Menu

Wat als er een verontreiniging wordt vastgesteld?

Terug naar Onderwerp

In een oriënterend bodemonderzoek (OBO) wordt de bodemtoestand van een grond onderzocht. Een bodemdeskundige neemt hiervoor stalen. Het aantal stalen per bodemonderzoek hangt af van het aantal risicozones, hun grootte en de grootte van het perceel. Indien in het OBO bodemverontreiniging vastgesteld wordt, gaat men na of die al dan niet ‘historisch’ is. Een bodemverontreiniging is ‘historisch’ als de verontreiniging dateert van vóór 29 oktober 1995. Dateert ze van later, dan spreekt men van een ‘nieuwe’ verontreiniging.

Er moet een beschrijvend bodemonderzoek (BBO) opgesteld worden als er duidelijke aanwijzingen zijn van een ernstige bodemverontreiniging bij een ‘historische’ verontreiniging, of als de bodemsaneringsnormen overschreden zijn bij een ‘nieuwe’ verontreiniging. Het BBO brengt de totale omvang van de verontreiniging in kaart en de deskundige berekent de risico’s van deze verontreiniging op verspreiding, menselijke gezondheid en ecotoxicologie.

Indien sanering vereist is, wordt hierna een bodemsaneringsproject (BSP) opgesteld. Dit is een rapport dat de efficiëntie, toepasbaarheid, kostprijs, timing en resultaten van mogelijke saneringstechnieken met elkaar vergelijkt. De meest geschikte techniek wordt vastgelegd en de bodemsaneringswerken kunnen starten.

Meer informatie