Menu

Puntvervuiling goedkoop en efficiënt vermijden

Terug naar Boer in de kijker
Sector: 
Regio: 
49 jaar
Walter baat samen met zijn broer Koen een gemengd bedrijf uit met akkerbouw, melk- en vleesvee, zuivelverwerking, een hoevewinkel met verbruikszaal en proefveldwerking voor het departement Landbouw & Visserij van de Vlaamse overheid.

Bij het uitwerken van zijn vul- en spoelplaats stond bij Walter Van Acker uit Huldenberg eenvoud voorop. Hij is bereid om inspanningen te leveren voor het milieu, maar hij beseft ook dat daardoor zijn inkomsten niet automatisch zullen stijgen.

Op het Hof ter Vaeren, waar ook vader en moeder nog betrokken zijn, is Walter verantwoordelijk voor de akkerbouw, terwijl zijn broer Koen vooral bezig is met het vee. Het is dus Walter die bezig is met de gewasbescherming. Dat vereenvoudigt het gebruik van de vul- en spoelplaats, omdat er geen coördinatie nodig is met andere gebruikers. Zo’n 6 jaar geleden voorzag hij bij het bouwen van een nieuwe loods al een vul- en spoelplaats. Hij zocht en vond een eenvoudige oplossing om het hemelwater te scheiden van het restwater: een buisje dat perfect de afloop afsluit waar het water niet naartoe mag. Dat moet enkel verstoken worden wanneer hij wil vullen of reinigen. Het spoelwater wordt opgevangen in een ondergrondse cisterne van 5000 liter. “De inhoud van mijn spuit is 3000 liter. De extra 2000 liter geeft ons wat marge indien zich een fout of een ongelukje zou voordoen. We komen daar gemakkelijk mee toe, want na 2 jaar was die nog niet helemaal vol.”

Toen hij de vul- en spoelplaats bouwde, wist Walter nog niet waar het in België naartoe zou gaan met een mogelijke reglementering. Hij had opgevangen dat men in Frankrijk het restwater mocht uitspuiten op de stoppel na de graanoogst. Hij wachtte met verdere stappen tot het duidelijk zou worden wat verplicht was. Een verplichting is er (nog) niet, maar Christel Van Ceulebroeck van de Nationale Proeftuin voor Witloof in Herent vond in Walter een geïnteresseerde gesprekspartner toen ze hem polste naar zijn interesse om een biofilter te plaatsen. Ze kwam op het bedrijf omdat in 2014 de proefveldwerking van de Vlaamse overheid (voorheen bekend als ADLO) naar het Hof ter Vaeren verhuisde. “Toen we de aanvraag voor het demoproject ‘Bioremediatie Oost’ indienden, zochten we in de streek naar een bedrijf waar we een biofilter zouden kunnen tonen aan zo veel mogelijk landbouwers. Walter en Koen waren geïnteresseerd en bereid om mee in te stappen. Ook de Vlaamse overheid zag het zitten om de biofilter mee te promoten. Tijdens het proefveldbezoek in juni 2014 hadden we al een proefopstelling en we hebben de biofilter aangesloten in juli. Hij is nu twee jaar in gebruik nu.” Het ontwerp van de biofilter werd eerst grondig doorgesproken met alle projectpartners.

Ik tracht zo veel mogelijk te reinigen op het veld.

Walter Van Acker

Biofilter

De biofilter bij de Van Ackers bestaat uit 3 filterelementen en 2 verdampingselementen. Die laatste zijn beplant met miscanthus. Afdakjes voorkomen dat er te veel regenwater in terechtkomt en zorgen voor wat extra warmte voor de micro-organismen die de resten van de gewasbeschermingsmiddelen moeten afbreken. De proeftuin van Herent zorgt voor begeleiding. In het begin kwam Wim Snyers hiervoor geregeld langs, nu nog enkele keren per jaar. 

Het restwater wordt vanuit de cisterne op de biofilter gebracht met een pulspomp. Die kan ongeveer 40 liter per uur verpompen, maar via een timer wordt er maximaal 25 liter per dag op de biofilter gepompt. Walter vindt dat hij weinig naar de installatie hoeft om te kijken. “We moeten alleen zorgen dat we het substraat om de 2 jaar eens omwoelen, zodat de verluchting verbetert, en het ook wat aanvullen.” De proeftuin heeft vorig jaar de concentratie aan gewasbeschermingsmiddelen in het restwater en in de verdampingseenheid laten bepalen. Die bleek door de biofilter te zijn verminderd met 99%. We staan ook nog even stil bij de verplichte registratie. Wanneer je restwater hebt na een bespuiting, dan is het eenvoudigste om dat te registreren bij de bespuiting op de teeltfiche. Christel voegt eraan toe dat het ook nodig is om te noteren wanneer het systeem aan- of uitgeschakeld wordt en wanneer er onderhoud gebeurde. Walter heeft daarvoor een fiche in zijn spuitlokaal.

Hij benadrukt dat hij zijn vul- en spoelplaats bewust op een eenvoudige manier heeft gebouwd. “Ik heb elders systemen gezien waarbij je je spuit niet kan vullen wanneer de juiste afvoer niet is aangesloten. Dat is mooi, maar het maakt de investering veel zwaarder. De betonnen tank was voor mij de grootste kost. Een betonvloer moest ik toch gieten, dat vroeg alleen wat extra werk. Ook het bouwen van een biofilter houdt vooral wat extra werk in. Die IBC-containers kan je gemakkelijk tweedehands vinden, maar je moet altijd weten waar ze vandaan komen en wat erin zat.”

Restwater voorkomen

Walter vertelt dat hij de vul- en spoelplaats vooral gebruikt voor het vullen. “Ik tracht zo veel mogelijk te reinigen op het veld. Ik spoel daar al twee of drie keer, zodat ik maar een minimum aan restwater heb. Alleen als ik echt grondig moet reinigen, voer ik de laatste inwendige reiniging uit op de spoelplaats. Dat gebeurt maar enkele keren per jaar: wanneer ik na de onkruidbestrijding in maïs of aardappelen moet overschakelen naar suikerbieten. Meestal probeer ik die twee zelfs te combineren, met tussenin een spoeling op het veld.” Ook op het einde van het seizoen krijgt de spuit nog een grondige in- en uitwendige reiniging op de spoelplaats.

Reacties

Van collega’s krijgt Walter weinig reacties. "Omdat het niet verplicht is", vermoedt hij. Maar hij onderstreept hoe belangrijk het is dat iedereen probeert te vermijden dat actieve stoffen in het oppervlaktewater terechtkomen. “We kunnen ons niet permitteren om middelen te verliezen. Hier in de streek hebben we in de aardappelen bijvoorbeeld al problemen om Artist te vervangen, omdat het niet meer mag gebruikt worden op sterk erosiegevoelige percelen. Wie in de maïs terbutylazine wil toepassen, moet nu een bufferstrook van 20 meter respecteren langs oppervlaktewater. Hoe ga je dan nog van je grassen af raken? Het is daarom noodzakelijk om weg te blijven van de grachten. Het probleem is dat één charlatan voldoende kan zijn, om een slechte meting te krijgen in je streek.” 

Meer boeren in de kijker

Aanstaande vrijdag organiseert Groene Kring 'De Wissel', het event over familiale bedrijfsoverdracht. Iedereen , jong...
In Management&Techniek brengen we deze week het dossier 'Hoevevlees, de korte keten' waarin enkele...
De consument vertrouwd maken met de land- en tuinbouw doe je best al op een jonge leeftijd, want ‘Jong geleerd is...