Menu

“Witloof is heerlijk bij een evenwichtige maaltijd”

Terug naar Boer in de kijker
Sector: 
Regio: 

Bart (57) en Joris (30) Vertonghen

Steenhuffel (Vlaams-Brabant)
Witloof en akkerbouw (mais, suikerbieten, wintertarwe).
Bart en Joris Vertonghen geloven nog in de witloofteelt.

Jan Van Bavel

De witloofsector verkeert al geruime tijd in een crisis. De verkoopprijs schommelt al jaren rond de kostprijs en de consument eet steeds minder witloof. Maar Bart en Joris Vertonghen weigeren zich daarbij neer te leggen. “Ik heb mijn hele leven haast niets anders dan witloof gezien. Die microbe en passie laten me niet meer los, en dat zie ik ook bij Joris”, zegt Bart. “De tips en ervaring die hij mij kan doorgeven, zijn onbetaalbaar”, aldus Joris.

Barts grootvader Ward had indertijd een traditioneel gemengd bedrijf, met enkele koeien, vleesvarkens en aardappelen. In 1960 trouwden Barts ouders. “Bij mijn moeder thuis werd er witloof geteeld en zij heeft het hier geïntroduceerd. Elk jaar teelden mijn ouders het wat meer”, vertelt Bart. In de beginjaren was dat nog buiten onder golfplaten. “In 1968 bouwden ze hier een van de eerste witloofschuren van het land. Aanvankelijk kenden ze veel problemen, omdat de grond hier te rijk was voor de witloofteelt. Toch besloten ze in 1970 om de veetak af te stoten en zich te focussen op de witloofteelt.”

Een verademing

Nadat hij zijn diploma had behaald op de tuinbouwschool van Merchtem, bleef Bart thuis om zijn ouders te helpen. Hij komt uit een gezin met zeven kinderen. “We zijn bijna allemaal zelfstandigen geworden. Sindsdien kende de teelt een enorme evolutie.” In 1989 trouwde Bart met Ann. In het grondwitloof kregen ze af te rekenen met diverse ziektes. Twee jaar later had Bart er genoeg van en schakelde hij over naar de teelt op hydrocultuur. De witloofwortels worden daarbij, na de teelt in de openlucht, in trekbakken geplaatst die gevuld zijn met voedingswater. Zo kunnen de wortels zich verder ontwikkelen (de ‘forcerie’) tot witloofkroppen. “Voor de kweek van de witloofwortelen hebben we zo’n 20 ha akkerland in gebruik. We schakelden heel voorzichtig om en zijn gestart met twee koelcellen. Maar het was direct een verademing, want de witloofwortels werden niet meer ziek. Ik heb me die stap dus niet beklaagd.” Terwijl Bart zich vooral met de teelt, verwerking, het aantrekken van en omgang met de vijf Roemeense seizoenarbeiders bezighoudt, volgt Ann de administratie op en kuist ze de hele dag witloof. “Goed personeel vinden wordt steeds moeilijker”, zegt Bart. “Ze werken hier van augustus tot maart.” Joris werkt intussen al twaalf jaar mee op het bedrijf in een samenuitbating met zijn ouders. Hij neemt de commercialisering van het witloof voor zijn rekening. “Het is hard werken, vandaar dat we de laatste jaren vanaf eind maart een rustperiode inbouwen, zodat we ons tijdens die periode volledig kunnen focussen op de wortelteelt”, vervolgt Bart.

De teelt start in mei met het zaaien. “Gemiddeld heeft de plant 120 dagen nodig om een goede wortel te vormen. We moeten de velden goed onderhouden en ziektes zoals sclerotinia, fytoftora en bacterierot bestrijden. De laatste jaren zijn houtduiven het grootste probleem. In oktober-november volgt het rooien. Daarvoor zetten we een loonwerker in, want we hebben onze tijd nodig om de wortelen te sorteren volgens dikte. Daarna gaan ze de frigo in, waar we ze minimum twee à drie weken in bewaren. We halen ze eruit als we ze nodig hebben om ze in te tafelen. Vervolgens gaan ze een van onze zes klimaatcellen in, waar ze de nodige warmte, water en voeding krijgen en na zo’n drie weken oogstrijp zijn. Ik dien de voeding manueel toe, omdat ik zo een betere controle heb op wat het witloof ‘eet’. Indien nodig doe ik een beroep op mijn teeltbegeleider. Nadat het witloof verwerkt en ingepakt is, is het klaar voor de voedselketen.” Bart heeft zijn hele leven haast niets anders dan witloof gezien. “Die microbe laat me niet meer los, en dat zie ik ook bij Joris. Als kleine jongen plantte hij al grondwitloof. Je moet zowat bezeten zijn van deze stiel om het nog te doen.”

Veelzijdige groente

“Gelukkig krijgen we de laatste jaren een iets betere prijs, wellicht ook doordat er diverse bedrijven gestopt zijn.” Helaas wordt er minder witloof dan vroeger gegeten; jongeren lopen er nog amper warm voor. “Het groenteaanbod is enorm uitgebreid. Witloof moet je leren eten, je moet er regelmatig van proeven”, zegt Bart. “Ik lust het graag als het lichtjes aangebakken is. Elke donderdagavond komen onze kinderen langs en dan eten we hespenrolletjes met witloof in de oven.” Naast deze onbetwistbare topper kun je witloof nog op veel andere manieren eten: rauw in een aperitiefhapje of slaatje, als hoofdgerecht in een stoofpotje, lasagne of wok … Tips hoe je witloof kunt klaarmaken, vind je op de website ‘Lekker van bij ons’.

Geleidelijke overdracht

Eind februari waren Bart en Joris gastheren voor een rassenproefavond, waar een vijftigtal telers op af kwamen. “Ik vind het belangrijk om kennis en ideeën uit te wisselen”, aldus Bart. “In de jaren 80 deden de hybride rassen zoals Zoom hun intrede. Dat was een hele verbetering en zette de deuren wagenwijd open naar hydrocultuur. Dat aanbod breidde de laatste jaren enorm uit. We telen nu vier rassen, die in veel omstandigheden productief en kwalitatief zijn.” Het kiemen is het kritieke punt. Mei en juni waren kurkdroog, dus beregenden Bart en Joris met een haspel. “Om te zaaien met het zwoel, vochtig en onweerachtig zijn”, stelt Bart. “Je moet als het ware de regen kunnen ruiken. Tijdens die momenten moet je ‘boereninstinct’ op volle toeren draaien. Het zaaien is trouwens de belangrijkste fase van de teelt.”

Joris hoopt dat hij het bedrijf geleidelijk kan overnemen. “Ik hoop dat mijn vader toch nog enkele jaren mee kan, want de tips en raad die hij me kan geven zijn onbetaalbaar.” Zullen er over tien jaar nog genoeg witlooftelers zijn? “Een buitenstaander kan geen bedrijf op hydrocultuur starten, daarvoor heb je kennis en ervaring nodig”, zegt Joris. “Maar in grondwitloof zie ik nog mogelijkheden. Daarvoor hoef je minder te investeren en kun je kleinschalig starten. Ik kan niet ontkennen dat de grondteelt me boeit. Zeg nooit nooit.”

Meer boeren in de kijker

Fruitbedrijf Vanhellemont in Meensel-Kiezegem werkt al meer dan 20 jaar met externe arbeidskrachten. De meesten van hen...
Het gemengd bedrijf van Dirk en Lut Devreese uit Zevekote ligt echt wel op de grens. Het ligt vlak bij de dorpskern, op...
Het lukt niet iedereen die ploegloos boert om weinig kluiten mee te oogsten met de aardappelen. Voor Bernard Huybrechts...