Menu

“Als je iets doet, doe het dan goed ofwel niet!”

Terug naar Boer in de kijker
Sector: 
Regio: 

Dirk Cerpentier en Hilde Van Moer

Koewacht (Stekene, Oost-Vlaanderen)
Varkens, mais (CCM), tarwe en aardappelen.
Familie Cerpentier engageert zich ook buiten het bedrijf.

Patrick Dieleman

De ‘Week van de Vrijwilliger’ was de aanleiding om op zoek te gaan naar een boerengezin dat ook geëngageerd is buiten hun bedrijf. Dat is niet moeilijk binnen Boerenbond, want onze organisatie wordt gedragen door honderden vrijwilligers. Maar de meesten willen daar niet mee uitpakken. Toen ik Dirk en Hilde Cerpentier uit Stekene polste of ze wilden meewerken aan deze reportage, reageerden ze ook zo. Wellicht hebben ze toch toegestemd omdat we mekaar goed kennen, maar ook omdat ze een hands-on-mentaliteit hebben – van ‘vastpakken als het nodig is’. Dat engagement trekken ze ook door in hun varkensbedrijf.

“Onze ouders pushen ons niet om bij te springen”, vertelt Femke, “maar ze verwachten wel dat we uit onszelf aangeven wanneer we ruimte hebben.” Hilde vult aan dat ze toch wel graag hebben dat er in de vakantie iemand kan bijspringen in drukkere periodes. “Onze Tim, bijvoorbeeld, is al afgestudeerd en gaat uit werken. Doordat hij zijn verlof regelt naar ons vijfwekensysteem, geeft het ons wat meer ademruimte.”

Dirk heeft eigenlijk altijd geweten dat hij wilde boeren. Hij volgde de landbouwschool en kreeg al de kans om zelfstandig te starten toen hij pas 22 was. “Mijn oudere broer Herman wilde het melkvee overnemen. Mijn vader was toen zestig en gaf aan dat hij wilde stoppen. Ik heb toen de varkens overgenomen.” Twee andere broers van Dirk, Paul en Wilfried, waren al veel eerder elders met een eigen varkensbedrijf begonnen. Hilde studeerde toen nog, maar toen ze een halfjaar was afgestudeerd als industrieel ingenieur landbouw, vervoegde ze Dirk.

Gesloten bedrijf

In het vijfwekensysteem, waarin ze werken, wordt er gespeend op 3,5 weken. De weken van insemineren, werpen en spenen zijn druk, maar tussendoor hebben ze ook twee rustigere weken. Ze werken met Hypor-zeugen. Om zo weinig mogelijk vreemde dieren binnen te halen, kopen ze maximaal twee keer per jaar zeugen aan, waaruit ze met gericht sperma hun zeugen fokken. Het vervangingspercentage ligt rond 50%. Iedere zeug werpt gemiddeld net iets minder dan 2,5 keer. Sam, die agro- en biotechnologie studeert, volgt mee die cijfers op. Hij zou later de boerderij graag overnemen. De biggen worden deels ter plekke afgemest en voor een groot deel op een tweede bedrijf, enkele kilometers verderop. “We hebben dus strikt genomen geen echt gesloten bedrijf, maar sanitair bekeken wel”, legt Dirk uit. De twee moeilijkste taken zijn volgens hem het dekmanagement en het werpen. Volgens Hilde heeft Dirk enorm veel feeling voor bronstdetectie. “Ik moet mijn zeugen elke dag zien”, vertelt hij. “Dan lukt het best om te zien welke zeugen bronstig zijn. Voordat we met groepshuisvesting begonnen, liep ik ook elke dag achter de zeugen, om te kijken of hun vulva gezwollen stond. Ik kon er toen ook gemakkelijk zeugen tussenuit halen die verwierpen. Met groepshuisvesting is dit moeilijker. Rust in de stal is enorm belangrijk.” Toeval of niet, Hilde trekt de kop wanneer het over het werpen gaat. Dirk merkt op dat ze een enorm geheugen heeft om direct te weten bij welke zeugen er kleinere biggen kunnen bijgelegd worden. “Ik heb een visueel geheugen”, reageert Hilde, “maar ik mag geen dag missen, of de film is niet compleet – omdat ik de zeugen die dan geworpen hebben niet heb gevolgd.” Ze bevestigt dat varkenshouderij met goede technische resultaten topsport is. “Maar waar is dat niet? Dat is in de melkveehouderij ook zo. Het zit in kleine dingen. Van een zeug die slecht eet moet je de voederbak schoonmaken, zodat haar eten niet verzuurt. Zeker wanneer de prijzen slecht zijn moeten we ons extra inspannen om het verlies zo klein mogelijk te houden.” Dirk vult aan dat een varkenshouder niets mag uitstellen. “Als je zegt dat je een klein mankement straks wel zal oplossen, dan is de kans groot dat het niet gebeurt.”

Engagement

Dirk en Hilde waren beiden actief in een KLJ-bestuur: Dirk in Stekene, waar hij mee de KLJ nieuw leven hielp inblazen, en Hilde in Nieuwkerken-Waas. Dirk was ook in het bestuur bij Groene Kring. Hoe hij in het bestuur kwam van de bedrijfsgilde, waarvan hij nu voorzitter is, kan hij zich niet precies herinneren. “Dat moet gebeurd zijn vanuit de landelijke gilde, waarin we met enkele vrienden vanuit de KLJ waren doorgestroomd.”

Doordat Hilde zich met Dirk in Stekene vestigde, zette ze een punt achter haar engagement in Nieuwkerken. Toch gaan ze jaarlijks nog met die KLJ-vriendengroep op weekend. “Ik heb kort met enkelen geprobeerd een jongerenwerking van KVLV Stekene op te starten, maar de respons was toen beperkt.” Hilde was meer dan tien jaar secretaris van het overkoepelend schoolbestuur van de lagere scholen van Stekene. Toen ze – nadat de kinderen daar al een tijdje weg waren – ondervond dat ze de voeling met de school kwijtraakte, is ze daarmee gestopt. “Als ik iets doe, wil ik dat goed doen ofwel niet.” Ze richt haar drive nu op haar bedrijf en gezin, wellicht tot er hier of daar een nieuwe nood opduikt.

Zowat iedereen in het gezin heeft zich op een of andere manier ook wel ingezet voor het bouwen van het nieuwe lokaal van KLJ-Moerbeke, waar Femke nu hoofdleidster is. Net als veel andere ouders, bestuursleden en oud-leden ging dat over meehelpen in acties voor fondsenwerving, maar ook praktisch bij het afwerken van het nieuwe lokaal en het afbreken van het oude. Ondertussen is dat zo goed als klaar, en in gebruik voor zover de maatregelen het toelaten. Tijd voor nieuwe uitdagingen?

Meer boeren in de kijker

Paul en Annie Demyttenaere-Degroote
In Zonnebeke baten Paul en Annie Demyttenaere-Degroote een groentebedrijf uit met prei, sluitkool, knolselder en...
Jan Verlinden runt een gesloten varkensbedrijf. Hij teelt zelf graan en mais bestemd als varkensvoeder. Nu zoon Thomas...
Zondag is het Moederdag, en dus een bloemendag – voor ons een uitgelezen reden om Rik en Chantale Dhaese-Van...