Menu

“Ik wil kunnen zeggen dat we ervoor gevochten hebben”

Terug naar Boer in de kijker

Kobe Ruell

30 jaar
Willebringen (Vlaams-Brabant)
Kobe verloor zijn vader op zijn veertiende, nam het familiebedrijf over en weet als geen ander dat het als jongere in de sector vaak knokken is.
Net als bij veel landbouwbedrijven in de regio rond Tienen zit de suikerbietenteelt sterk verankerd in het teeltplan van akkerbouwer en vleesveehouder Kobe Ruell.

Nele Kempeneers

Net als bij veel landbouwbedrijven in de regio rond Tienen zit de suikerbietenteelt sterk verankerd in het teeltplan van akkerbouwer en vleesveehouder Kobe Ruell. Hij verloor zijn vader op zijn veertiende, nam het familiebedrijf over en weet als geen ander dat het als jongere in de sector vaak knokken is. Sinds vorig jaar prijkt zijn foto op de pakjes Tiense Suiker. “De suikerbietenteelt is enorm belangrijk voor de lokale industrie en is een mooie, duurzame teelt. Ik wil ervoor vechten, maar aan deze prijs kunnen landbouwers dit niet langer volhouden.”

Als jongere starten in de landbouwsector is geen evidentie. Kobe Ruell deed het op zijn achttiende, want vier jaar eerder verloor hij zijn vader Jef nadat die een val maakte van de strozolder. “Ik was van kinds af aan erg actief op het bedrijf. Mijn familie wou me de kans geven om eerst mijn middelbaar af te maken en daarna te beslissen of ik het bedrijf wou overnemen. Mijn moeder Gerda en ik werkten nauw samen, en ook nu is ze nog steeds een grote hulp.” Op je achttiende naar de bank stappen om een lening te vragen is een hele uitdaging. Vandaag, twaalf jaar later, is Kobe zich nog steeds erg bewust van de noodzaak om als landbouwer ook ondernemer te zijn.

Tienen suikerstad

Tienen staat bekend als de suikerstad, en dat is niet toevallig. Je vindt er niet alleen de Tiense Suikerraffinaderij, maar ook bedrijven die gespecialiseerd zijn in de veredeling en productie van suikerbietzaden en de verwerking van restproducten van de suikerproductie. “Tienen is een grote akkerbouwregio maar heeft zo goed als geen verwerkende industrie, met uitzondering van de suikerproductie. De suikerbietenteelt is enorm belangrijk voor de werkgelegenheid in de regio en met onze goede leemgrond en alle expertise die hier zit, kunnen we als akkerbouwer mooie opbrengsten behalen”, vertelt Kobe. Maar de afschaffing van het suikerbietenquotum in 2017 heeft de markt drastisch door elkaar geschud. “Het contract met de Tiense Suikerraffinaderij dat nu op tafel ligt, biedt een prijs die onder de kostprijs ligt en bindt de telers voor twee jaar. Dat is ongezien. Mijn vader en grootvader verkochten hun suikerbieten aan het dubbele van de prijs.” Als Belgisch witblauwfokker is Kobe ook een afnemer van pulp, een restproduct van de suikerraffinaderij. “Doordat de reststromen van de suikerproductie lokaal verwerkt en hergebruikt worden, is dit een mooi en duurzaam verhaal. Al zou ik mijn suikerbieten eigenlijk even goed rechtstreeks aan de koeien kunnen voeren, want ik betaal 20 euro per ton voor de bietenpulp. Dat is bijna evenveel als wat ik betaald krijg voor mijn suikerbieten.”

Openstaan voor alternatieven

Kobe is zeker niet de enige bietenteler die momenteel met de handen in het haar zit, en dat beseft hij. “Ik ben ervan overtuigd dat de wereldprijs opnieuw zal aantrekken, maar wanneer? Aan deze prijs kunnen we niet verder blijven produceren en is het vooral voor de jongere generatie moeilijk om nog langer op onze tanden te bijten. Maar wat als we massaal afhaken en de Tiense Suikerfabriek ophoudt te bestaan, samen met de andere bedrijven uit de keten? Ik wil kunnen zeggen dat we ervoor gevochten hebben.” Kiezen met je hart is mooi, maar een ondernemer denkt ook aan rendabele alternatieven. “Er zou een grote markt zijn voor biosuiker en de prijsvorming is daar een pak beter. De teelt onkruidvrij houden zonder herbiciden is echter tijdrovend en duur, en dan moet je ook de mogelijkheid hebben om (een deel van) je bedrijf om te schakelen.”

Een ander alternatief wordt onderzocht in Wallonië, waar landbouwers in Seneffe een eigen suikerverwerkingsfabriek willen oprichten. “De brief om in te tekenen voor de derde investeringsronde ligt hier op tafel”, zegt Kobe. “Ik twijfel, want het is een groot risico en Seneffe is niet bij de deur. Maar misschien kan een nieuwe fabriek wel efficiënter en economischer werken.”

Wie een pakje Tiense suiker in de kast heeft staan, ziet Kobe op de verpakking staan. “Ik vind het belangrijk om onze sector in een positief daglicht te stellen en fier te zijn op zo’n mooi lokaal product. Maar dat wil niet zeggen dat we niet mogen openstaan voor rendabele alternatieven. Uiteindelijk ben je als jonge boer ondernemer, en dan is kiezen met je hart niet eeuwig vol te houden.”

Meer boeren in de kijker

Sonja Moens en Luc De Neef baten in het Oost-Vlaamse Meldert, bij Aalst, een preibedrijf uit. “Omdat...
Heb je je altijd afgevraagd hoe zo’n CSA-boerderij ( community supported agriculture ) in de praktijk werkt? Of...
Aanleiding voor deze reportage is een telefoontje van Gerrit. Hij zaaide eind juli facelia als groenbedekker, zag de...