Menu

Het oorlogsverhaal van ’t Fazantenhof

Terug naar Boer in de kijker
Sector: 
Regio: 

Rik en Hilde Latré

Houthulst (West-Vlaanderen)
't Fazantenhof is uitgegroeid tot een modern melkveebedrijf met hoevewinkel. Rik en Hilde ontvangen ook heel wat bezoekers en begeleiden kinderen in het kader van Groene Zorg.

In onze zomerreeks gaan we langs bij enkele actieve boeren, op zoek naar sporen van de Eerste Wereldoorlog. Deze keer brengen we een bezoek aan Hilde en Rik Latré in Houthulst. 

’t Fazantenhof in Houthulst is een inspirerende plek. De boerderij heeft iets idyllisch, met het mooi bebloemde en gezellige erf. Hilde en Rik Latré en de kinderen die tijdens de vakantie op de hoeve verblijven, zijn allen druk in de weer. Er valt van alles te beleven in de hoevewinkel, in het dierenpark, in de speeltuin, in de stal. Een ideale plek om te proeven van de boerderij. Maar ik ben naar hier gekomen om herinneringen uit de Eerste Wereldoorlog op te halen.

Volgens de inventaris van het Wereldoorlogerfgoed, die een beschrijving geeft van ‘het relict’, is er aan de achtergevel van de boerderij, rechts naast de achterdeur, nog een halfronde afdruk te zien van waar vroeger een betonnen constructie tegenaan was gebouwd. Hier zouden officieren hun intrek genomen hebben. “Dit verhaal klopt”, zegt André Latré (80), de vader van Rik. “Houthulst was door de Duitsers bezet. De bevolking was gevlucht. Duitse officieren hebben hier hun intrek genomen. Zij trokken zich hier terug na hun tijd aan het front. Het was een mooie herenboerderij, in sterke geelwitte Nieuwpoortse baksteen, met zes dakkapellen en met stijlvolle houten plafonds. Zeker, de Duitse officieren wisten goed welke boerderij ze moesten inpalmen! Er wordt gezegd dat er een soort van gentlemen’s agreement was tussen de Belgische en de Duitse officieren: ‘Als jullie ons sparen, dan zullen wij jullie sparen.’ Hoe valt het anders te verklaren dat alle boerderijen en huizen in de wijde omgeving totaal vernield waren en dat deze hoeve vrijwel onbeschadigd uit de oorlog gekomen is?”

Rond de eeuwwisseling was hier nog alles bos. Het Bos van Houthulst heeft overigens een belangrijke rol gespeeld in de oorlog. De Duitsers hadden al snel de strategische waarde van dit bos ingezien. Eind oktober 1914 al begonnen ze het bos in te richten als verdedigingslinie en opslagplaats. Na het bevrijdingsoffensief, dat begon op 28 september 1918, tijdens de fameuze slag van Houthulst, werd het bos gebruikt als verzamelplaats voor buitgemaakt oorlogsmateriaal en buitgemaakte munitie.

Olifantenplaten

“De bunker was tegen de huidige keuken aangebouwd”, gaat vader André verder. “Aan het metselwerk was duidelijk te zien dat er een doorgang was van het huis naar de bunker, met een halfrond plafond dat bestond uit golfplaten met een brede golving, de zogenaamde 'olifantenplaten', waarboven een dikke laag beton gestort werd. Na de oorlog werden deze platen gerecupereerd en nog vaak gebruikt als dakbedekking. Maar vandaag is er van dat oorlogsverleden niets meer te zien. Een jaar of zeven geleden hebben wij dit deel van het huis verbouwd. De sporen op de gevel zijn weggestopt achter de nieuwe gevel en de bunker zelf werd al snel na de oorlog afgebroken.”

De Duitse officieren wisten goed welke boerderij ze moesten inpalmen!

Begrafenis

Tot voor de Eerste Wereldoorlog woonde herenboer Devos op ’t Fazantenhof. Die bezat 157 ha land, vooral bos. Hij hield schapen en baatte ook een baksteenoven uit. Na de oorlog verkocht hij het goed baron Charles Gillès de Pelichy, die senator was en ook optrad als vertegenwoordiger van de landbouwers. “In 1923 is mijn grootvader, Henri Latré, van Torhout naar hier gekomen om de bossen te ontginnen”, weet André nog. “Een bijzonderheid is dat mijn grootvader begraven is op 10 mei 1940, de dag dat de Tweede Wereldoorlog begon.

Mijn vader, Kamiel Latré, werd ’s nachts door de ‘garde’ opgeroepen om zijn eenheid te vervoegen. Hij heeft zijn vertrek naar Brugge met een dag uitgesteld om eerst zijn vader te kunnen begraven. Zijn eenheid moest naar Duinkerken om te helpen bij de evacuatie van de vluchtende Engelse soldaten. Mijn vader werd er krijgsgevangen gemaakt en naar Eeklo gebracht, maar hij mocht al snel naar huis terugkeren. Ik herinner me zijn thuiskomst nog goed, ik was toen zes jaar. In zijn rugzak stak nog chocolade die hij van de Engelsen had gekregen.”

Steeds groter, steeds beter

“Mijn vader Kamiel is na zijn huwelijk in 1933 verhuisd naar Eernegem. Ze hadden een klein landbouwbedrijf en een melkronde. Na de dood van zijn moeder in 1948 is hij terug naar hier verhuisd, omdat deze boerderij groter was. Ik was toen 14 jaar en ben thuis gebleven om op de boerderij te werken. In 1977 heb ik de boerderij kunnen kopen. We hadden toen een gemengd bedrijf met melkvee en zeugen en met aardappelen, suikerbieten en granen. In 1980 kwam er een nieuwe vleesvarkensstal voor 240 vleesvarkens en in 1983 een nieuwe zeugenstal. De bekende naam die hier veel stallen heeft geadviseerd, was Boerenbondadviseur Werner Lierman.”

En zo zijn we bij de jongste generatie aanbeland. Rik (50) kwam in 1988 in het ouderlijk bedrijf. Een jaar later trouwde hij met Hilde, die in het onderwijs stond. “We zijn toen begonnen met investeringen in de melkveehouderij”, vertelt Rik. “We verbouwden de bindstal tot een ligboxenstal voor 45 koeien. We hadden toen 25 ha land. Vandaag hebben we precies het dubbele: 90 koeien en 50 ha land. We zijn begonnen met melkverwerking toen het quotum ingevoerd werd. De verwerking nam een hoge vlucht op het einde van de jaren 90, toen Hilde stopte met lesgeven. Toen vader in 1999 op pensioen ging, zijn we gestopt met varkens. We bouwden de zeugenstal om tot een ontvangstruimte voor bedrijfsbezoeken. We bouwden en verbouwden: in 2004 een nieuwe loods, in 2006 een nieuwe hoevewinkel en verwerking, in 2009 een verbouwing en uitbreiding van de melkveestal, in 2012 een nieuwe 2x12 zij-aan-zij melkinstallatie.

Openbloeien

‘t Fazantenhof is uitgegroeid tot een op-en-top modern melkveebedrijf, dat niet alleen technisch 100% in orde is, maar ook zeer open staat naar de samenleving. Want er zijn niet alleen de melk, de melkverwerking en de verkoop thuis, op markten en op beurzen. Er zijn ook veel bedrijfsbezoeken. “Tussen de krokus- en de zomervakantie zijn hier 70 scholen en 2000 kinderen op bezoek geweest”, vertelt Hilde. “We ontvangen ook landbouwscholen, volwassenengroepen, passanten ... In de zomer komen hier jeugdgroepen kamperen. Maar de begeleiding van kinderen in het kader van Groene Zorg geeft me nog het meest voldoening. Je hebt er geen idee van hoe de kinderen zich hier thuis voelen, op ontdekking gaan en open bloeien.” 

Meer boeren in de kijker

Koen en Hilde Timmerman baten in Sint-Kruis, een deelgemeente van Brugge, een bedrijf met 99.500 scharrelkippen uit. De...
Tijdens de Dag van de Landbouw op zondag 21 september kan je 58 land- en tuinbouwbedrijven bezoeken. Druiven Dewit in...
Aanleiding voor deze reportage is een telefoontje van Gerrit. Hij zaaide eind juli facelia als groenbedekker, zag de...