Menu

Bodemsaneringsfonds, in het belang van de sector maar niet vanzelfsprekend

Terug naar Onderwerp

Als overgegaan moet worden tot een bodemsanering, kan men hieraan niet ontsnappen, maar de kosten van zo’n sanering kunnen zeer hoog oplopen. Een bodemsaneringsfonds heeft als opdracht de historische bodemverontreiniging van een bepaalde sector aan te pakken. Omdat er al positieve ervaringen zijn met andere sectorale bodemsaneringsorganisaties, wil de Vlaamse overheid het oprichten van bodemsaneringsfondsen vergemakkelijken. In eerste instantie wordt daarbij gedacht aan de glastuinbouwsector (sierteelt en warme teelten), omdat die in het verleden grote hoeveelheden brandstof opgeslagen heeft. Op vraag van het AVBS en de sectorvakgroep Groenten onderzoekt Boerenbond daarom de oprichting van een sectoraal bodemsaneringsfonds dat alle verplichtingen overneemt van de exploitant of eigenaar (ontzorging). De Vlaamse overheid zou dan gedeeltelijk tegemoetkomen in de saneringskosten; de exploitant of eigenaar betaalt het resterende deel. Alleen bedrijven die verplicht zijn om een bodemsanering uit te voeren, dragen bij aan het fonds. Er moet ook nagedacht worden of het bodemsaneringsfonds zich beperkt tot het saneren van historisch verontreinigde gronden of ook gronden saneert die verontreinigd zijn sinds 29 oktober 1995. Uiteraard heeft dat consequenties voor de financiering.

Door een einddatum op de onderzoeksplicht te kleven, zal de bodemverontreiniging onvermijdelijk zichtbaar worden. Een bodemsaneringsfonds kan dan zorgen voor financiële zowel als operationele ondersteuning.

Bodemsaneringsfonds niet vanzelfsprekend

De oprichting van zo’n fonds is niet vanzelfsprekend en er komt heel wat bij kijken op fiscaal, financieel en structureel vlak. Naast de kosten voor de bodemsanering op zich, moet er ook rekening gehouden worden met de werkingskosten van zo’n fonds, bijvoorbeeld personeelskosten. Boerenbond onderzoekt momenteel of de oprichting van een bodemsaneringsfonds voor de land- en tuinbouwsector haalbaar is. Op basis van een eerste analyse werd het toepassingsgebied verruimd naar de volledige land- en tuinbouwsector.

Om de haalbaarheid te kunnen inschatten moeten we een duidelijk zicht krijgen op het aantal risicogronden dat waarschijnlijk gesaneerd moet worden en de verhouding tussen historische en nieuwe verontreiniging. De oprichting van zo’n fonds is namelijk pas werkbaar wanneer een kritisch minimum gehaald wordt.