Menu

Kwaliteit cruciaal voor afzet via vrije markt

Terug naar Boer in de kijker
Sector: 
Regio: 

Jan Coenegrachts

29 jaar
Riemst (Limburg)
Jan teelt aardappelen, wortelen, wintertarwe, korrelmaïs en suikerbieten.

Jan Coenegrachts en zijn vriendin Anne-Camille Vanvinckenroye baten in Riemst een bedrijf uit met focus op de aardappelen- en wortelteelt. De jonge bedrijfsleiders weten goed wat ze willen. Ze zijn vrij uniek in België omdat ze hun aardappelen en wortelen volledig via de vrije markt verhandelen. Maar daar is wel een hoge kwaliteit voor nodig.

In 2006 nam Jan het bedrijf van zijn vader en oom over. “Ze waren toen al geëvolueerd naar een akkerbouwbedrijf, met focus op aardappelen en wortelen en teelden verder nog suikerbieten, korrelmaïs en wintertarwe. Ik ben de vierde generatie op deze locatie. Vorig jaar overleed mijn vader plots. Dat was een klap, want hij was nog erg actief op het bedrijf. We besloten ons eerst toe te leggen op de teelten en verbeterden aspecten als kwaliteit en milieutoepassing op ons bedrijf. Nu wil ik de bewaring van wortelen ook optimaliseren.” In 2008 won Jan de Belgian Potato Quality Award. Naast kwaliteit kon Jan zich onderscheiden in het teelttechnische aspect. Zijn bedrijf is gekeurd volgens de IKKB- en Global Gap-standaard en de sectorgids. Jan werkt met de Nederlandse milieumeetlat bij zijn keuze van fytoproducten. Verder ontwierp hij een eigen rekenmodel op de computer, zodat hij perfect de rentabiliteit van elke teelt op zijn bedrijf kent en eventueel kan bijsturen.

Bewaarloods met glycolkoeling

Voor het oogsten van tarwe, het zaaien en rooien van aardappelen en wortelen krijgt Jan hulp van loonwerkers. “In november en december ploeg ik zelf en enkele dagen voor het zaaien leg ik het zaaibed klaar. Het zaaien van de bewaarwortelen gebeurt meestal na 15 mei. We werken al lang met het ras Nerac en al 4 jaar met geprimede zaden. Dankzij de snelle en uniforme opkomst kunnen we meer netto kilo’s uit onze kisten halen. De zaden zijn wel duur in aankoop, maar die kosten recupereren we voor een deel dankzij de betere opkomst waardoor we iets kunnen besparen in de hoeveelheid zaad. Op basis van de bodemanalyse van de Bodemkundige Dienst van België beslissen we of we een perceel al dan niet moeten bijbemesten. Indien nodig geef ik tijdens het seizoen nog bladmeststoffen, samen met een bespuiting naar ziektebestrijding toe. Met plakvallen volgen we de wortelvlieg op. Verder leggen we meteen na de zaai ook buizen rond de percelen om vraatschade door muizen te beperken. De loonwerker rooit de wortelen meestal begin november, daarna transporteer ik ze meteen naar de bewaarloods waar ze in kisten worden gekoeld. Sinds een jaar beschik ik over 2 nieuwe loodsen: een koelruimte voor de opslag van een duizendtal kisten met wortelen, de andere is een machine- en sorteerruimte, met nog wat plaats voor tijdelijke opslag. We kozen voor een glycolkoeling van de Nederlandse fabrikant Tolsma.” De koeling is gebaseerd op het principe ‘indirect koelen’, waarbij er gekoeld wordt via twee koudecircuits. Dit systeem biedt vooral producttechnische voordelen.

Een goede vertrouwensband met mijn afnemer is mij veel meer waard dan een contract.

Jan Coenegrachts

Wortelen vragen een ruime vruchtafwisseling, daarom wil Jan pas om de 10 jaar hetzelfde perceel opnieuw gebruiken of percelen waar nog nooit wortelen gestaan hebben, huren of ruilen. “Dat is weer ingegeven met het idee naar kwaliteit en de insleep van ziektes toe. Ik heb wel het voordeel dat ik zowat de enige wortelteler in de buurt ben. De leemgrond is ook ideaal om wortelen te telen. Maar het blijft wel een dure en moeilijke teelt. Wortelzaden zijn erg duur en het loonwerk is duurder dan bij andere teelten. De periode tussen het zaaien en de opkomst is cruciaal.”

Bewuste keuze voor vrije markt

Net zoals zijn vader teelt Jan alle aardappelen en wortelen voor de vrije markt. “De contractteelt breidt elk jaar uit, terwijl het aantal telers dat vrij teelt daalt. Door de hoge kosten en het grote areaal proberen veel telers zich via contracten in te dekken, maar ik heb een vrij beperkt areaal.” Jans belangrijkste klanten zijn wasbedrijven, frituren en schilbedrijven. “Een goede relatie met mijn afnemers is mij meer waard dan een getekend contract”, zegt hij onomwonden. “Die relatie bouw je in de loop der jaren op. Via een van onze vaste afnemers worden onze wortelen over heel België verspreid. Daarnaast exporteren we via een wasbedrijf ook een gedeelte naar landen als Rusland en Polen. Een voorwaarde voor het vrij telen is wel dat je kwaliteit goed moet zijn. Daarom wilde ik eerst de wortelteelt goed onder de knie te krijgen en pas daarna uitbreiden naar bewaring toe. We leveren ook het jaar rond aardappelen. Nadeel is wel dat je minder zekerheid hebt.” Jan en Anne-Camille zetten nog een deel aardappelen en wortelen af via markt- en thuisverkoop. Anne-Camille verkoopt groenten en fruit op wekelijkse markten in de buurt. “De aardappelen komen van ons bedrijf, appelen en peren van het bedrijf van mijn ouders, gewassen wortelen van een van onze afnemers en de rest kopen we in via groothandelaars en veilingen”, vertelt ze.

Het koppel wil klaar zijn voor de toekomst. “Bij de nieuwe loodsen hebben we een apart opvangbekken voor spuitrestvloeistoffen. We willen ons bedrijf financieel gezond houden. Uitbreiding is niet meteen aan de orde, maar ik wil me nog wel verder specialiseren om zo de kwaliteit nog te verhogen.”

Meer boeren in de kijker

Het lukt niet iedereen die ploegloos boert om weinig kluiten mee te oogsten met de aardappelen. Voor Bernard Huybrechts...
Heb je je altijd afgevraagd hoe zo’n CSA-boerderij ( community supported agriculture ) in de praktijk werkt? Of...
Twaalf jaar geleden vervingen de gebroeders Bels een groot deel van hun Jonagoldappels door Braeburn en de...