Menu

“Van al onze groenten teel ik bloemkool het liefst”

Terug naar Boer in de kijker
Sector: 
Regio: 

Koen en Hanne Callewaert-Vulsteke

Aaltrijke (West-Vlaanderen)
Koen (34) en Hanne (31) baten een gemengd bedrijf uit met vollegrondsgroenten (prei, kolen, spinazie, wortelen, bonen), vroege aardappelen en vleesvarkens. Samen met hun kinderen Juliette (6), Madeleine (4) en Rachelle (1) wonen ze in Aaltrijke.
Koen en Hanne Callewaert telen bloemkool voor de industrie.

Jan Van Bavel

Op de grens tussen Aartrijke en Torhout baten Koen en Hanne Callewaert een gemengd groentebedrijf uit. Prei en bloemkool bestemd voor de industrie zijn er de hoofdteelten. Verder hebben ze ook vroege aardappelen en vleesvarkens. Onlangs startte de oogst van bloemkool eerste vrucht. “Bloemkool wordt in West-Vlaanderen veel geteeld, meestal samen met andere groenten. De oogst is een stresserende periode, maar in een maand tijd verdienen we daar aardig onze kost mee”, zegt Koen.

Koens ouders startten in 1979 met een groentebedrijf in Roeselare en verhuisden in 1995 naar Aartrijke, waar ze een nieuw bedrijf begonnen met vleesvarkens- en een melkveestal. In 2006 stapte Koen mee in het bedrijf. “In 2011 zijn we getrouwd, kwam ik hier wonen en verhuisden zijn ouders naar een huis hier vlakbij. Intussen namen we het bedrijf over”, vertelt Hanne, die sinds 2019 bestuurslid is van de provinciale vakgroep Tuinbouw vollegrond. “Ik heb al veel bijgeleerd bij de voorbereiding van dossiers in de groenteteelt, zoals het MAP, seizoensarbeid … Vermits de melkveetak ons minder lag, kozen we voluit voor de groenten in combinatie met aardappelen en onze 2000 vleesvarkens. Dat werkt prima.”

Bloemkool en prei

Bloemkool (85 ha) en prei (35 ha) zijn de hoofdteelten van Koen en Hanne. Verder telen ze nog witte-, savooi- en spitskool, spinazie, wortelen, prinsessenbonen en aardappelen. “We kozen vooral voor een gemengd bedrijf omwille van de vruchtafwisseling, risico- en werkspreiding. We hebben een vaste buitenlandse werknemer als ploegchef in dienst. Seizoenarbeiders zetten we vooral in in de bloemkool- en preiteelt”, aldus Hanne. “Het aantal varieert van acht in het voorjaar tot zestien in het najaar.”

Hanne volgt de administratie op, maar helpt ook bij het bewerken van het land, terwijl Koen alle veld- en sproeiwerkzaamheden voor zijn rekening neemt. “Onze ouders teelden vroeger ook al bloemkool, dus was het logisch dat we daar mee voortgingen”, zegt Koen. “We planten de bloemkolen met een zesrijige Ferrari-plantmachine. Naast ons hoofdras Giewont (Seminis) telen we ook de rassen Java (Syngenta), Raoul (Hazera) en Fortaleza (Seminis). De weersomstandigheden spelen een grote rol in de teelt. Bloemkolen zijn iets beter en krokanter in het najaar, in frissere omstandigheden. Ze hebben veel water nodig. Voor de bemesting gebruik ik de mest van onze varkens, in combinatie met kunstmest in een rijenbemesting bij het planten. Na vijf à zes weken volgt een staalname om te kijken of we nog moeten bijbemesten. Om de twee weken komt Tine Maes van telersadviescoöperatie TACO langs om onze percelen mee op te volgen. Bij de eerste vrucht zijn wildschade en de aanpak van koolvliegen, rupsen en bladluizen aandachtspunten. Wildschade counteren we door netten op de bloemkoolplanten te leggen. In de tweede vrucht manifesteren zich meer bladziekten, zoals tipburn (binnenbladeren die beginnen te rotten) en valse meeldauw. Onkruid bestrijden we door te schoffelen en sproeien. De gewasbescherming wordt steeds moeilijker doordat er middelen wegvallen en nieuwe middelen vaak minder werkzaam én duurder zijn. Ook de arbeidskosten gaan omhoog. Bij de oogst snijden we de bloemkolen met twaalf personen manueel uit, waarna ze via de oogstmachine verder marktklaar worden gemaakt. Mijn vader voert de bloemkoolroosjes daarna meteen naar de diepvriesfabrieken.”

Nieuwe waterput

Door de voorbije droge zomers is beregening ook in de bloemkoolteelt een hot item. “We doen dat met twee haspels en een pompgroep, met water dat we uit onze waterput en waterlopen halen”, aldus Koen. “Verder beregent een loonwerker soms met een sproeiboom. Gelukkig was de kwaliteit van de kolen de afgelopen jaren nog goed. Maar je weet niet wat de komende zomers zullen brengen. Daarom vroegen we een vergunning voor de bouw van een nieuwe waterput – en een loods met fytolokaal – aan, zodat we bijkomend water kunnen opslaan. Intussen moeten we door de droogte water bijhalen, wat tot extra kosten en werk leidt. Door de vruchtafwisseling zijn onze percelen ook sterk verspreid.”

Diversiteit in afzet

Koen en Hanne zetten hun bloemkool en prei volledig af op de industriemarkt. “Zo’n 75% van onze afzet gaat naar diepvriesbedrijven d’Arta en Ardo. Om een goede risicospreiding na te streven, leveren we ook nog aan andere bedrijven. “Sommige bedrijven willen de roosjes graag in grote containerbakken, andere in bakken van 500 à 600 kg”, zegt Hanne. “De grote containerbakken zijn handig om af te zetten bij de afnemer en er een andere mee te nemen.” Bloemkool wordt in West-Vlaanderen graag geteeld, omdat de kostprijs voor een plant- en oogstmachine goedkoper uitvalt dan die bij de prei- en spruitkoolteelt. “De oogst is een stresserende periode, maar in een maand tijd verdienen we daar vrij goed onze boterham mee. Van alle groenten teel ik bloemkool het liefst, toch de tweede vrucht”, lacht Koen. “We zijn lid van telersvereniging Ingro, die al onze contracten met de fabrieken opvolgt. Via een kredietverzekering zijn we zeker van ons geld. Ook de GMO-steun is meegenomen. Gelukkig krijgen we de laatste jaren een betere prijs voor onze eerstevruchtbloemkolen. Al drie jaar op rij krijgen we hier 10 euro meer voor. Dat mag ook, want zeker in eerste vrucht lopen de kosten voor loonwerk (voor het transport en verspreiden van het water), wildafweer en bestrijding van de koolvlieg sterk op. Ons bedrijf is al goed gegroeid, maar stilstaan is achteruitgaan. We hebben overwogen om met vleeskippen te starten en zo wat meer ‘thuis’ in plaats van op het veld te werken. Het is ook minder weersafhankelijk. De laatste jaren kregen we te kampen met enorme droogte en hitte, waardoor het een echte uitdaging geworden is.”

Meer boeren in de kijker

Het VLIF ondersteunt landbouwbedrijven die aan innovatie doen. Dat gebeurt via de subsidie ‘projectsteun voor...
Het verhaal van geitenhouder José Noelmans uit Riemst is op zijn minst gezegd niet alledaags. Tien jaar geleden was hij...
In Leest, bij Mechelen, openden Stijn Van de Voorde en echtgenote Ann Slachmuylders twee jaar geleden een hoevewinkel...