Menu

“Een topervaring die ik iedereen kan aanraden”

Terug naar Boer in de kijker
Sector: 
Regio: 

Toon De Bock

21 jaar
Buggenhout (Oost-Vlaanderen)
Gepassioneerd door landbouwmechanisatie, als zelfstandige werkzaam op een groente- en melkveebedrijf.
Toon De Bock ontdekt de landbouw in het buitenland.

Gunther De Mey, AgriBevents

Toon De Bock is nog maar 21, maar hij is nu al van alle markten thuis. Hij werkt tijdens de week als zelfstandige bij een tuinbouwer, klust bij als metaalbewerker en steekt tussendoor een handje toe in het melkveebedrijf van zijn ouders. Nieuwsgierig als hij is, trok hij de voorbije twee jaar ook naar Frankrijk om te zien hoe het er daar in de landbouw aan toe gaat. “Een topervaring die ik iedereen aanraad”, klinkt het enthousiast. “Ik hield er zelfs een job aan over!” Wij trokken naar het Oost-Vlaamse Buggenhout om kennis te maken met deze veelzijdige duizendpoot.

Sinds het voorjaar van 2018 begeleidt Groene Kring jongeren die stage willen lopen op een landbouwbedrijf in het buitenland. De organisatie wil zo studenten en jonge startende boeren de kans geven om internationale ervaring op te doen.

“Dat sprak me meteen aan”, steekt Toon van wal. “Ik gaf akkerbouw als interesse door en Groene Kring bracht me vervolgens in contact met een bedrijf in het Franse departement Mayenne, de regio Pays de la Loire. Na wat heen-en-weergemail zette ik mijn laatste twijfels opzij en vertrok ik in juli 2019 voor twee weken naar Frankrijk. Best spannend, tenslotte ga je bij mensen inwonen die je helemaal niet kent. Maar Groene Kring zorgt ook dan voor ondersteuning door bijvoorbeeld te checken of je goed bent aangekomen en regelmatig te polsen of alles naar wens verloopt. Na afloop wordt er een uitgebreidere evaluatie opgemaakt.”

Toon belandde op een akkerbouwbedrijf van 130 ha waar graan, gerst, koolzaad, tarwe, zonnebloemen, erwten en vlas worden geteeld. De 30-jarige boerin Cécile houdt het bedrijf helemaal alleen draaiende. Een extra paar handen bij de graanoogst was dus meer dan welkom.

“Naar Franse normen is het een kleinschalig bedrijf. Daardoor kreeg ik meteen veel verantwoordelijkheid. Ik reed er met de dorser en na de oogst hield ik mij bezig met het breken van de stoppels en met cultiveren. De boerin was aangenaam verrast. Ze had geen ervaring met stagiairs en verwachtte eigenlijk iemand uit de stad die weinig afwist van landbouw. Uiteindelijk is het voor beide partijen zo goed meegevallen dat ik daar deze zomer opnieuw geholpen heb met de oogst. En ook volgend jaar ga ik terug.”

Alles zelf doen

Toon maakte intens kennis met de Franse akkerbouw en constateerde een enorm cultuurverschil. “Het oogstwerk is vergelijkbaar, maar zij gaan er op een andere manier mee om. Ten eerste is het er minder jachtig. In de namiddag twee uur pauze nemen om te eten of een andere boer die tijdens het dorsen langskomt met een fles champagne, dat is bij ons ondenkbaar. Ze maken zich minder snel druk als het regent en er speelt minder concurrentie tussen de bedrijven. Daarnaast valt het op dat de boeren in die streek alles zo veel mogelijk zelf doen. Ze hebben bijna allemaal een eigen dorser en doen enkel een beroep op een loonwerker als het niet anders kan. Als pure akkerbouwbedrijven hangt hun hoofdinkomen af van die ene graanoogst en ze willen het moment van oogsten zelf kunnen bepalen.”

‘s Nachts sproeien

In Frankrijk is er veel meer ruimte om aan landbouw te doen. “Vergeleken met Frankrijk doen we in Vlaanderen aan landbouw in de stad”, verwoordt Toon het. “De percelen zijn er veel groter en de mensen leven er verder uit elkaar. Als landbouwer kan je daardoor meer je eigen ding doen. De boeren worden er ook minder belast met allerlei wetgeving. PAS-brieven en dergelijke, dat kennen ze daar niet. Protest van buren bij een bedrijfsuitbreiding is er ondenkbaar. De lokale bevolking is veel meer landbouwgezind. De mensen zwaaien als je aan het werk bent. Enkel fytoproducten liggen heel gevoelig. Hoewel ze perfect legaal zijn, accepteren burgers niet dat je ze gebruikt. Er zijn zelfs boeren die doodsbedreigingen krijgen wanneer ze hun graan sproeien. Op het bedrijf waar ik werkte, wordt er daarom zelfs ’s nachts gesproeid.”

“De drempel om boer te worden is in Frankrijk veel lager”, vervolgt Toon. “Je moet bijvoorbeeld geen startercursus volgen en examens doen. De grond is er veel goedkoper. In de regio waar ik verbleef, schommelen de prijzen rond twee à drie euro per vierkante meter. Daartegenover staat wel dat de opbrengsten gevoelig lager zijn. Voor tarwe is dat normaal rond 7 à 8 ton per ha. Dat is te wijten aan de grondsoort en de bemesting. Omdat er in die regio weinig rundveebedrijven zijn, wordt er bijna uitsluitend kunstmest gebruikt en zit er weinig organische stof in de bodem. Ze schrikken als ze horen dat we voor tarwe hier gemiddeld 10 ton per ha halen. Dit jaar viel de oogst extra tegen doordat het een hele natte winter was. Koolzaad is daar in principe het meest winstgevend, maar bracht nu amper twee à drie ton per ha op. De boerin zal daarom ergens anders moeten bijwerken om de winter door te komen.”

Meer dan werken alleen

Een buitenlandse stage geeft niet alleen een bredere kijk op de landbouw, je leert ook heel wat andere dingen bij. “Frans vooral”, lacht Toon. “En je leert je plan trekken. Je wordt er opgenomen in de familie en maakt uitgebreid kennis met de lokale cultuur. We maakten regelmatig een toeristische uitstap en bezochten enkele andere landbouwbedrijven. Hoewel ik er was om te werken, voelde het voor mij aan als vakantie. Dit jaar was door corona jammer genoeg alles gesloten. Daarom ben ik maar 10 dagen gebleven.”

En het belangrijkste: Toon hield aan zijn buitenlands avontuur een job over. “Een filmpje over mijn stage op de website van Groene Kring had de aandacht getrokken van mijn huidige werkgever. Daardoor werk ik nu drie tot vier dagen per week bij een teler van spruiten, witloof en asperges. Ik doe er het veldwerk en sleutel aan de machines. Hoewel ik geboren en getogen ben op een melkveebedrijf, gaat mijn interesse vooral uit naar landbouwmechanisatie. Omdat ik van afwisseling hou, wil ik nog enkele jaren op deze weg doorgaan. En misschien richt ik ooit wel mijn eigen bedrijf op in het buitenland … maar dat is toekomstmuziek. Ik wil graag eerst nog enkele stages doen in andere landen.”

Meer boeren in de kijker

In West-Vlaanderen toont de campagne ‘Schoon boeren’ van Inagro al enkele jaren hoe onze land- en...
Raf Van Mol baat samen met echtgenote Bieke Verstappen, en met de hulp van zijn ouders, een hedendaags melkveebedrijf...
De consument vertrouwd maken met de land- en tuinbouw doe je best al op een jonge leeftijd, want ‘Jong geleerd is...