Menu

Wie mag werken op een melkveebedrijf?

Terug naar Onderwerp

Wie mag (mee)werken op een melkveebedrijf?

Eigen familie

Voor het inschakelen van eigen familie op je bedrijf zijn de regels eenvoudig en duidelijk. Familieleden tot en met de tweede graad kunnen gratis meehelpen in het bedrijf. Dit geldt zowel voor eigen familie als voor schoonfamilie.

Concreet kunnen ouders en schoonouders gratis inspringen bij kinderen en schoonkinderen. Omgekeerd geldt dit uiteraard ook: kinderen en schoonkinderen kunnen meehelpen op het bedrijf van de ouders. Dit is eerste graad verwantschap.

Men kan ook gratis hulp inschakelen van familie van de tweede graad: grootouders, broers, zussen, schoonbroers en schoonzussen. Dit alles kan zonder registratie in het Dimona-systeem (registratiesysteem voor werknemers). Ooms en tantes zijn al familie in de derde graad en neven en nichten in de vierde graad. Hiervan wordt niet aanvaard dat deze in familieverband gratis meewerken.

Vrienden en kennissen

Voor het inschakelen van vrienden en kennissen op je bedrijf zijn er geen uitdrukkelijke bepalingen opgenomen in de regelgeving. Wanneer iemand voor enkele dagen of voor een beperkte activiteit wil meehelpen op het landbouwbedrijf, is het zeer belangrijk dat er geen vergoeding wordt betaald en dat er ook geen voordeel in natura wordt verleend (bijvoorbeeld onder de vorm van voeding). Een voordeel in natura wordt ook als een verloning beschouwd. Daarnaast is het zo dat de activiteit ook beperkt moet zijn in tijdsbesteding en in volume.

Het is aangewezen dat je met je vrienden of kennissen een document opstelt waarin wordt vermeld dat zij gratis en voor een beperkte periode aan bepaalde activiteiten meehelpen. Ook het vrijwillige karakter van de hulp is essentieel. Het is belangrijk op te merken dat familieleden, vrienden en kennissen die zouden meehelpen dat ook kunnen doen tijdens het weekend, als ze vakantie hebben ... Het is mogelijk dat zij tijdens hun vakantie bepaalde activiteiten voor derden verrichten. Dit geldt ook voor personen die in een ploegensysteem werken: ook zij kunnen in hun vrije momenten komen helpen. Wanneer je twijfelt, is het ook altijd mogelijk om voor de betrokken vrienden of kennissen gebruik te maken van de seizoenregeling die in de landbouw bestaat.

Geen sociale uitkering

Het is in alle gevallen wel essentieel dat de betrokken personen geen sociale uitkeringen krijgen zoals ziekte-of werkloosheidsuitkeringen.

Iemand die met brugpensioen is (de nieuwe naam is SWT) wordt ook als een werkloze beschouwd. Voor gepensioneerden bestaat er onder de 65 jaar een beperkte toegelaten activiteit. Na de wettelijke pensioenleeftijd van 65 jaar is er geen enkele beperking wat de mogelijkheid om een bijkomende activiteit te verrichten betreft.

Verzekering

Wanneer niet-familieleden meehelpen op het bedrijf is het essentieel ervoor te zorgen dat er ook een verzekering is voor het geval er zich een ongeval zou voordoen.

Familieleden, vrienden en kennissen zijn geen werknemers en vallen bijgevolg niet onder de verzekeringspolis arbeidsongevallen. Het is daarom aangewezen om een verzekering af te sluiten met dezelfde inhoudelijke waarborgen als de arbeidsongevallenpolis voor personen die onbezoldigd en tijdelijk meehelpen op het landbouwbedrijf.

Zelfstandigen

Tot slot moet je zeer voorzichtig zijn om te werken met zelfstandigen die een factuur maken voor hun activiteit. Echte zelfstandigen hebben meerdere klanten en hebben een bepaalde knowhow.

Wanneer de zogenaamde zelfstandige de facto economisch afhankelijk is van de landbouwer, zal hij als een schijnzelfstandige worden beschouwd.

Lees ook 'Zelfstandige of loontrekkende, geen vrije keuze' uit Boer&Tuinder van 9 november 2018 (pdf)

Meer informatie

Sector: