Wordt Limburg één groot park?

14 januari 2022

Vorige donderdag werd bekend gemaakt welke plaatselijke coalities verder mogen werken aan de uitbouw van hun plannen omtrent een nationaal of landschapspark.

Van de 13 kandidaten om een landschapspark uit te bouwen werden er 7 goed bevonden, en 6 van de 10 kandidaten om een nationaal park te realiseren. Opvallend is dat van de 13 weerhouden kandidaten er 6 uit Limburg komen. Het lijkt er op dat men van Limburg één groot park wil maken.

De weerhouden Limburgse kandidaten

In Limburg stelden zich 5 coalities kandidaat in de categorie landschapspark. Enkel De Wijers werd niet weerhouden. Voeren, Haspengouw, Maasvallei en Kempenbroek behoren tot de 7 weerhouden kandidaten. Het Nationaal park Hoge Kempen en Bosland in Noord Limburg werden samen met 4 andere kandidaten weerhouden in de categorie nationaal park. Al deze weerhouden kandidaten stappen nu in een traject voor de  opmaak van een masterplan en operationeel plan voor hun gebied, waarvoor ze begeleiding en financiële steun krijgen. ​Op het einde van het begeleidingstraject, eind maart 2023, worden alle plannen door een jury beoordeeld.  ​In een laatste stap, midden 2023, volgt dan de eigenlijke erkenning.  Nationaal park Hoge Kempen zal daar zeker bij zijn. Daarnaast komen er 3 nieuwe nationale parken en 3 nieuwe landschapsparken.

Juryrapport

Uit het juryverslag in verband met de landschapsparken vallen volgende elementen op. Voor Voeren Grenzeloos Boccagelandschap vraagt de jury dat in het masterplan dat nu moet opgemaakt worden, de wijze van het behalen van de Natura2000-doelstellingen explicieter aan bod komt. Verder vraagt de jury dat er voldoende aandacht moet gaan naar de rol van en de kansen binnen de (verbreding van de) landbouw. Dit kan positief zijn als men zich hier niet beperkt tot enkel de verbreding. Die zelfde beoordeling van de jury vinden we ook bij Rivierpark Maasvallei. De jury vraagt echter ook om de link met het nationaal park Hoge Kempen meer uit te werken alsook de mogelijke uitbreiding van de perimeter met enkele randzones. Bij Kempenbroek vindt de jury dat de scherpe grens tussen intensieve landbouw en de natuurgebieden moet weggewerkt worden. Men wil daar gaan naar natuurinclusieve landbouw waar wij ons veel vragen bij stellen. Idem wat betreft de vraag van de jury om de zuidelijke grens te verschuiven naar de rand van het Kempisch plateau. Met andere woorden aansluiten richting Nationaal Park Hoge Kempen. Bij het project Hart van Haspengouw staan in het juryverslag een aantal elementen waarbij wij ons ernstige vragen omtrent de relatie tussen zulk een project en de gangbare wetgeving. Het gaat hierbij onder meer om de vraag van de jury dat er een duidelijke ambitie moet zijn met betrekking tot landbouwtransitie richting natuurinclusieve landbouw, en dat er een uitbreiding dient te komen van de natuurkernen ook buiten de speciale beschermingszones. De juryverslagen voor de kandidaat nationale parken is veel uitgebreider. Na een eerste beraadslaging vond de jury de conceptnota voor het Nationaal Park Hoge Kempen (NPHK) onvoldoende. Na aanpassingen kwam er een tweede jurering. Hierbij valt op dat alhoewel er een netto oppervlakte natuurkern is van 12000 ha, waarmee men al de doelstelling van 10.000 ha na 20 jaar bereikt heeft, toch voorstelt om de zone natuurontwikkeling (ZNO) en de zone omgevend landschap (ZOL) binnen de perimeter te leggen. De ZOL beslaan meer dan 5000 ha en werden in het masterplan van het NPHK in 2019 benoemd als impulsgebieden, waarvan met toen zei : "een landschappelijk impulsgebied is een gebied buiten, maar grenzend aan de perimeter van het nationaal park” en verder "de aanwijzing van een landschappelijk impulsgebied stelt het actuele legale gebruik en de bestemming niet in vraag."  "De afbakening is indicatief." Dit is iets heel anders dan wat de jury nu voorstelt. Nochtans is dat masterplan toen voorgelegd en goedgekeurd door minister Demir.

Bij het project Bosland vraagt de jury om een extra inspanning te leveren op vlak van aanduiding van zones voor natuurontwikkeling (ZON) ter ondersteuning van de natuurkernen. Alsook de vraag om de niet samenhangende delen duidelijk ruimtelijk te laten aansluiten of te schrappen. Het feit dat deze niet aansluiten zal vaak te maken hebben met het gegeven dat de tussenliggende gebieden in landbouwgebruik zijn. Omtrent het valleigebied van de Bolliserbeek en de Dommel zegt het juryrapport dat dit gebied weinig inhoudelijke en ruimtelijke linken heeft met de Natuurkern Pijnvencomplex. Verder vindt men onder andere het aangewezen om de vallei van de Zwarte Beek mee op te nemen en heeft men twijfels bij het inkleuren van herbevestigde agrarische gebieden als ZOL.

Wettelijk kader

Van in het begin heeft Boerenbond bij minister Demir aangegeven niet akkoord te kunnen gaan met de methodiek van “projectwerking”. We hebben meermaals aangedrongen op de opmaak van een helder, rechtszeker en gedragen kader waarbij duidelijke afspraken zouden worden vastgelegd in overleg met de verschillende Vlaamse administraties en met het middenveld. Maar hier is men nog altijd niet willen op ingaan.

Onze vragen bij de landschapsparken

Boerenbond wil garanties krijgen dat de toekomstkansen van alle land- en tuinbouwbedrijven niet gehypothekeerd worden, en dus gevrijwaard moeten blijven. Dat er enkel op basis van vrijwilligheid en stimulering kan worden samengewerkt. Dat er geen nieuwe beperkende maatregelen worden opgelegd. Dat aan de landbouwsector in het kader van de opmaak van een masterplan, het akkoord zal gevraagd worden betreffende maatregelen die gevolgen kunnen hebben voor de aanwezige landbouw. Dat de secundaire doelstelling bij landschapsparken met name het , “Inzetten op hulpbronnenefficiënte en klimaatbestendige landbouw” en het “inzetten op versterken van het lokaal ondernemerschap” in samenspraak met landbouw concreet worden gemaakt. En dat er lokale participatietrajecten worden opgestart met de lokale landbouwers.  Gezien de plaatselijke samenwerking die Vlaanderen beoogt met dit initiatief vragen wij dan ook dat de plaatselijke coalitie zal reageren (o.a. binnen het Vlaams Parkenbureau) wanneer er daarbovenop toch nog initiatieven van de Vlaamse overheid zouden komen omtrent nieuwe beperkende maatregelen voor de land- en tuinbouw in het werkgebied van een landschapspark.  

Voor Boerenbond is het absoluut belangrijk dat deze garanties worden mee opgenomen in het  Masterplan en de vijfjaarlijkse operationele plannen van een landschapspark.

Onze vragen bij de nationale parken

De gebiedscoalitie moet heldere afspraken maken omtrent de garanties ten aanzien van land- en tuinbouw binnen de perimeter van het nationaal park alsook aangrenzend. Dit moet goed uitgewerkt worden in het masterplan. De volgende punten dienen hierbij aan bod te komen.

  • De perimeter voor de natuurkernen en voor de zone natuurontwikkeling mogen geen landbouwgebied bevatten. In de zone voor omgevend landschap dient het landbouwgebied beperkt te worden tot een absoluut minimum.
  • Om zo snel mogelijk zicht te krijgen op de impact van het nationaal park op de aanwezige landbouw moet er een landbouweffectenrapport (LER) worden opgemaakt. Hierbij moet aandacht zijn voor de rol van de landbouwsector binnen een termijn van 20 jaar.
  • Wij willen geen uitrookbeleid. Wanneer landbouwzetels als ‘enclave’ worden aangeduid (dus niet behorend tot het nationaal park maar een zonevreemd of zone-eigen eiland gelegen in de natuurkern of zone voor natuurontwikkeling) dan moet duidelijk omschreven worden wat het toekomstperspectief is voor deze bedrijven.
  • Wij vragen een onmiddellijk flankerend beleid. In het andere geval dreigen de aanwezige landbouwbedrijven het slachtoffer te worden van een gefaseerd beleid inzake aankoop en inrichting en mogelijks van een terughoudend vergunningenbeleid en andere beperkende maatregelen.
  • Wij vragen garanties voor de verdere toekomstmogelijkheden van de landbouwbedrijven gelegen in de “zones voor omgevend landschap”.
  • Wij vragen het opstarten van trajecten met de landbouwers die binnen de perimeter van een nationaal park actief zijn.