Wet op oneerlijke handelspraktijken is geen eindstation

11 januari 2022

Afgelopen 25 december werd hij geboren én van kracht: de Belgische wet op oneerlijke handelspraktijken. Hoewel het kerstekind welgekomen is en een noodzakelijke stap vormt richting eerlijke handelsrelaties binnen de primaire sector, verdient de omzetting van de Europese richtlijn slechts bescheiden wierookgezwaai. De bescherming kon beter, en verdere stappen zijn noodzakelijk.

Evoluties in de voedingsketen hebben als effect dat de scheeftrekking in marktmacht nijpender is dan ooit. De omvang van de retail maakt dat bijna alles wat land- en tuinbouwers produceren via slechts vijf inkoopkantoren naar de consument gaat. De retail heeft via deze vijf inkoopkantoren een enorme poortwachtersfunctie en aarzelt niet om die macht te gebruiken. Dat leidt tot misbruiken ten koste van de boer. Notoire voorbeelden van dat misbruik zijn retailers die hun leveranciers ‘uit solidariteit’ eenzijdig en retroactief een korting van enkele procenten opleggen. Ook kortingen in de trant van 1+2 gratis maken het onmogelijk dat de schakels eerder in de keten hier hun brood mee kunnen verdienen.

Breed verspreid

Maar het gaat breder dan deze extreme voorbeelden. Uit een enquête van Boerenbond uit 2015 bleek dat negen op de tien land- en tuinbouwers al op oneerlijke handelspraktijken was gebotst. Wat geldt voor Vlaamse boeren, geldt voor heel Europa. Het Joint Research Centre – de wetenschappelijke dienst van de Europese Commissie – kwam na een bevraging bij meer dan 1000 melkveehouders in vijf landen tot de conclusie dat maar liefst 96% van de ondervraagden in aanraking was geweest met oneerlijke handelspraktijken door hun grootste afnemer. De belangrijkste klacht bij deze boeren was dat ze geen enkele bescherming genoten indien de koper er niet in slaagt het contract na te komen. Oneerlijke handelspraktijken ontstaan vooral door ontbrekende, onduidelijke of onvoldoende uitgewerkte voorwaarden in de contracten. In de landbouwsector is het daarenboven nog vaak de gewoonte om weinig tot niets op papier te zetten. Louter de verplichting aan de schakels in de keten om erg gedetailleerde contracten te gebruiken, is echter geen garantie op het regelen van eerlijke handel, stelt het onderzoek. Maar het kan wel helpen.

Vangnet verdween

De toenemende machtsconcentratie in enkele machtige handen kan als een natuurlijke evolutie gezien worden van bedrijven die schaalvoordelen realiseren door steeds groter te worden, en die vervolgens hun gewicht gebruiken om nog gunstigere voorwaarden af te dwingen. Maar de regelgever is evenmin vrij van verantwoordelijkheid. Door de GLB-hervorming sinds 1992 werd de prijsondersteuning via interventieprijzen voor graan en vlees, maar later ook voor melk, verlaten. Het ontbreken van dergelijk vangnet leverde de boeren nog meer over aan de grillen van de markt.

Ketenoverleg

Met het wegvallen van een wettelijk kader dat de primaire sector economisch ondersteunde, werd eerst gerekend op vrijwillige initiatieven om uitwassen tegen te gaan. Sommige lidstaten namen zelf wetgevende initiatieven. Frankrijk en Spanje waren bij de voorlopers. In ons land nam de agrovoedingsketen in 2009 in volle zuivelcrisis zelf het heft in handen. Dat leidde in 2010 tot het ketenoverleg en een door alle schakels in de keten ondertekende gedragscode over wat goede handelsafspraken zijn. “Het ketenoverleg heeft zijn verdiensten, maar het is wat het aanpakken van oneerlijke handelspraktijken betreft na deze gedragscode niet verder geraakt dan het zetten van de agenda voor interprofessioneel overleg en een methodiek om generieke kwaliteit af te bakenen”, aldus Pieter Verhelst, die vanuit Boerenbond bij het ketenoverleg betrokken is. Dat was toch al iets, gezien het strenge kader van de wet op de mededinging, wat tot discussies leidt waarover ketenpartners mogen onderhandelen. Als overkoepelend orgaan was het ook moeilijk voor de ondertekenaars om bij misbruik individuele bedrijven echt tot de orde te roepen.

Eerste afnemer bepaalt

Het sectorale interprofessioneel overleg is een geschikter kader om voor elk product verdere afspraken te maken. De generieke lastenboeken zijn hier een voorbeeld. Europa biedt met het faciliteren van de oprichting van producenten- en brancheorganisaties ook middelen en een rechtszeker kader om dat te doen. De leidde tot de oprichting van onder meer de brancheorganisaties Belpatato, Pork.be en Milk.be. Brancheorganisaties brengen in eerste instantie landbouwers samen met hun afnemer. Retail is daar meestal niet bij betrokken. “Je zou dat een zwakte kunnen noemen, maar uiteindelijk doet de landbouw in hoofdzaak zaken met zijn eerste afnemer.”

Europese richtlijn

Feit blijft dat het in brancheorganisaties ook om vrijwillige samenwerkingen gaat. Dat maakt het overlegmodel traag en overtreders op het matje roepen blijft moeilijk. Lidstaten zoals Frankrijk hebben een lange traditie in het ondersteunen van interprofessioneel overleg en tonen zich bovendien bereid om oneerlijke handelspraktijken bij wet te verbieden. Ook op Europees niveau werd de beweging ingezet, wat uiteindelijk in 2019 leidde tot een Europese richtlijn rond oneerlijke handelspraktijken. EU-lidstaten kregen tot november 2021 om deze in nationale wetgeving om te zetten en van kracht te laten worden. Voor ons land werd het nog een maand langer wachten.

Zwarte en grijze lijst

Centraal in de Europese richtlijn en de Belgische vertaling ervan staan twee lijsten: een zwarte en een grijze lijst. De zwarte lijst noemt een aantal praktijken die voor nieuwe contracten sinds 25 december 2021 in België verboden zijn: het eenzijdig of retroactief wijzigen van contractvoorwaarden, het laattijdig annuleren van bestellingen, late betalingen en dreigen met commerciële vergelding. Ons land verduidelijkte en legde de maximale termijn voor betalen vast op 30 dagen en verbiedt het annuleren van bestellingen op minder dan 30 dagen voor levering. Daarnaast is er een grijze lijst van praktijken die verboden zijn, tenzij er hierover een duidelijk en voorafgaand akkoord is gesloten. Voorbeelden hiervan zijn het neerleggen van het risico van onverkochte producten bij de leverancier, of het aanrekenen van kosten voor de koper voor marketing, reclame en uitstallen. Bij promoties voor land- en tuinbouwproducten moeten ook de duur, de verwachte verkoop en de bijdrage van de leverancier vooraf goed omschreven zijn.

Noodzakelijke eerste stap

Dat het wetgevend kader er op Europees en nationaal niveau is, is zonder meer goed nieuws. Maar toch vallen er kanttekeningen te maken. Europa stelde in haar richtlijn dat de bescherming voor oneerlijke handelspraktijken niet echt nodig is voor bedrijven met een omzet hoger dan 350 miljoen euro. Lidstaten kregen echter de vrijheid om die norm omhoog te trekken of te laten vallen. Een aantal landen liet die vallen, Duitsland legde de norm op 4 miljard euro, en ons land … behield de norm van 350 miljoen. Er is een uitzondering gemaakt voor erkende producentenorganisaties die boven die norm uitkomen, maar in de praktijk kunnen enkel de veilingen hiervan profiteren. Coöperatieve zuivelverwerkers verhandelen doorgaans als privaat bedrijf en missen dus deze bijkomende bescherming. Private zuivelverwerkers en een aantal grote spelers in de aardappelverwerkende sector overstijgen de drempel. Naast de lobby van de retail speelde de vrees bij politici dat consumptieprijzen zouden kunnen stijgen door het verbieden van een aantal bedenkelijke handelspraktijken. “Voor Boerenbond is de discussie over eerlijke handelspraktijken niet alleen een discussie over het billijk verdelen van de taart, maar ook over de grootte van de taart. De consument moet inderdaad meehelpen die taart groter te maken. Op consumentenniveau kunnen slechts enkele centen meer een wezenlijk verschil maken voor de boer”, verduidelijkt Pieter Verhelst.

Snel verder debat aangaan

De hoop is dat zowel Europa als ons land verder gaan op de ingeslagen weg. De eerlijke marktwerking wordt op het hoogste niveau gegarandeerd door antitrustwetgeving. Op het laagste niveau – de relaties tussen voedingsbedrijven en hun afnemer – is er nu een eerste aanzet met de wet op de oneerlijke handelspraktijken. Wat ontbreekt is een tussenliggend wetgevend kader dat het interprofessioneel overleg ketenbreed versterkt waarbij ook grenzen worden gelegd aan dumpingprijzen. De kapstokken zijn er. Het federaal regeerakkoord voorziet een debat over een wet ter bescherming van de landbouwprijzen. Europa werkt aan een voorstel voor een wetgevingskader voor duurzame voedselsystemen. “Het is een debat dat snel moet worden aangegaan. Als exportland kunnen we ons enerzijds geen verstikkend keurslijf opleggen dat marktevoluties blokkeert, maar anderzijds moeten we binnen elke sector betere afspraken kunnen maken rond contractuele voorwaarden die ook de marges van de boer beter bewaken en een faire vergoeding voorzien voor extra inspanningen op vlak van duurzaamheid. Boerenbond zal hiervoor aan de kar blijven trekken.”

Het werk is nog niet af

Pieter Verhelst, lid Hoofdbestuur Boerenbond: “De Europese richtlijn en de omzetting naar Belgisch recht hadden we nodig. Het is jammer dat ons land niet zoals zoveel andere Europese lidstaten de drempel van 350 miljoen euro heeft laten vallen. Wij missen ook duidelijke wettelijke grenzen aan schadelijke superpromoties. Promoties hebben zeker hun waarde, maar er zijn grenzen. Graag hadden we ook afspraken die in het interprofessioneel overleg gemaakt worden, maar gebroken worden, als oneerlijke handelspraktijk gezien. Europees is het werk nog niet af. Via Copa ondertekenden we mee de Europese gedragscode voor verantwoorde bedrijfsvoering en marketingpraktijken in de voedingssector. Ook de voedingsindustrie en retailers ondertekenden dit. Wij zullen hier via Copa blijven hameren op de economische duurzaamheidscomponent die nadrukkelijk mee is opgenomen in de gedragscode. Ook hier is de opstap naar een Europees wetgevend kader wenselijk en dat staat gelukkig ook op de radar.”

Centraal in de Europese richtlijn staan een zwarte en grijze lijst. Voor Boerenbond gaat het ook over de grootte van de taart.