Menu

“Ik ga graag naar Vlaanderen, maar ik kom ook graag terug thuis”

Terug naar Boer in de kijker
Sector: 

Roger Croé

55 jaar
Raeren (Oost-België)
200 melkkoeien met jongvee, teelten: gras en mais
Melkveehouder Roger Croé is provinciaal voorzitter voor Boerenbond Oost-België. Hij vertelt hoe de bedrijfsvoering in Oost-België verschilt van Vlaamse bedrijven.

Nele Kempeneers

Melkveehouder Roger Croé is provinciaal voorzitter voor Boerenbond Oost-België en zakt dus geregeld af naar Leuven. “Het is heel fijn om naar Vlaanderen te komen, maar hier in de Luikse weidestreek voel ik me pas echt thuis.” Die weidestreek mag je letterlijk nemen, want meer dan 90% van de cultuurgrond in deze landbouwstreek bestaat uit grasland.

De Luikse weidestreek is een gebied in het oosten van Wallonië, met Eupen als bekendste stad. De streek typeert zich door het grote areaal weideland. De landbouwers zijn er voornamelijk gespecialiseerd in melkvee. Zo ook Roger Croé uit Raeren, een gemeente in Oost-België op 10 km van Aken (Duitsland). Hij nam in 1982 de 30 koeien met jongvee en 21 hectare weiland van zijn vader over en begon zo aan zijn carrière als melkveehouder.

Durven investeren

Roger werd in zijn loopbaan niet afgeschrikt door investeringen. Een jaar na de overname bouwde hij een nieuwe ligboxenstal voor 88 koeien met een kelder, en een 2x4 melkstal. Door de overname van melkquotum van 2 bedrijven in de buurt kreeg hij immers meer mogelijkheden. Midden jaren 90 was het tijd voor een nieuwe investeringsronde en werden er 2 nieuwe sleufsilo’s gebouwd. In 1999 besliste Roger dat het bedrijf nood had aan meer ruimte en er kwam een loods voor opslag van voeder en machines, samen met een potstal voor de afkalvende en melkkoeien. Ruim 10 jaar geleden kreeg Roger de kans om 410.000 liter melkquotum van een bedrijf in Montzen over te nemen, samen met 35 hectare pachtgrond. Die overname kwam op een goed moment, want de gemeente Raeren besliste om 10 ha van haar grasland te verkavelen voor de industrie. Dat alles brengt het aantal melkkoeien bij de familie Croé vandaag op 200 en 160 stuks jongvee.

De laatste investering kwam er in 2012: een nieuw gebouw voor een melkcarrousel met 50 dierplaatsen en een systeem van buitenmelken. “Dankzij de carrousel werken we veel comfortabeler. De tijd die we aan het melken spenderen, werd drastisch ingekort”, zegt Roger. “Daarvoor hebben we meer vrije tijd en een betere levenskwaliteit.”

Uitbreiden tijdens het quotum

“Het was belangrijk voor ons om te investeren in grondovername, aangezien het melkquotum gebonden was aan het aantal hectare per bedrijf”, zegt Roger. De evolutie van het aantal koeien per hectare in Oost-België onder de periode van de melkquotum is trouwens erg opmerkelijk, want de veebezetting ging tussen 1980 en 2015 met maar liefst 37% achteruit. In dezelfde periode daalde het aantal landbouwbedrijven in Oost-België met 76%. Doordat sommige bedrijven wel nog wilden groeien en de quota en dieren van stoppende boeren overnamen, verdriedubbelde het gemiddeld aantal dieren per bedrijf op 35 jaar tijd.

Vandaag heeft een landbouwbedrijf in Oost-België gemiddeld 97 runderen en bewerkt 47 hectare. Roger haalt dat gemiddelde met zijn 145 hectare landbouwgrond wat omhoog. Hij zet 30 hectare mais en 7 hectare wintergerst; de rest is grasland. “We hebben een mooi bedrijf kunnen uitbouwen, maar ook bij ons is er vaak twijfel en onzekerheid geweest”, geeft Roger toe. “Mijn ouders zijn allebei gestorven in 2014. Dat was een zware klap voor onze familie. Hun overlijden betekende ook dat ik mijn 4 zussen uit het woonhuis en 14 hectare landbouwgrond moest kopen. Toen het quotum wegviel in 2015 en de melkprijs kelderde, hield ik mijn hart vast. Gelukkig zijn we weer uit dat dal gekropen.”

Vlaamse landbouwers proberen vandaag de nieuwe, strenge richtlijnen in MAP 6 te doorgronden en in te passen in hun bedrijfsvoering. “Dat blijft Wallonië grotendeels bespaard”, zegt Roger. “Hier is de regelgeving heel wat minder streng en we reguleren de hoeveelheid stikstof per hectare door afspraken tussen landbouwers.”

Volgende generatie

Roger voedert TMR, een mix van kuilgras, mais, draf, perspulp, krachtvoer en soja. Zo nemen de dieren bij elke hap een goed evenwicht van energie en eiwit op. In de zomer krijgen de koeien weidegang rond het bedrijf. De gemiddelde melkproductie per koe zit rond de 7000 liter, met gemiddeld 45,49 g/l vet en 36,15 g/l eiwit. De melk wordt geleverd aan Arla, de Deense coöperatie in Pronsfeld, waar Roger lid en vertegenwoordiger van is. Roger koos ervoor om VLOG-melk te produceren en krijgt daarvoor 1 cent extra.

De bodembewerking en het maaien van het gras voert Roger uit met eigen machines. Voor de zaai en de oogst van de mais en het persen van het gras schakelt hij een loonwerker in. Zoon Philipp, een van de zes kinderen, voelt er wel voor om het bedrijf van zijn vader voort te zetten, maar hij werkt voorlopig nog buitenshuis bij een loonwerkbedrijf. Roger kan het werk nu nog goed de baas, samen met zijn trouwe werknemer Christoph. “Dankzij de hulp van Christoph is er meer ruimte voor ons gezinsleven”, zegt Roger.

Overweegt hij nog nieuwe investeringen? “Een nieuwe stal voor het melkvee zou geen overbodige luxe zijn. Maar dat is iets voor de volgende generatie”, klinkt het. “In het komende decennium zullen veel bedrijven zonder opvolging uitbollen en stoppen. Dat opent mogelijkheden voor de landbouwers die wel actief blijven. Ik ben ervan overtuigd dat er een toekomst is voor de melkveehouderij in de Luikse weidestreek en daarbuiten.”

Meer boeren in de kijker

Bloemkoolrijst als alternatief voor gewone rijst. Een prachtig voorbeeld van samenwerking in de keten rond het...
Voor Hugo Jacobs uit Sint-Truiden was het omschakelen naar bioteelt technisch gezien een kleine stap, omdat hij al heel...
Nadat hij verscheidene jaren als adviseur voor Aveve Veevoeding actief was, nam Marc Ceyssens in 1995 een bestaand...