Menu

Wijzigingen aan de vergroening

Terug naar Actualiteit
Sector: 
Regio: 

We overlopen de belangrijkste wijzigingen aan de vergroeningsvereisten van gewasdiversificatie en ecologisch aandachtsgebied (EAG). Je vindt alle wijzigingen ook gebundeld in een fiche over de verzamelaanvraag op www.vlaanderen.be/landbouw/verzamelaanvraag.

Vrijstelling van gewasdiversificatie en EAG

Enkele voorwaarden om vrijgesteld te worden van de maatregelen voor gewasdiversificatie en EAG werden geharmoniseerd. De minimale oppervlakte bouwland blijft wel 10 ha voor gewasdiversificatie en 15 ha voor EAG, maar de voorwaarde dat het resterende bouwland niet meer dan 30 ha mag bedragen, valt weg. Je bent nu dus vrijgesteld van gewasdiversificatie én EAG als:

  • meer dan 75% van je bouwlandareaal gebruikt wordt als grasland of braakliggend land, al dan niet gecombineerd met de teelt van vlinderbloemige gewassen;
  • meer dan 75% van je subsidiabel landbouwareaal grasland is (blijvend grasland of grasland op bouwland).

De opmerkingen op het e-loket werden aangepast aan deze wijziging.

Ecologisch aandachtsgebied

We overlopen hier kort de wijzigingen rond de invulling van EAG. Je vindt meer gedetailleerde informatie, met de voorwaarden per type EAG, in de fiches.

  • Landschapselementen. Je kunt nu ook heggen die grenzen aan bouwland aangeven als EAG. Omdat ze in dezelfde groep zitten als de houtkanten, geef je ze aan met de teeltcode 4. Je tekent ze in als een apart perceel, dat maximaal 2 m breed is. Bomenrijen langs bouwland kan je nu aangeven als EAG, met de nieuwe teeltcode 10. De grachten krijgen nu de hogere omzettingsfactor 2,5, waardoor 1 m gracht meetelt als 5 m² EAG.
  • Bufferstroken. Bufferstroken vanaf 1 m langs alle waterlopen, watervlakken en waterlijnen uit het decreet Integraal Waterbeleid tellen mee voor EAG. Je vindt bouwlandpercelen die grenzen aan een waterloop, -vlak of -lijn in de lijst van potentiële EAG’s op het e-loket. Je moet ze wel nog zelf selecteren in je verzamelaanvraag. Als je langs een waterloop een bredere bufferstrook (> 1 m) wilt aanhouden als EAG, moet je die als akkerrand intekenen (zie hieronder).
  • Akkerranden. Je kunt nu ook akkerranden breder dan 20 m aangeven als EAG. Ze tellen wel maximaal mee voor 20 m mee. Je kunt ze net als vroeger aangeven met de gespecialiseerde productiemethode AKR of op percelen met een beheerovereenkomst van de VLM van het type RB (randenbeheer) of SBP (soortenbeschermingsplan).
  • Subsidiabele stroken langs bosranden. Op de eerste meter van een bosrand met productie mag je geen gewasbeschermingsmiddelen meer gebruiken. Een bosrand zonder productie heeft nu geen maximale breedte meer.
  • Groenbedekkers. In de tabel vind je de geldende aanhoudingsperiodes voor groenbedekkers. Je mag nu ook vlinderbloemigen in onderzaai aangeven EAG Groenbedekker, met de nieuwe teeltcode 661.
  • Stikstofbindende gewassen. Voor EAG ‘Stikstofbindende gewassen’ geldt er een algemeen verbod op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen én van zaad dat gecoat is met gewasbeschermingsmiddelen. Doordat de wegingsfactor van stikstofbindend gewas verhoogd werd naar 1, telt 1 m² stikstofbindend gewas mee voor 1 m² EAG. Een mengsel van een stikstofbindend en een niet-stikstofbindend gewas is toegelaten, op voorwaarde dat het stikstofbindend gewas tijdens de hele aanhoudingsperiode overheersend aanwezig is. Je moet het stikstofbindend gewas als hoofdteelt aangeven.

Tabel. Aanhoudingsperiode groenbedekkers

  Inzaaien voor ... Minstens aanhouden tot ...
Polders en Duinen 20 augustus 15 oktober
Leemstreek 1 oktober 30 november
Zandleemstreek en andere 1 november 31 januari

 



 

 


Raadpleeg de fiche op ‘Nieuw in de verzamelaanvraag 2018’ (Nieuwigheden, veelgemaakte fouten en tips) of de vergroeningspagina’s.

Lees ook 'Waterlopen in de verzamelaanvraag'

 

Deel deze pagina: