Menu

Vast opgestelde individuele verbrandingstoestellen in de serre: bvb warmeluchtblazers en CO2-branders

Terug naar Onderwerp

Enkel vast opgestelde individuele verbrandingstoestellen (zoals warmeluchtbranders en CO2-branders) zijn toegestaan (dus verplaatsbare toestellen zijn niet toegelaten).

De verwarmingsinstallaties moeten op een voldoende afstand van brandbare stoffen en materialen opgesteld zijn of er zodanig van afgezonderd zijn dat brandgevaar voorkomen wordt.  Warmeluchtblazers en CO2-branders hangen minstens 0,50 m onder het brandvertragend schermdoek. Daarbij wordt de opstelling zo gedaan dat de verwarmingstoestellen niet onder het samengevouwen schermdoek hangen. De afstand tot ander brandbaar materiaal bedraagt 3 meter.

De verwarmingsinstallaties met warme lucht (warmeluchtblazers) moeten aan volgende voorwaarden voldoen: de temperatuur van de lucht mag op de verdelingspunten 80 °C niet overschrijden en de eventuele aanvoerkanalen van warme lucht moeten volledig uit onbrandbare materialen vervaardigd zijn.

De afvoerkanalen bij warmeluchtblazers worden voorzien van een dubbelwandige geïsoleerde schouw als er een schermdoek voorzien wordt of als ze door plastiekfolie gaan. De dubbelwandige geïsoleerde uitvoering is minimaal verplicht vanaf 80 cm onder het schermdoek tot 80 cm boven het schermdoek en/of plastiekfolie.

De vast opgestelde individuele verbrandingstoestellen (warmeluchtblazers en CO2-branders) die vloeibare of een gasvormige brandstof gebruiken, moeten zodanig uitgerust zijn, dat de brandstoftoevoer automatisch afgesneden wordt in de volgende gevallen:

  • bij het al dan niet automatisch stilvallen van de brander;
  • van zodra de vlam toevallig uitdooft;
  • van zodra er oververhitting of overdruk in de wisselaar voorkomt;
  • in geval van onderbreking van de elektrische stroom, voor de warmtegeneratoren die vloeibare brandstoffen gebruiken.

Daarnaast worden voor deze toestellen op de toevoer minstens 2 manueel afsluitbare kranen voorzien die vlot bereikbaar zijn:

  • 1 handkraan bij de start van de hoofdleiding (zo dicht mogelijk bij tank of reservoir van vloeibare brandstoffen of bij hoofdkraan bij gasvormige brandstoffen)
  • 1 handkraan het toestel zelf

De gebruikte leidingen moeten voldoen aan de regels van goed vakmanschap!

In de lokalen die met warme lucht verwarmd worden door een generator op aardgas met rechtstreekse warmtewisseling, moet de druk van de warme lucht in de generator altijd hoger zijn dan deze van de gassen die doorheen de verbrandingskamer trekken en moet een inrichting automatisch de ventilator en de generator stilleggen in geval van abnormale stijging van de temperatuur van de warme lucht.