Menu

Droogte en nateelten

Terug naar Onderwerp

Wie in het kader van de verplichte vergroeningsmaatregelen in het GLB groenbedekkers moet inzaaien, houdt best rekening met de gebruiksmogelijkheden van die nateelten. Zoals voorgaande jaren is er een verplichte “minimale aanhoudperiode per landbouwstreek”, dat de groenbedekker minimaal aanwezig moet zijn.

Een groenbedekker of vanggewas mag na de uiterste datum van de minimale aanhoudingsperiode steeds geoogst, gemaaid of begraasd worden. Onder strikte voorwaarden kan een groenbedekker of vanggewas ook geoogst, gemaaid of begraasd worden tijdens de aanhoudingsperiode. Deze voorwaarden zijn de volgende:

  • de groenbedekker kan voldoende vroeg ingezaaid worden, namelijk na een vroege oogst van de hoofdteelt. Op die manier heeft de groenbedekker bij gunstige klimatologische en agronomische omstandigheden de mogelijkheid om zich voldoende te ontwikkelen;
  • na het oogsten van de groenbedekker moet er wel nog voldoende gewas aanwezig blijven (vb graszode) zodat de groenbedekker in staat blijft zijn functies te vervullen, namelijk het zorgen voor de opname van nutriĆ«nten uit het bodemprofiel en het bedekken van de bodem.

Let op, om in aanmerking te komen voor EAG-verplichtingen, moet het steeds gaan om een mengsel van grassen dat uitgezaaid wordt.

>> Lees hier meer over maatregelen rond nateelten