Menu

Wijzigingen vergroening vanaf 2018

Terug naar Actualiteit
Sector: 
Regio: 

Vanaf de campagne 2018 zijn er enkele belangrijke wijzigingen aan de vergroeningsvereisten gewasdiversificatie en ecologische aandachtsgebied (EAG). De belangrijkste wijzigingen worden in dit artikel opgesomd. Alle wijzigingen zijn ook gebundeld in de fiche ‘Nieuw in de verzamelaanvraag 2018’ op de website van het departement Landbouw en Visserij, onder Nieuwigheden, veelgemaakte fouten en tips of op de vergroeningspagina’s www.vlaanderen.be/landbouw/vergroening.

Vrijstelling van gewasdiversificatie en EAG

Enkele vrijstellingsvoorwaarden voor de maatregelen gewasdiversificatie en EAG werden geharmoniseerd. De minimale oppervlakte bouwland blijft wel verschillend, namelijk 10 ha voor gewasdiversificatie en 15 ha voor EAG. De voorwaarde dat het resterende bouwland niet meer dan 30 ha mag bedragen, valt weg. Een landbouwer is nu vrijgesteld voor zowel gewasdiversificatie als EAG, op voorwaarde dat:

  • meer dan 75% van het areaal bouwland wordt gebruikt als grasland, braakliggend land, voor de teelt van vlinderbloemige gewassen, of voor een combinatie van deze;
  • meer dan 75% van het subsidiabel landbouwareaal grasland is (zowel blijvend grasland als grasland op bouwland).

Ook de opmerkingen op het e-loket zijn aangepast aan deze wijziging.

Ecologisch aandachtsgebied

Vanaf 2018 zijn er ook wijzigingen rond de invulling van EAG. Deze wijzigingen worden hieronder kort opgesomd. Voor meer gedetailleerde informatie over de voorwaarden per type EAG, kan je de fiches raadplegen op www.vlaanderen.be/landbouw/vergroening.

Landschapselementen. De landbouwer kan vanaf 2018 ook heggen aangeven als EAG. Deze kunnen aangegeven worden met teeltcode 4 en zitten dus in één groep met de houtkanten. Een heg wordt ingetekend als apart perceel, moet grenzen aan bouwland en is maximaal 2 m breed.

Ook bomenrijen langs bouwland kan je als landbouwer vanaf 2018 aangeven als EAG en dit met de nieuwe teeltcode 10.

De grachten krijgen vanaf 2018 een hogere omzettingsfactor van 2,5 waardoor 1 m gracht meetelt als 5 m² EAG.

Bufferstroken. Bufferstroken vanaf 1 meter langs alle waterlopen, -vlakken en -lijnen uit het decreet Integraal Waterbeleid tellen mee  voor EAG. Op e-loket komen deze voor in de lijst van potentiële EAG voor percelen bouwland die grenzen aan een waterloop, -vlak of -lijn. Ze moeten wel nog door de landbouwer geselecteerd worden.

Wil je een bredere bufferstrook (> 1 meter) langs een waterloop aanhouden en selecteren voor EAG, dan moet jej deze als akkerrand intekenen.

Akkerranden. Vanaf 2018 kan de landbouwer ook akkerranden breder dan 20 meter aangeven als EAG. De akkerrand telt wel maar voor maximaal 20 meter mee voor EAG. Deze kunnen net als vroeger aangegeven worden met de gespecialiseerde productiemethode ‘AKR’ of op percelen met een beheerovereenkomst van de VLM van het type RB of SBP (randenbeheer).

Stroken subsidiabel areaal langs bosranden. Vanaf 2018 geldt er een verbod op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op de eerste meter van de bosrand met productie. De bosrand zonder productie heeft vanaf 2018 géén maximale breedte meer.

Groenbedekkers

De aanhoudingsperiodes voor groenbedekkers zijn gewijzigd naar volgende data:

  • Polders en Duinen: inzaaien vóór 20 augustus en minstens aanhouden tot en met 15 oktober;
  • Leemstreek: inzaaien vóór 1 oktober en minstens aanhouden tot en met 30 november;
  • Zandleemstreek en andere: inzaaien vóór 1 november en minstens aanhouden tot en met 31 januari;

In de zomer verschijnt er net als de vorige jaren een persbericht over de uiterste inzaaidata van de groenbedekkers.

Vanaf 2018 mogen ook vlinderbloemigen in onderzaai aangegeven worden als EAG groenbedekker en dit met de nieuwe teeltcode 661.

Stikstofbindende gewassen

Vanaf 2018 geldt er een algemeen verbod op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij EAG stikstofbindende gewassen. Ook het gebruik van met gewasbeschermingsmiddelen gecoat zaad is niet toegestaan. De wegingsfactor van stikstofbindend gewas is verhoogd naar 1, waardoor 1 m² stikstofbindend gewas meetelt voor 1 m² EAG.

Een mengsel van een stikstofbindend gewas en niet-stikstofbindend gewas is toegelaten, mits het stikstofbindend gewas gedurende de gehele aanhoudingsperiode overheersend aanwezig blijft. Het stikstofbindend gewas dient als hoofdteelt te worden aangegeven.

Deel deze pagina: