Menu

Wat als er uit het OBO blijkt dat er verontreiniging in de bodem aanwezig is?

Terug naar Onderwerp

In het geval er bodemverontreiniging wordt aangetroffen, worden verschillende vragen beantwoord:

  • Hoe ernstig is de verontreiniging?
  • Wat is de bron van de verontreiniging?
  • Wanneer is de verontreiniging ontstaan?

Op basis van de antwoorden op deze vragen zal bepaald worden of een beschrijvend bodemonderzoek nodig is. Een beschrijvend bodemonderzoek is nodig om meer informatie te krijgen over de verontreiniging zelf, zoals welke concentraties, welke omvang en welk medium (vaste deel van de aarde en/of grondwater). Op basis van dit onderzoek wordt bepaald of een bodemsanering moet uitgevoerd worden.

Wat als de verontreiniging niet ontstaan is door de activiteiten die ik uitvoer? In dat geval is er de mogelijkheid om een vrijstelling van saneringsplicht aan te vragen. Hiervoor gelden 3 voorwaarden:

  1. U heeft de verontreiniging niet zelf veroorzaakt
  2. De verontreiniging is ontstaan voordat u eigenaar of exploitant werd
  3. U was niet op de hoogte of behoorde niet op de hoogte te zijn van eventuele bodemverontreiniging.

Als de vrijstelling van de saneringsplicht wordt verkregen, dan zal de OVAM de werkelijke plichtige zoeken. Wordt deze niet gevonden, dan zullen alle andere onderzoeks- en saneringsmaatregelen voor de verontreinigingen waar de vrijstelling werd voor verleend, uitgevoerd worden door de OVAM, dit geldt niet noodzakelijk voor alle verontreinigingen die vastgesteld zijn in het onderzoek, maar alleen voor de verontreinigingen waarvoor de onschuld werd aangetoond.

(vraag beantwoord door OVAM)

Meer informatie