Menu

Geen schone boeren, maar ‘Schoon Boeren’

Terug naar Boer in de kijker

Wout en Benedikte Desmyter

Proven (West-Vlaanderen)
Wout en Benedikte Desmyter telen hop, houden vleesvee en hebben een vakantiewoning. Ze doen mee aan de publiekscampagne 'Schoon Boeren' van Inagro.

Voor onze ‘Boer in de kijker’ trekken we deze keer naar het West-Vlaamse Proven, op enkele kilometers van de Franse grens. Wout en Benedikte Desmyter-Coutigny zijn de vierde generatie hoppetelers, maar met zoon Roel staat de vijfde generatie al klaar om het bedrijf op termijn over te nemen. Het sympathieke koppel doet mee aan de publiekscampagne ‘Schoon Boeren’ van Inagro.

“We doen mee aan de ‘Schoon Boeren’-campagne om de landbouw in een positief daglicht te plaatsen. We willen vooral mensen die weinig of niets van landbouw weten laten kennismaken met de huidige, moderne manier van boeren. Ook willen we laten zien dat een boer niet per definitie ‘stinkt’, maar proper werk aflevert. Boeren worden maar al te vaak in verband gebracht met giertonnen en mestoverschotten. Een campagne als deze is nodig om de hardnekkige clichés die nog steeds bestaan te weerleggen. Zelfs aan collega’s-landbouwers moeten we soms uitleggen dat het niet om de schoonste boeren gaat, maar om schoon boeren.

Een campagne als deze is nodig om de hardnekkige clichés die nog steeds bestaan te weerleggen.

Wout en Benedikte Desmyter

Tijdens onze open dag vroeg een bezoeker of onze dikbilstieren met hormonen behandeld waren omdat ze zo dik zijn. Dat is voor ons de ideale gelegenheid om uit te kunnen leggen dat deze dieren genetisch wat ‘misvormd’ zijn vanwege hun vleeskwaliteiten. Anderzijds roepen we de mensen ook altijd op om lokaal vlees te kopen, want dat is milieuvriendelijker dan ingevoerd vlees. Het is jammer dat men in de algemene media altijd de negatieve effecten van vlees eten op het klimaat aan bod laat komen, terwijl we zo veel inspanningen leveren om onze impact zo klein mogelijk te houden. Zo gaan onze koeien in de zomer naar buiten en staan ze in de winter op een bed van stro. Het stromest wordt gebruikt als voedingsstoffen voor de hoppeplanten en daarmee is de cirkel rond.”

Al 124 jaar monocultuur

Het vleesvee is slechts één van de takken op ’t Hoppecruyt, zoals het bedrijf van Wout en Benedikte heet. Van januari tot september zijn ze aan het werk op de hopvelden rondom de hoeve. In totaal hebben ze 9 hectare hop van 14 variëteiten. Het gaat om vroege, middelvroege en late soorten. Op één van die velden staat al 124 jaar hoppe, van een monocultuur gesproken! “In ons land is hoppe een zeer kleine teelt en gaat het over om en bij de 150 hectare. Duitsland daarentegen is wel een groot hopland, heel wat technieken en machines die we gebruiken komen van daar. De laatste jaren proberen we daarom ook de arbeidsintensiviteit naar omlaag te halen door technieken uit Duitsland te importeren. We proberen zo veel mogelijk zelf te doen. Het eerste wat er gebeurt op het veld is het verwijderen van de plantenresten. In februari beginnen we te snoeien. Naast hoppe telen we ook hoppescheuten. Dat doen we jaarlijks op één hectare van de negen. Op dat perceel worden de planten in januari aangeaard en er komt plastic over. Vervolgens kunnen we in maart hoppescheuten plukken van de middelvroege soorten. Die worden als delicatesse verkocht aan restaurants uit de buurt, maar ook sterrenchefs uit Brussel kopen scheuten bij ons. De prijs bedraagt gemiddeld 110 euro per kilo. Dat is veel, maar je kunt met z’n tweeën dagelijks maar 4 tot 5 kg plukken. De hele maand maart zijn we daarmee bezig. Vanaf april is het hoog tijd om de plant te leiden, want hop groeit zeer snel en wordt tot 7 meter hoog. In drie weken tijd worden de planten met 36.000 draadjes boven en beneden vastgezet. Dat gebeurt met twee Poolse seizoenarbeiders en ook onze kinderen Roel en Marou helpen mee. Dit werk is pure handenarbeid, overal ter wereld gebeurt dat zo. Overtollige scheuten worden weggesneden. Het is de bedoeling dat uiteindelijk slechts zes scheuten omhoog gaan. Nadien is het zaak van de plant bij te houden, want hij groeit evenveel centimeters als het graden warm is. Zolang het niet fel waait, leidt de plant zichzelf langs de draad. In juni waaide het enkele dagen fors, dat betekent dus heel wat extra werk! Iets waar ze in Duitsland geen last van hebben, want daar waait het nooit zo hard als hier in de hoppestreek. Sproeien tegen schadelijke insecten doen we, maar op een bewuste manier. Als het anders kan, dan doen we dat ook. Er is een waarschuwingssysteem voor hop, maar we checken de percelen ook zelf elke week. Onkruid tussen de ranken wordt wekelijks aangepakt met een schijveneg. Ook aarden we enkele keren per seizoen aan zodat onkruid geen kans krijgt.”

Alles in de vriescel

Hop is een onmisbare grondstof voor bier. Daarvoor moeten de hopbellen na het plukken in september gedroogd en geperst worden. Daarna kan de brouwer ermee aan de slag. “We leveren hop aan zes middelgrote brouwerijen en enkele hobbybrouwers. Ook via onze hoevewinkel verkopen we hop aan wie z’n eigen biertje wil brouwen. Tegen december zijn we het grootste deel van de oogst kwijt aan de brouwerijen. De oogst wordt vacuüm getrokken en in de vriescel op -18 °C bewaard. Vroeger werd de hop gewoon op de hoeve bewaard in een loods, maar die tijd is voorbij want dan oxideert het product.”

Wie dit bedrijf eens wil bezoeken is altijd welkom, weliswaar op afspraak. Wout en Benedikte ontvangen vijf maanden per jaar bezoekers. Ze hebben ook een vakantiewoning. “Aan iedereen die het wil horen, leggen we uit wat een fascinerende plant hop is”, besluiten ze.

 

Meer boeren in de kijker

Toen Annick Strauven en Erwin Lowet in 2001 het gemengde bedrijf van Annicks ouders overnamen, was het de bedoeling dat...
Lieven Pauwelyn en zijn echtgenote Lieve Devreese baten een melkveebedrijf uit in Oostvleteren. Duurzaamheid dragen ze...
In het West-Vlaamse Vleteren – waar ’s werelds beste bier gebrouwen wordt – baten Gerdy Leuridan en...