standpunt formuleren met eventuele amendementen op het initiële voorstel. Hierover stemt het Parlement met volstrekte meerderheid.

In de Raad beslist de voorzitter wanneer het voorstel wordt behandeld. De Raad kan in principe al in de eerste lezing de wet goedkeuren als zij akkoord zijn met alle amendementen van het Europees Parlement. Dit kan met gekwalificeerde meerderheid. Dit gebeurt echter zelden.

Wanneer de eerste standpunten zijn ingenomen, zal de Europese Commissie hun visie op de amendementen weergeven. De maximale looptijd van het dossier na deze fase is veertien maanden.

Tijdens de tweede lezing bekijkt het Parlement het standpunt van de Raad. Indien ze het niet eens zijn, doen zij een nieuw voorstel en ligt de bal weer in het kamp van de Raad. Als deze niet akkoord gaat met het nieuwe standpunt van het Parlement dan wordt de bemiddelingsfase opgestart.

De bemiddelingsfase wordt voorafgegaan door een informele ‘trialoog’ tussen topfiguren uit de Raad, het Parlement en de Commissie. De Raad en het Parlement mogen hier elk een tiental mensen voor afvaardigen. Tegenwoordig worden trialoog-gesprekken al tijdens de tweede lezing of zelfs de eerste lezing gestart. De instellingen komen zo sneller tot een akkoord, maar dit maakt de besluitvormingsprocedure minder transparant.

In de derde lezing moeten de Raad en het Parlement de gemeenschappelijke tekst goedkeuren.

Het voorstel wordt meestal ook voorgelegd aan het Economisch en Sociaal Comité en/of het Comité van de Regio’s met de vraag voor advies. 

Bijzondere wetgevingsprocedure

Deze procedure wordt niet gedetailleerd uitgeschreven in de verdragen. Het komt er vaak op neer dat de Raad met unanimiteit moet stemmen en dat het Parlement enkel adviezen kan geven, maar niet mag meebeslissen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij wetgeving over belastingen. In sommige gevallen moet het Parlement wel expliciete goedkeuring geven ook al mogen ze niet meebeslissen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij het vastleggen van de meerjarenbegroting.

De uitvoering in de lidstaten

Een Europese wet neemt in praktijk de vorm aan van een verordening of richtlijn. Een verordening is in elke lidstaat automatisch geldig als nationale wet. Een richtlijn moet nog op nationaal niveau worden omgezet. De doelstellingen zijn voor elke lidstaat hetzelfde, maar de manier waarop een lidstaat die doelstelling bereikt, mag elke lidstaat zelf beslissen. Wanneer een lidstaat er niet in slaagt om een richtlijn tijdig of correct om te zetten kan die lidstaat op de vingers getikt worden door de Europese Commissie.

Net als nationale wetten hebben Europese verordeningen vaak uitvoeringsbesluiten nodig. De invulling van een concrete verordening gebeurt via een gedelegeerde handeling of een uitvoeringshandeling. Dit heeft betrekking op heel technische aspecten van de regelgeving. De Commissie wordt hierbij geassisteerd door een ingewikkeld kluwen van honderden comités met nationale experten, dit noemt men comitologie


VLEVA: Jouw brug naar Europa

Het Vlaams-Europees verbindingsagentschap (VLEVA) werd in 2006 opgericht als brug tussen Europa en Vlaamse lokale overheden, het middenveld en de Vlaamse overheid. Omdat Europa belangrijk is voor Vlaanderen en omdat Vlaanderen belangrijk is voor Europa.
VLEVA biedt met zijn informatieplatform en netwerk een betere toegang tot het Europese beleid aan Vlaamse overheden en het maatschappelijke middenveld. Zo kunnen de VLEVA-leden en Vlaamse overheden hun Europese belangen tijdig en geïnformeerd behartigen.
Via www.vleva.eu is VLEVA is jouw gratis wegwijzer voor vragen over Europese initiatieven en contacten, en biedt je informatie aan over Europese subsidies en jobs.
Als VLEVA-lid bepaalt Boerenbond mee welke thema’s opgevolgd worden, van monitoring tot het organiseren van infosessies. Boerenbond krijgt daarnaast toegang tot het VLEVA-netwerk van Europese experts en beleidsmakers alsook informatie over Europese subsidies op maat.

Meer informatie

Thema: