Menu

Andere aandachtspunten

Terug naar Onderwerp

Blustoestellen

Het beperkte risico op een snelle branduitbreiding in een tuinbouwkas, verantwoordt een aangepast aantal draagbare brandblustoestellen in tuinbouwkassen.  In de tuinbouwkassen wordt 1,5 bluseenheid per 60 meter betonpad voorzien (bvb opgesteld bij de handbrandmelders op dat betonpad) en minstens 3 bluseenheden per teeltcompartiment. Voor teeltcompartimenten < 500 m² volstaat 1 bluseenheid.

Zwavelverdampers

Indien aanwezig in de tuinbouwkas, zijn de zwavelverdampers zo gekozen en geplaatst dat het risico op het ontstaan van brand beperkt is.
Hiertoe worden zwavelverdampers gebruikt die ofwel een thermische beveiliging hebben en waarbij voorkomen wordt dat de temperatuur van 200 °C overschreden wordt ofwel  wordt de warmtebron mechanisch afgeschermd zodat de genaakbare delen nooit de temperatuur van 200 °C  overschrijden. De zelfontbrandingstemperatuur van zwavel is 235°C - 248 °C. 
De zwavelverdampers worden op een afstand van minstens 0,80 m van het schermdoek geplaatst 
De zwavelverdampers zijn aangesloten op een afzonderlijke stroombaan met automatische zekering waarop geen andere toestellen zijn aangesloten.

Insectenvangers

Insectenvangers zijn beveiligd tegen opstelling in een vochtige omgeving, minstens klasse  IPx4 of IPx5.

Batterijlaadstations

Batterijlaadstations  staan opgesteld in een voldoende geventileerde/verluchte ruimte (om explosiegevaar te voorkomen). Dit kan in een speciaal daartoe ingerichte ruimte zijn of in de serre zelf. In de zone van 1,5 meter rond de laadzone wordt brandbaar materiaal vermeden.
Bij opstelling van laders in de serre wordt een beschutting boven het laadstation geplaatst om deze te beschermen tegen vocht en andere weersinvloeden. Stopcontacten worden zo geplaatst dat ze zich buiten een zone van 0,5 m naast of boven de op te laden batterij bevinden.

Brandwerende schermdoeken

Indien aanwezig in de tuinbouwkas, moeten het brandgedrag van schermdoeken minstens voldoen aan klasse B-s1, d0 volgens NBN EN 13501-1 of voldoen aan de Nederlandse norm NTA 8825.

Stookplaatsen compartimenteren

Een stookplaats en/of warmtekrachtkoppeling zijn specifieke brandrisico’s in een tuinbouwkas.  Deze stookplaats of WKK mag niet in het kweekgedeelte van de tuinbouwkas geplaatst worden, maar bevindt zich in een afzonderlijk lokaal of gebouw.
Indien deze zich in de loods bevindt (zowel nieuwe als bestaande loods), dient deze in een afzonderlijk lokaal opgesteld te worden.  Dit lokaal moet gecompartimenteerd te zijn ten opzichte van de rest van loods met wanden die een brandweerstand hebben die minstens EI 60 bedraagt en met brandwerende zelfsluitende deuren die minstens EI1 30 hebben.  De structurele elementen die zich in dit lokaal bevinden dienen een brandweerstand die minstens R 60 hebben.

Huisvesting voor personeel compartimenteren

De lokalen voor nachtbezetting (bvb. voor de overnachting van seizoensarbeiders) mogen niet in de loods gelegen zijn, maar moeten een afzonderlijk gebouw of bouwdeel vormen.  Een nachtverblijf moet altijd gecompartimenteerd worden van de loods en/of het kweekgedeelte van de tuinbouwkas met een wand met brandweerstand EI60 (voor klasse A) of EI120 (voor klasse B of C).  De inrichting van deze nachtbezetting moet voldoen aan de basisnormen (bijlage 2/1, bijlage 3/1 en eventueel lokale voorschriften naargelang type en gemeente). Hiervoor wordt een apart advies van door de brandweer gegeven.