Menu

“Een koe moet niet veel produceren, ze moet passen in ons systeem”

Terug naar Boer in de kijker
Sector: 

Elena en Simone Theissen

Büllingen (Oost-België)
Biologische melkveehouderij
De term kortbegrazing is bij ons niet zo bekend, maar de zussen Elena en Simone Theissen uit het Oost-Belgische Büllingen weten er alles van.

Nele Kempeneers

Na hun studies stapten Simone en Elena in het biologische melkveebedrijf van vader René en gingen mee in zijn innovatieve aanpak, die perfect past in de omgeving van het bedrijf. “Voor ons telt de totale melkproductie in verhouding tot de kostprijs van het systeem. We willen robuuste dieren, die zich goed voelen bij intensieve beweiding.”

Simone en Elena Theissen voelen zich helemaal thuis in het rustige Büllingen in Oost-België, maar ze hebben ook andere horizonten verkend. Elena deed ervaring op in een melkveebedrijf in Nieuw-Zeeland en woonde even in Mexico. Simone verbleef een tijdje in Canada. Na hun studies beslisten de zussen om in het melkveebedrijf van vader René te stappen, al was de melkprijs erg onstabiel toen ze het bedrijf overnamen in 2017.

Om het bedrijfsmanagement van de familie Theissen te duiden beginnen we het best met te zeggen dat 40 ha van de 115 ha gras-klaverweides in de directe omgeving rond het bedrijf liggen. Elena en Simone kunnen op die manier de koeien elke ochtend en avond laten binnenkomen om te melken. “Dat gaat gemakkelijker dan je denkt”, zegt Simone. “De dieren volgen een soort vaste route, waardoor ze steeds rond hetzelfde uur in de buurt van de melkstal zijn. Het is dus wel belangrijk om op tijd klaar te staan, want anders heb je je kans gemist.” Er worden zo’n 100 koeien gemolken en de biologische melk is bestemd voor Arla.

Zo veel mogelijk op de weide

De zussen namen het bedrijf twee jaar geleden over van vader René, die in 2009 het systeem van kortbegrazing op het bedrijf geïntroduceerd had. “Het idee is dat de melkkoeien constant op hetzelfde perceel staan, waardoor het gras tussen de 3 en de 5 cm hoog blijft”, legt Elena uit. “Op die manier krijg je een zeer vaste grasbedekking en onkruid heeft amper kans om zich te ontwikkelen. Het belangrijkste voordeel is dat deze vorm van beweiding de groei van witte klaver stimuleert, waardoor de dieren veel eiwitten binnenkrijgen. Heel uitzonderlijk moeten we lokaal distels maaien.” De weides worden in principe slechts een keer per jaar bemest. “Het is belangrijk dat de grasmat van in het begin zeer kort blijft, dus gaan de koeien al in maart de weide op. Vanaf midden april blijven ze ook ’s nachts buiten. Pas begin december komen de koeien opnieuw op stal. We merken dat ze erg graag buiten zijn. Om hen voldoende gras te laten opnemen, is het cruciaal dat de beweidingsperiode zo lang mogelijk duurt.” Om alles praktisch haalbaar te houden, worden de kalvingen van de hele kudde zo veel mogelijk gegroepeerd tussen april en juni. “Dan is het voor ons heel druk, maar het werk wordt wel eenvoudiger tijdens de rest van het jaar.” Door deze aanpak zitten de koeien ook op hun maximale melkproductie op het moment dat het gras het sterkst groeit, terwijl de melkproductie terugloopt in de winter. “In die periode melken we slechts een keer per dag, waardoor er ook tijd is voor familiefeesten en voor een vakantie.” De dieren zijn gemiddeld 25 maanden oud als ze voor het eerst afkalven.

Koeien met lange leefbaarheid

“We dachten dat de korte, jonge grassprietjes een probleem zouden kunnen vormen door een tekort aan structuur, maar dat blijkt niet zo te zijn”, zegt Elena. ‘De pens werkt optimaal doordat de koeien constant kleine hoeveelheden opnemen in combinatie met grote hoeveelheden speeksel. Belangrijk is wel dat de dieren voldoende water ter beschikking hebben.”

De winterperiode wordt overbrugd met ingekuild gras en aangekocht krachtvoeder, dat ze in kleine hoeveelheden verschaffen om de koeien naar de stal te lokken (500 kg krachtvoeder per koe per jaar). “Om dit systeem te doen werken heb je geen hoogproductieve Holsteins nodig, maar kleinere, robuuste dieren met een lange leefbaarheid. Daarom kruisen we in met allerlei genetica en selecteren we streng op het jongvee dat in de kudde past.” De koeien draaien hier gemiddeld 7 lactaties mee. Met zo’n 6000 liter melk per koe ligt de gemiddelde jaarproductie niet zo hoog als we in Vlaanderen gewend zijn, maar binnen de biologische melkveehouderij in Wallonië is het een zeer mooi cijfer. “Die 6000 liter is voor ons eigenlijk niet van belang. Wat telt, is dat het systeem rendabel is, omdat onze kosten zo laag zijn.” De productiekosten schatten de zussen op zo’n 30 cent per liter (exclusief arbeid), terwijl Arla in Pronsfeld momenteel ongeveer 45 cent per liter betaalt voor de biologische melk.

De zussen willen verder werken op de weg die ze ingeslagen zijn: “We willen verder groeien door nog beter te selecteren in onze genetica en te investeren in dieren die perfect passen bij onze bedrijfsvoering.”

Meer boeren in de kijker

Fruitbedrijf Vanhellemont in Meensel-Kiezegem werkt al meer dan 20 jaar met externe arbeidskrachten. De meesten van hen...
Dirk en Katrien namen in 1995 het ouderlijke bedrijf van de familie Seys over. Na 2 jaar het bedrijf samen met de...
Julien Vlaemynck uit Nevele zei de fruitteelt in 1966 vaarwel en koos bewust voor groenteteelt onder glas. Samen met...