Menu

Terug naar Boer in de kijker >Flexibel en gedreven prei telen voor de versmarkt


Mathieu en Tine ontmoetten elkaar op het Vrij Agro- en Biotechnisch Instituut (VABI) in Roeselare, waar ze respectievelijk landbouw en tuinbouw studeerden. Het koppel heeft drie jonge kinderen: Charles (7), Briek (5) en Flore (1). “Mijn overgrootvader was een vlasteler in Marke”, vertelt Mathieu. “Later verhuisde hij naar Kuurne. Mijn ouders hadden een bedrijf in Lendelede; ze teelden toen prei, bloemkool, aardappelen en augurken. In 2009 namen we de preiteelt over van mijn ouders, en startten we met een preiareaal van 7 ha. Intussen is dat uitgebreid tot 18 ha." Matthieu is de vierde generatie in zijn familie die boert in het West-Vlaamse Hulste.

Risicospreiding

De prei wordt voor 90% afgezet via de REO Veiling, een klein gedeelte gaat naar diepvriesgigant Ardo en wordt verkocht via de hoevewinkel van Mathieu’s moeder. Naast prei behoren ook bloemkool (voor de vers- en industriemarkt), aardbeien, rode-, witte- en savooikool (voor thuisverkoop via twee aardbeiautomaten, de hoevewinkel en de REO Veiling), en rabarber (voor de industrie) tot het teeltplan. Aardbeien vormen een mooi aanvullend inkomen zodra het preiseizoen afgelopen is. “Tine volgt de administratie op en helpt bij het planten en marktklaar maken van onze gewassen. Ik focus me vooral op alle veldwerkzaamheden: opkweek van de planten, ponsen van de prei, bemesten, spuiten …”, schetst Mathieu de taakverdeling op het bedrijf.

Belang van teeltrotatie

“We hebben een zomer-, herfst- en winterteelt. De eerste prei wordt half augustus gerooid. We proberen geen prei te bewaren in de frigo’s, omdat we dan een overlapping met de aardbeiteelt zouden hebben.” Mathieu’s vruchtbare percelen liggen verspreid in een straal van 10 km. “Dat is aangenaam werken. Ze liggen in de buurt van de Leie, zodat we eventueel makkelijk kunnen beregenen in de zomer”, zegt Mathieu. “Ze zijn ook allemaal gehuurd. We proberen zo weinig mogelijk op eigen grond te telen. Zo kunnen we elk jaar op andere gronden telen, waar nog niet veel intensieve groenteteelt op gebeurd is. Ik kweek mijn preiplanten zelf in gehuurde serres. Dat is een eerste ‘winstmoment’ om mijn kostprijs in de hand te houden en zo sluit ik op dat moment ook de insleep van ziektes uit. Soms kopen we ook wat planten aan voor een betere risicospreiding.”

Een gefractioneerde bijbemesting is welkom in de winter, als de plant extra stikstof nodig heeft.

Matthieu Verrue, preiteler uit Hulste

Bewust bemesten en bespuiten

Rond deze periode start Mathieu met overal bodemanalyses uit te voeren. “Op het veld bekalkt mijn meststoffenleverancier indien nodig. We proberen zo overal de pH en het calciumgehalte in de zandleemgrond op peil te krijgen. In overleg met mijn meststoffenleverancier en telersadviescoöperatie TACO voeren we dan een mengeling van meng- of stalmest, volgens wat het perceel vraagt. Prei begint het meeste nitraat op te nemen van september tot november. Als we bemesten volgens de bemestingsnormen, is het nitraatresidu meestal behoorlijk laag. Eigenlijk zouden we moeten kunnen bijbemesten wanneer de plant écht extra stikstof nodig heeft: in de winter. Als we dan om de maand een kleine gift van pakweg 20 eenheden stikstof zouden kunnen geven, zou dat ideaal zijn om de bovenste laag van de prei goed op kleur te houden. Een uitzondering voor prei en ook spruitkool zou dan ook meer dan welkom zijn. Prei die zonder voeding valt, is ook veel vatbaarder voor ziektes. Minder spuiten én minder bemesten gaan moeilijk samen voor een winterteelt.”

Mathieu volgt de waarnemings- en waarschuwingsberichten van de proefcentra zo goed mogelijk op. “Ik controleer zelf het preigewas op trips. Indien nodig komt TACO-teeltbegeleidster Liesbet Bruyneel langs om te beoordelen of een spuitbeurt noodzakelijk is. Ik probeer in ideale omstandigheden te spuiten: tegen ziektes op een droge dag en tegen trips zo vroeg mogelijk ’s ochtends of zo laat mogelijk ’s avonds.”

Prei is een dure teelt: de variabele kosten zoals zaden en gewasbeschermingsmiddelen stijgen elk jaar en ook het personeel wordt duurder. “Ik probeer die in de hand te houden via een bedrijfseconomische boekhouding. Verder zijn er de vaste kosten zoals mechanisatiekosten. Gelukkig kregen we VLIF-steun bij de bouw van onze loods in 2010 en voor de aankoop van een meststofstrooier met gps-afsluiting, die ik zelf gebruik. Heel belangrijk is ook dat je je eigen uren in de kostprijs meerekent. Wat de prijsvorming betreft, vind ik het jammer dat producenten die aan handelaars leveren, aan dezelfde prijs betaald worden als de telers die aan de veiling leveren. Dat komt de prijszetting niet ten goede.”

Personeel om prei te schonen

Mathieu werkt met Roemeense seizoenarbeiders in groepen van twee tot acht personen, die een plukkaart hebben. Hij spreekt ook een aardig mondje Roemeens. “We zijn daar vrij flexibel in: als de prijs laag is, proberen we om hen terug naar Roemenië te sturen of niet te schonen. Maar als de prijs beter is, vragen we bijvoorbeeld twee extra mensen om wat sneller te kunnen schonen. We kunnen dan ook sneller jonge prei aanleveren, waardoor we wat speling krijgen. Goed personeel vinden om de prei te schonen zal misschien een volgend knelpunt worden. Doordat we soms in pieken werken, hebben ze ook geen vast werkritme. We proberen zo veel mogelijk flexibel te zijn, maar dat is niet altijd evident. Het voordeel van prei is dat hij, zeker met traag groeiende rassen, nog een maand of zo op het veld kan blijven, als hij nog niet te rijp is. Het is wat spelen met variëteiten en plantdata. We planten een zestal rassen van diverse zaadhuizen uit. We proberen een goed evenwicht te zoeken tussen een goede kwaliteit van uniforme prei en toch een behoorlijk opbrengst, maar dat is niet makkelijk.”

In de toekomst willen Mathieu en Tine, zeker als zijn ouders stoppen, de particuliere verkoop nog opdrijven. “Dan zullen we wat minder prei zetten en willen we ook wat kleinfruit telen”, besluit Mathieu.”

  • De geoogste prei wordt op de band gelegd.

  • Mathieu werkt met Roemeense seizoenarbeiders in groepen van twee tot acht personen, die een plukkaart hebben.

  • Mathieu en Tine planten een zestal rassen van diverse zaadhuizen uit.

Meer boeren in de kijker

Het coördinatiecomité van de Haspengouwse planters overlegde met de directie van de Tiense Suikerraffinaderij. Ze...
Filip en Sandy zijn de derde generatie op dit bedrijf in de Veldstraat in Schuiferskapelle, een deelgemeente van Tielt...
Schoonste boerin van Vlaanderen of niet, het leven gaat zijn gewone gang ten huize van Karen Verplancke en Kristof...