Menu

Ontspanning in de schuur

Terug naar Boer in de kijker
Sector: 
Regio: 

Roger D'Hondt

90 jaar
Menen (West-Vlaanderen)
Roger baat een akkerbouwbedrijf uit, maar laat zijn gronden bewerken door een loonwerker.

Voor de laatste aflevering van onze zomerreeks over de Eerste Wereldoorlog belandden we in Menen, net buiten de Westhoek. Tussen de aanvallen door vonden meerdere Duitse divisies rust en ontspanning op het landbouwbedrijf van de familie D’Hondt.

Menen werd door de Duitse troepen bezet van oktober 1914 tot oktober 1918. Door zijn geografische ligging was Menen een logistieke draaischijf voor de bezetters. De stad lag op een boogscheut van het westelijk front en belangrijke verkeersaders zorgden voor een vlotte bereikbaarheid. De Leie, het station, de hoofdweg Menen-Ieper (Ypernstrasse of Menin Road voor de Engelsen) en de steenweg naar Roeselare speelden een grote rol in deze periode. Menen werd ingericht naargelang van de noden van de Duitse frontsoldaten. Er ontstonden veldkeukens en -bakkerijen, munitiedepots, pionierparken, vliegvelden, veldhospitalen …

Het landbouwbedrijf van Roger D’Hondt ligt langs de Wervikstraat, de verbindingsweg tussen Wervik en Menen. Zo’n honderd meter achter het bedrijf loopt de Leie. De rivier vormt er de grens met Frankrijk. Hoewel Roger dit jaar 90 werd, runt hij nog steeds een gedeelte van het landbouwbedrijf. Sinds vorig jaar houdt hij geen zoogkoeien meer en de 25 ha akkerland laat hij bewerken door een loonwerker. “Boerderij ‘De Riemeers’ dateert al van voor 1400. Ze is in familiehanden sinds de jaren 1700 en staat bekend als site D’Hondt. Ik was nog maar zo’n 16 jaar toen ik mee in het bedrijf stapte, aangezien mijn vader last had van een heupletsel. Typisch voor de Leiestreek, teelden we hier veel vlas. We hadden ook een vlasroterij. De oude gebouwen staan nog achterin. Sinds men het vlas laat roten op het veld, raakte de fabriek in onbruik.”

Roger heeft zich goed voorbereid op onze komst. Op de tafel liggen enkele kaarten, oude documenten en naslagwerken. Gezien zijn leeftijd, heeft Roger de oorlogsverhalen wel uit eerste hand, want zijn vader was rechtstreeks betrokken.

Aan de Duitse zijde van het front

“Deze boerderij lag op enkele honderden meters van loopgraven van de Duitsers. Die waren omboord met prikkeldraad. Wij zaten dus aan de Duitse kant van het front”, toont Roger me op een kaartje dat de VLM onlangs maakte, naar aanleiding van de herdenkingsjaren rondom de Grote Oorlog. Het kaartje is gebaseerd op Britse stafkaarten uit de oorlogsjaren 1914-1918. Het landbouwbedrijf van de familie D’Hondt staat erop als Question Farm. “Een deel van de boerderij werd door de Duitsers gebruikt als lazaret. In het begin van de oorlog werd er op dit veldhospitaal een groot rood kruis aangebracht, waardoor het vermoedelijk gespaard bleef van bombardementen. We vonden onder meer documenten waarin staat dat het 15de Pruisische Armeekorps onder leiding van generaal von Deimling hier al verbleef op 28 oktober 1914.”

Roger toont me een kopie van een foto die hij pas vorig jaar in handen kreeg. “Deze foto werd hier op het hof genomen door een Duitse soldaat. Een heemkundige, geïnteresseerd in oude molens, stuurde me die foto met de vraag of ze hier gemaakt werd. Ik herkende onmiddellijk een gedeelte van onze boerderij dat er nu echter niet meer is. Door de notities op de achterzijde ervan weten we met zekerheid dat het wel degelijk de 30ste Infanteriedivision was die hier verbleef en niet de 31ste Infanteriedivision. Hier bestond immers nog twijfel over. Die eenheid vertrok van hieruit naar het front in Wervik. In februari 1916 gingen ze vechten aan de Somme.

Van op de afgeronde verhoging in de schuur deden de Duitsers mededelingen.

Roger D'Hondt

In 1917 belegerde de 8ste Infanteriedivision onze boerderij. De markeringen ‘8.I.D.’ en ‘1917’ zijn nog te zien aan weerszijden van de opslagplaats in de nok van de schuur. Van op de afgeronde verhoging in de schuur deden de Duitsers mededelingen zowel als de mis en theatervoorstellingen. De andere schuur bleef in gebruik als veldhospitaal, maar dat gebouw is verdwenen. Mijn familie moest de Duitsers dus ‘verdragen’ in eigen huis. Ons huis werd gebruikt als Ortscommandatur, eerst gedeeltelijk nadien zelfs volledig. Vader was toen 42 jaar. Hij kon met de meesten niet goed opschieten, hoewel er verschillen waren naargelang van hun herkomst in Duitsland. Hij vertelde me ook dat hij op een bepaald moment zijn baard liet groeien. Als de Duitsers dan vroegen waarom, antwoordde hij steevast dat ze dan zijn vel niet zouden raken als ze naar hem spuwden …

 

Alle burgers in Wervik en ten westen van Menen moesten vluchten in 1917. Mijn vader, zijn ouders en vijf broers en zussen dus ook. Zij belandden in de buurt van Perwez, in Wallonië. Burgers én Duitsers hebben hier in die periode echt wel honger gehad. Er was niets meer. De meeste woningen en gebouwen werden hier afgebroken om ze als brandhout te gebruiken. Gelukkig bleef onze boerderij grotendeels gespaard.” Roger verzekert me dat echte honger een gevoel is dat je nooit meer vergeet. “Toen de Tweede Wereldoorlog eraan kwam, hamsterden mijn ouders enorm veel koffie, rijst en hammen. Ik heb er nog steeds enkele kilo’s koffie van.”

Heropbouw na de oorlog

“Zodra de oorlog gedaan was, kwam vader terug naar huis. Dan was het zaak om het land weer ‘op zijn plooi’ te krijgen. Om de akkers zo goed mogelijk te herstellen, gooiden ze de loopgraven toe, zelfs met de prikkeldraad erin ... Omdat de andere zijde van Menen minder gebombardeerd werd, konden ze daar nog vee kopen. We weten ook dat de Duitsers hier Russische bielzen gebruikten om sporen aan te leggen. Onze familie recupereerde ze na de oorlog om er de daken mee te verstevigen.” Degelijk materiaal, prijst Roger, wanneer hij ze me bij de rondgang toont in een van die schuren. Op sommige locaties zitten volgens Roger trouwens ook nog buizen in de grond. De Duitsers legden vanuit Franse fabrieken een watercircuit aan, met buizen met een alsmaar smallere diameter, omdat de waterputten niet meer voldeden.

De mooie schuur die tijdens de oorlog veel door de Duitsers gebruikt werd, werd dertig jaar geleden op de monumentenlijst geplaatst. Niet zozeer voor haar oorlogsverleden maar voor de zeer specifieke ‘Oostenrijkse’ bouwstijl, die dateert uit 1843. In 2005 werd de hele site – met de dubbele dwarsschuur, een bakhuisje, een wagenhok, een tabaks-ast, een oude zwingelarij en een nog werkende roterij en zwingelarij – beschermd als monument. 

Meer boeren in de kijker

Akkerbouwbedrijf Van Elven Agra in het Antwerpse Veerle-Laakdal is een prima voorbeeld van hoe je je met een...
Het Proefcentrum voor de Aardappelteelt (PCA) organiseerde vorige maand drie bezoeken aan aardappelloodsen. We maakten...
De Nederlandse en Vlaamse konijnenhouderij lag eind vorig jaar onder vuur van dierenrechtenorganisaties. Door het...