Menu

Zorg in coronatijden

Terug naar Actualiteit
Sector: 
Regio: 
Handgeklap om acht uur ‘s avonds, witte lakens en vlaggen … Zowat alle Vlamingen deden wel eens iets om hun appreciatie voor onze verpleegkundigen, bejaardenhelpers, dokters en andere zorgverstrekkers in de verf te zetten. Sommige zorgverleners combineren deze zorg met die voor een landbouwbedrijf thuis. Veerle Dieleman uit Boekhoute (Assenede) is een van hen.

Patrick Dieleman

Veerle heeft samen met haar man, Peter De Smet, een melkveebedrijf. Trouw aan haar opleiding en roeping als verpleegkundige werkt ze halftijds voor Wit-Gele Kruis Ertvelde. Ze staat in voor de avondzorg bij patiënten aan huis in het noorden van het Meetjesland.

Het begin van de crisis

Er is veel veranderd sinds de coronamaatregelen. “We gaan nu binnen met een mondmasker aan, maar onze handhygiëne is bijna ongewijzigd. We waren de laatste twee jaar sterk bezig met onze accreditatie door NIAZ, een kwaliteitsborgingssysteem voor zorginstellingen. Je kan dat voor een stuk vergelijken met IKM voor de melkveehouders. Het lastenboek schrijft voor dat je bij elke patiënt minstens vier keer de handen ontsmet: bij het binnenkomen, bij de start van de zorg, soms nog eens extra tijdens de zorg, na de zorg en bij het buitengaan. Het is anekdotisch, maar om de verspreiding van ziektekiemen te voorkomen lieten we een pompje met handontsmetting bij de patiënt staan. Sinds de crisis zijn we daarmee gestopt. We ondervonden dat ze telkens op waren, omdat iedereen ze gebruikt, of zelfs dat ze verdwenen. We mogen nu onze spuitentas en onze verbandtas niet meer meenemen bij de patiënt, en ook onze tablet niet. Daardoor kunnen we de registraties in het EVD, het elektronisch patiëntendossier, niet meer uitvoeren. Daarom is de accreditatie ‘on hold’ gezet. De proefaudit was voorzien voor eind maart, maar de auditeurs konden niet meerijden.

Ik vind dat onze organisatie van in het begin goed heeft ingezet op de veiligheid van patiënten en medewerkers. We kregen beveiligingsmateriaal en ook instructiefilmpjes over het aan- en uittrekken van schorten en maskers. We droegen al mondmaskers voor het verplicht werd. Bovendien kregen we dagelijks, en nu nog wekelijks, een corona-update met alle nieuwe maatregelen en nieuws. We worden hierin dus goed begeleid.”

Het wekelijkse informeel contact met de rechtstreekse collega’s is weggevallen. “Dat valt tegen”, zegt Veerle met nadruk. Ze voelt de nood om te kunnen reflecteren en ventileren. Een individueel gesprek met de teamcoach is gelukkig wel nog mogelijk. En het grote driewekelijkse teamoverleg zal nu online doorgaan. Maar Veerle mist het echte contact: “Het is soms nodig om dingen die je telefonisch niet kwijt kan op die manier te ventileren. Maar ik zit in een fantastisch team met geweldige collega’s en we kijken uit naar de volgende bijeenkomsten.”

De patiënten

De patiënten reageren al bij al heel positief. “Ik vind dat ze enorm appreciëren wat we doen. Maar zelf hebben ze het moeilijk, omdat ze hun familie niet kunnen zien. Ik heb het wel al meegemaakt dat bij een patiënt kinderen en/of kleinkinderen op bezoek waren. Dan moeten wij hen erop aanspreken dat dit eigenlijk niet kan. Ik vind dat heel erg, maar het is nodig voor de gezondheid van de patiënt en ook voor die van ons. Maar op de meeste plaatsen gebeurt dat correct. Ik voel wel dat dat gemis lastig wordt. Sommige patiënten krijgen alleen ons te zien. Ook voor ons weegt dat. Uit schrik voor besmetting hebben enkele patiënten – onder meer kankerpatiënten, die hoogrisicopatiënten zijn – ervoor gekozen om tijdelijk geen verpleging aan huis te krijgen en de zorg zelf op te nemen. Die mensen worden nu wel wekelijks of tweewekelijks opgebeld. Als het niet meer lukt wordt de zorg onmiddellijk weer opgestart.”

De mooiste ervaring in deze crisistijd? Veerle hoeft daar geen seconde over na te denken. “Het applaudisseren. Ik maakte enkele keren mee dat de buren van een patiënt naar buiten kwamen om te klappen op het moment dat de torenklok acht uur sloeg.” Veerle geniet nog na wanneer ze het vertelt. “Ik kom ook bij een niet corona gerelateerde palliatieve patiënt, die met de weinige kracht waarover hij nog beschikte zachtjes applaudisseerde. Dat heeft me enorm aangegrepen. Heel veel patiënten zijn enorm begripvol, maar je hebt uiteraard altijd uitzonderingen. Sommigen kunnen het echt niet begrijpen dat we niet even bij hen kunnen zitten. Om hen en onszelf te beschermen moeten we de tijd bij een patiënt beperken. Er is geen tijd om snel een koffie te drinken. We mogen ook ons masker niet afzetten. Dan moet je echt gestructureerd nee zeggen.”

Besmetting

De bevestigde coronapatiënten komen op een aparte cohortlijst en worden verzorgd door collega’s van Veerle die uitgerust zijn met extra beschermende kledij. “Dat sluit het risico uit dat we andere patiënten besmetten. Als we verdachte patiënten hebben, krijgen we een aparte schort en een eendenbekmasker. Tot nu toe was het telkens loos alarm. Bij ons zeggen ze dat we moeten handelen alsof iedere patiënt potentieel besmet is. Dat is ook de reden dat onze veiligheidsmaatregelen zo uitgebreid zijn.”

Veerle bevestigt dat een potentieel besmette patiënt iets doet met de zorgverlener. “Je treedt dan buiten het gewone. Je moet dan een speciaal masker opzetten en speciale beschermingskledij aantrekken. Je stapt daar binnen met een ander gevoel. Ergens wil je dat niet, want je wil die patiënt even goede zorg bieden als anders. Die patiënt is ziek. Maar als die hoest, probeer je toch enigszins uit de buurt te blijven. Aan de ene kant stap je daar opgelucht buiten, en aan de andere kant wil je dat niet.[PD1]  Dat is een heel raar gevoel, je wil die patiënt niet anders bekijken. Het went, eens je dat een paar dagen doet. Maar ik realiseer me dat het ook vreemd is voor onze patiënten, als we bij het eerste bezoek binnenkomen met een masker op.”

Ik voel dat het gemis van hun familie lastig wordt voor mijn patiënten.

Veerle Dieleman

En het bedrijf?

Naar het bedrijf toe heeft Veerle wel wat schrik dat ze op haar ronde een besmetting zou oplopen en daardoor onbewust Peter zou besmetten. “Als Peter ziek zou worden en in het ziekenhuis zou belanden, dan kan ik niet meer gaan werken. Dan moet ik hier volop meedraaien op ’t hof. En hulp krijgen in coronatijden is ook niet evident. Die wisselwerking tussen mijn werk en het bedrijf hebben we uiteraard ook buiten coronatijden. Het gebeurt af en toe dat ik ’s avonds na mijn ronde nog moet bijspringen in de stal – omdat er iets is voorgevallen of omdat het heel druk is op ‘t land. Dat moet dan, ook al zou ik liever even op mijn gemak zitten om te reflecteren. Aan de andere kant geeft ons bedrijf – ondanks de soms drukke dagen – ook een goede afwisseling en tegengewicht voor mijn werk als verpleegkundige. Het buiten werken en samenwerken met Peter is voor mij heel positief om de stress van mijn werk kwijt te geraken.”

Peter krijgt minder bezoek. Voorlichters en handelaars blijven weg. “Het lastigste is dat nu alles online of via de telefoon moet, in het bijzonder de oppervlakteaangifte. Toen de maatregelen doorgevoerd werden, waren we net bezig met het installeren van de nieuwe melkrobots. Gelukkig is dat mits de nodige social distancing voltooid geraakt. Ik heb die mensen wel verplicht om hun handen te wassen, wanneer ze gingen eten of koffie drinken. We hadden ook papieren handdoeken voorzien. Mijn achtergrond als verpleegkundige speelt dan. Peter begrijpt de coronamaatregelen, maar met afstand houden heeft hij moeite. Hij snapt dat allemaal wel, maar vergeet dat gemakkelijk, ook omdat hij weinig bezoek krijgt op het bedrijf. Toch blijf ik hem attenderen op die veilige afstand. Ondanks deze crisis blijft mijn job als verpleegkundige mij de nodige energie geven om er dagelijks voor te gaan!”

Deel deze pagina: 

Meer informatie

Regio: 
Sector: