Menu

“Boerenjaar laat onze leefwereld zien zoals die écht is”

Terug naar Boer in de kijker
Sector: 

Benny (41) en Liesbeth (42) Bolsens-Smet

Bornem (Antwerpen)
Groentebedrijf met prei, bloem- en sluitkool, mais.
Benny en Liesbeth tonen dat groenten telen hard werken is.

Jan Van Bavel

In 2003 ruilden Benny en Liesbeth Bolsens-Smet hun vertrouwde Waasland voor een nieuw avontuur in Klein-Brabant, aan de andere kant van de Schelde. Met veel passie, werkkracht en enthousiasme toverden ze een voormalig varkensbedrijf om in een modern groentebedrijf met prei, bloem- en sluitkool. “De makers van Boerenjaar moesten ons enkele keren vragen om deel te nemen, maar uiteindelijk zijn we heel tevreden met het resultaat. Je geeft je voor een groot stuk bloot, maar de reeks brengt de sector in beeld zoals die écht is”, zegt Benny.

Aanvankelijk zou Benny het rundveebedrijf van zijn oom overnemen, maar die was op het moment dat hij er klaar voor was nog te jong. Daarna verbleef Benny via Groene Kring nog drie maanden in Denemarken, waar hij een bedrijf wou starten. “Maar Liesbeth zag dat niet zitten. Mijn schoonouders runden een preibedrijf in Sint-Niklaas, met een vaste afzet aan Carrefour. We besloten dat over te nemen, maar omdat we er niet konden uitbreiden, zochten we naar een andere locatie”, vertelt Benny. “Die vonden we in 2003 in Bornem, waar we een voormalig varkensbedrijf kochten. De vruchtbare grond leek ons perfect om groenten te telen. Prei is onze hoofdteelt (12 ha), met sinds 2013 ook bloemkool (3,5 ha). We gingen eerst voor de combinatie prei-aardbeien. Maar na acht jaar was de vergunning voor de aardbeienserre door één betwisting nog steeds niet rond, dus hebben we dat opgegeven”, zucht Benny. “Sluitkool (80 a), waaronder rode en witte savooikool, telen we eerder hobbymatig.”

‘Hé André?’

Benny en Liesbeth krijgen hulp van een viertal Belgische seizoenarbeiders, waaronder de 74-jarige gepensioneerde tuinder André Maes, die je ongetwijfeld in Boerenjaar al hebt gespot. “Een vakman met tonnen ervaring. Hij teelde zelf bloemkool en prei in Kalfort, werkte de laatste zes jaar van zijn carrière vast op ons bedrijf en bleef nadien ook geregeld naar ons komen. Toen ik bloemkool begon te telen, bracht hij me zijn teeltkennis bij. Hij vangt nu mee de arbeidspieken op en is een ideaal klankbord. In Boerenjaar zeg ik nogal veel ‘Hé André?’. Op die momenten stond ik daar niet bij stil”, lacht Benny. Ook schoonouders Luc en Jeannine helpen nog regelmatig mee op het bedrijf.

“Via BelOrta leveren we onze prei aan Carrefour. Ook onze bloem- en sluitkool gaan naar de veiling en verder hebben we ook een beperkte thuisverkoop. We voeren vooral bussels soepprei aan. Ik pas mechanische onkruidbestrijding toe. Door de droogte in de voorbije zomers hebben we vooral last van tripsen, waar geen sterke gewasbeschermingsmiddelen meer tegen zijn. Via een goede rassenkeuze proberen we dit wat te compenseren. Mede doordat bloemkool ook een watergevoelig gewas is, investeerde ik in december in een dieptedrainage voor waterwinning voor twee percelen.” Benny voert alle veldwerkzaamheden zelf uit.

Arbeidsintensieve teelten

“Bloemkool en prei zijn heel arbeidsintensieve en onvoorspelbare teelten, mede door extreme weersomstandigheden. Dat maakt het heel moeilijk om een goede werkplanning op te stellen. We planten bijna om de twee weken bloemkool om constant te kunnen aanvoeren op de veiling. Vooral in het voorjaar planten we heel veel, daarna veel minder om de combinatie met de prei mogelijk te houden. Van eind mei tot half juli is heel hectisch voor ons: winterprei planten, zomerprei en bloemkool oogsten, de laatste bloemkolen planten, de piek in gewasbescherming …” De uitbraak van de coronacrisis had een serieuze impact op het bedrijf van Benny en Liesbeth. “De eerste drie weken van de lockdown werkten we bijna dag en nacht, omdat de bestellingen bleven binnenstromen. De Belg greep terug naar de vertrouwde basisproducten, en prei is daar zeker een van.”

Met de billen bloot

Hotel Hungaria, het productiehuis van Boerenjaar, vroeg Benny al in 2019 om aan het programma mee te werken. “Maar ik kende het toen nog niet en ons seizoen was al achter de rug. Vorig jaar klopten ze opnieuw aan. Ik stond er niet om te springen, maar stemde toch toe, want ik vond de eerste reeks heel mooi en correct in beeld gebracht. We wilden ook tonen dat de prei en bloemkool er niet zomaar komen, dat daar veel werk in kruipt. Ze hebben hier eerst een proefaflevering gedraaid. Ik zeg meestal waar het op staat, dat speelde wellicht mee in de keuze voor ons. Het was een leuke ervaring, we hebben een heel andere wereld leren kennen. Maar we vonden het ook een risico, want bij momenten ga je met de billen bloot. De bouw van onze nieuwe loods, die ons werkgemak én werkplezier vergroot, is een hele verhaallijn geworden. Ze is tussen begin oktober en half december opgetrokken, constant met de cameraploeg in onze nek. Soms was ik ze beu en was er veel overtuigingskracht nodig om iets te filmen, maar dat weten ze”, lacht Benny.

Jezelf bezig zien

Benny en Liesbeth bouwden een band op met de cameraploeg, maar gaven wel een stuk van hun privéleven op. “Net als bij ons is het voor hen vaak keihard werken. Ze waren best flexibel, want ze hebben veel in de weekends gefilmd. Helaas was er geen ruimte om iets te tonen van we doen in onze vrije tijd. Door de coronacrisis konden ze de Dodentocht (wandeltocht van 100 km) die hier passeert, niet in beeld brengen. Ik zet dan altijd enkele bakken bier op een vrachtwagen; het is hier dan heel sfeervol … Ik had liever niet dat er in Boerenjaar cijfers werden genoemd, maar uiteindelijk zeg ik ook dat we eens een donkerrood financieel jaar hebben gedraaid. Dat is nu eenmaal de boerenstiel … De verhaallijn rond stagiair Robin De Prins, de zoon van schorsenerenteler Julien De Prins uit Leest, vind ik leuk. Robin is heel gedreven. Je ziet in de reeks dat het goed klikt tussen ons. Soms zie ik precies mezelf bezig toen ik zo oud was … Boerenjaar toont écht onze leefwereld, die voor veel kijkers heel raar zal overkomen. Maar als boer of tuinder kun je je perfect inbeelden wat je collega vertelt of meemaakt. Het is vooral een feelgoodprogramma, negatieve ervaringen worden niet meteen getoond. Maar het is heel herkenbaar, en dat is ongetwijfeld de sterkte van het programma …”

Meer boeren in de kijker

Met een beredeneerde gewasbescherming en de inzet van wkk’s, dubbele energieschermen en diffuus glas, proberen...
Groenteteler Alfons Van Hulle volgde eind vorig jaar de cursus Agrocoach rond tewerkstelling van personeel. "Je moet...
Rik Notebaert nam in 1992 het toenmalige hopbedrijf over van zijn grootouders. Vier jaar later stapte Katrien mee in...