Menu

Afwijking over grootte van compartimenten en compartimentswand

Terug naar Onderwerp

Grootte van de compartimenten (artikel 3.2)

Door de lage brandbelasting in de serre is het mogelijk om zeer grote compartimenten te creëren, maar sommige serres zijn groter dan de maximaal toegestane oppervlakte op basis van de brandbelasting.
Deze maximale toegelaten oppervlakte wordt bepaald door de deling van 5700 GJ door de maatgevende brandbelasting. In geval van een maatgevende brandbelasting van 50 MJ/m² (= de aangenomen brandbelasting voor tomaten, aardbeien,…) is een maximale oppervlakte van 11,4 ha ofte 114 000 m² toegelaten.  

Grotere oppervlaktes zijn toegestaan op voorwaarde dat het enkel om het kweekgedeelte van de serre gaat, maar dat administratieve lokalen, loodsen en technische lokalen zoals de stookplaats of WKK een afzonderlijk brandcompartiment vormen.

Compartimentswand (artikel  3.4)

De brandweerstand van de compartimentswand is afhankelijk van de brandbelasting in de serre en loods. Aangezien de brandbelasting in de loods nagenoeg altijd hoger zal zijn dan in de serre, bepaalt de brandbelasting in de loods de grootte van de brandweerstand.
De brandweerstand van de wand dient aan de volgende voorschriften te voldoen:

  • Indien de brandbelasting in de loods groter is dan 350 MJ/m² (klasse B of C) dient de brandweerstand van de wand minstens EI 120 te bedragen.  Een wand in metselwerk (zowel bakstenen, betonblokken als cellenbeton) met een minimale dikte van 14 cm voldoet hier doorgaans aan.
  • Indien de brandbelasting in de loods kleiner is dan of gelijk aan 350 MJ/m² (klasse A) dient de brandweerstand van de wand minstens EI 60 te bedragen.   Een wand in metselwerk (zowel bakstenen, betonblokken als cellenbeton) met een minimale dikte van 9 cm voldoet hier doorgaans aan, maar er bestaan ook sandwichpanelen die EI 60 hebben.

De openingen in de wanden tussen loods en tuinbouwkas die noodzakelijk zijn voor de doorgang van gebruikers en voertuigen zijn afgesloten met zelfsluitende of bij brand zelfsluitende deuren met een brandweerstand EI1 60.
Indien deze deuren bij brand zelfsluitende deuren zijn, is een automatische branddetectie in de loods verplicht.
Bij serrebedrijven moet de wand niet boven het dak van de loods en/of de serre uit te steken.  Het volstaat dat deze wand tot tegen de onderzijde van het dak aangesloten wordt zodat er geen openingen zijn tussen het dak en de wand.


Compartimentswand bij bestaande loods/serre (artikel 3.4)

Indien er sprake is van een uitbreiding van serre en er is nog geen brandwerende scheiding voorzien tussen de bestaande loods en de bestaande serre of tuinbouwkas, is het niet altijd eenvoudig om een compartiments¬wand tussen de bestaande loods en de serre te voorzien.
Desalniettemin is een brandwerende scheiding vanaf een bepaalde totale oppervlakte van het geheel vereist. 

De belangrijkste moeilijkheid is het realiseren van een brandwand die ook gedurende 60 minuten blijft staan, indien de draagstructuur geen specifieke brandweerstand heeft (bvb. stalen spanten zonder bescherming).
In dergelijke bestaande situatie waar toch een compartimentswand vereist is tussen een bestaande loods (klasse A) en een bestaande serre, worden volgende oplossingen aanvaard:

  1. Een wand in metselwerk, beton of cellenbeton (min. 9 cm) of brandwerende sandwichpanelen EI 60 bevestigd aan de betonnen kolommen die de draagstructuur van de bestaande loods vormen;
  2. Een wand in metselwerk, beton of cellenbeton (min. 9 cm) of brandwerende sandwichpanelen EI 60 met aangepaste smeltankers bevestigd aan zowel de draagstructuur van de bestaande loods als de draagstructuur van de bestaande serre;
  3. Een wand in metselwerk, beton of cellenbeton (min. 9 cm) of brandwerende sandwichpanelen EI 60 die langs de binnenkant van de draagstructuur van de bestaande loods bevestigd zijn zodanig dat de kolommen ten opzichte van een brand in de loods beschermd zijn.  De blootstelling van de kolommen langs de kant van de serre zal doorgaans beperkter zijn.
  4. Een wand in metselwerk, beton of cellenbeton (min 9 cm.) die tussen de flenzen van de stalen draagstructuur van de bestaande loods geplaatst is zodat de kolommen grotendeels beschermd zijn en trager opwarmen.  Het metselwerk, beton of cellenbeton zal de snelle opwarming van het staal verhinderen.

Voor de nieuwe loodsen en voor eventuele andere oplossingen voor bestaande loodsen (of loods klasse B of C) dient de brandweerstand  aangetoond te worden.