Menu

Werken met vaste arbeid

Terug naar Onderwerp

In dit onderdeel focussen we op de voorwaarden en mogelijkheden voor het inschakelen van reguliere of vaste werknemers.

Administratieve verplichtingen

Wanneer het gaat over vaste arbeid, hetzij deeltijds of voltijds, moet er altijd een arbeidsovereenkomst opgesteld worden. Dit moet een schriftelijk document zijn. In de onderneming moet er ook een arbeidsreglement zijn. Dit is een huishoudelijk reglement waarin de rechten en plichten van de werkgever en de werknemers worden opgenomen en onder meer ook de uurroosters.

Er moet elke maand een loonberekening gebeuren en eenmaal per kwartaal ook een aangifte van de prestaties en de verloning aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ). Het gaat hier dus over heel wat administratieve verplichtingen. Het is dan ook aan te raden om aan te sluiten bij een erkend sociaal secretariaat zoals Acerta.      

Vergeet niet dat er daarnaast ook nog een  arbeidsongevallenverzekering en een BA-verzekering (burgerlijke aansprakelijkheid) moet afgesloten worden en dat men moet aansluiten bij een externe dienst voor preventie en bescherming.

Eerste aanwerving van een vaste werknemer

Wanneer men voor de eerste keer werkgever wordt van een vaste werknemer (voltijds of deeltijds) zijn er belangrijke sociale voordelen. Een melkveehouder die voor eind 2020 een eerste werknemer in dienst neemt, krijgt als werkgever een volledige vrijstelling van de basisbijdragen voor de sociale zekerheid (Plus +1-plan genoemd). De vrijstelling van de socialezekerheidsbijdragen geldt zonder beperking in de tijd. Het is zelfs zo dat, wanneer die eerste werknemer ooit zou vervangen worden door een andere persoon, de vrijstelling van de bijdragen blijft verder lopen.      

Deze sociale voordelen gelden dus voor de aanwerving van een eerste vaste werknemer. Je mag dus al werknemers op je bedrijf gehad hebben onder de seizoenregeling of studentenregeling. Je kunt dus bijvoorbeeld in 2017 of 2018 seizoenwerknemers tewerkgesteld hebben. In de voorbije vier kwartalen mag er geen vaste werknemer in dienst van de onderneming geweest zijn. Wanneer een melkveehouder bijvoorbeeld vier jaar geleden een tijdje iemand in vast dienst verband had, maar de afgelopen vier kwartalen niet meer, dan komt hij in aanmerking voor de RSZ-verminderingen van het Plus+1-plan.

Wanneer ben je een nieuwe werkgever?

De volledige vrijstelling van basisbijdragen voor de sociale zekerheid geldt dus alleen voor een nieuwe werkgever. Bij de beoordeling hiervan wordt gekeken naar de economische realiteit: wanneer een eenmanszaak wordt omgevormd tot een vennootschap, is dat geen nieuwe onderneming en dus geen nieuwe werkgever. Wanneer er reeds op de eenmanszaak een vaste werknemer in dienst was, zal de vennootschap dus niet in aanmerking kunnen komen voor het voordeel.

Als een bestaand landbouwbedrijf voor de eerste keer een vaste werknemer aanwerft, wordt dit natuurlijk wel als een nieuwe werkgever beschouwd. Ook wanneer een  melkveebedrijf waar reeds vaste werknemers in dienst zijn, zou starten met een volledig nieuwe activiteit zoals een kaasmakerij of thuisverkoop, kan dit wel als een 'nieuwe werkgever' beschouwd worden. Het is belangrijk in  dergelijke situaties goed advies in te winnen bij je sociaal secretariaat .

Hoe groot is het voordeel?

De volledige vrijstelling van de basisbijdragen houdt in dat er 25% socialezekerheidsbijdragen wegvallen. De trimestriĆ«le bijdrage voor de financiering van de jaarlijkse vakantie (5,57%) en ook de eenmalige bijdrage van 10,27% op de volledige loonmassa van het vorig jaar blijven wel verschuldigd. De werknemers hebben immers recht op een vakantiegeld. Daarnaast moet ook de bijdrage voor het Sociaal Fonds van de Landbouw betaald worden: dit is een bijdrage van 10,45%. Via dit fonds wordt onder meer de dertiende maand aan de werknemers betaald. De totale bijdrage die aan de RSZ moet afgedragen worden, is dus 26,29% (5,57% + 10,27% + 10,45%). Je bespaart dus 25% sociale bijdrage ten opzichte van de reguliere bijdrage.

Rekenvoorbeeld

De impact van het Plus +1 plan is vrij ingrijpend. We geven hierbij twee voorbeelden waarbij er een brutoloon betaald wordt van 10 euro en 12 euro.  Een ongeschoolde werknemer in de landbouw moet sinds 1 januari 2019 minimum 9,73 euro betaald worden en een geoefende werknemer 10,28 euro per uur. Zoals hoger aangehaald, is er een overblijvende sociale bijdrage verschuldigd van 26,29%. 

Meer informatie

Sector: