Werkbare oplossingen nodig voor gebruik gewasbeschermingsmiddelen

Dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen sterk onder druk staat is geen nieuws. Land- en tuinbouwers weten als geen ander hoe belangrijk het is er heel bewust mee om te gaan om ze ook in de toekomst te kunnen blijven gebruiken om planten te beschermen. Het voorstel van de overheid om bufferstroken langs waterlopen uit te breiden om zo meer middelen in het aanbod te houden, dreigt echter een te grote impact te hebben op landbouwers en hun productieareaal.

Wat geneesmiddelen zijn voor mensen, zijn gewasbeschermingsmiddelen voor planten. Je gebruikt er liefst zo weinig mogelijk van, want het kan resistentie in de hand werken en kost ook heel wat geld. Maar of het nu gaat om fungicide, insecticide, acaricide of herbicide: op bepaalde momenten in het teeltseizoen zijn ze cruciaal om te kunnen bijsturen en de kwaliteit en kwantiteit van de oogst te helpen beschermen. Het is eigenlijk het laatste redmiddel om het gewas gezond te houden.

Driftreducerende maatregelen

Door normoverschrijdingen in grond- of oppervlaktewater en bijkomende wetenschappelijke kennis, maar vaak ook door maatschappelijke en politieke – soms emotionele – beslissingen komen gewasbeschermingsmiddelen steeds meer onder druk te staan. Nochtans zijn deze middelen op bijzonder veel criteria getest in Europa vooraleer ze hier op de markt mogen komen. Eens op de markt moeten zij zelfs periodiek een evaluatie ondergaan zodat steeds met de meest actuele normeringen rekening wordt gehouden. Landbouwers doen al heel wat inspanningen om aan die maatschappelijke zorgen over gewasbeschermingsmiddelen tegemoet te komen. Door het hanteren van de principes van duurzaam gebruik van middelen via het verplichte Integrated Pest Management (IPM) bijvoorbeeld. Dat kan gaan van aandacht voor de weersomstandigheden en rijsnelheid tot werken met de juiste spuitdruk, juiste spuithoogte en aangepaste sproeidoppen. Sinds 2023 is 75% driftreductie trouwens verplicht, in 2026 verhoogt dit naar 90%. Door zo sterk in te zetten op driftreductie is wetenschappelijk aangetoond dat drift nog slechts beperkt bijdraagt aan ongewenste vervuiling richting het leefmilieu.

Puntvervuiling vermijden

Niet alleen drift (het vervliegen of uitspoelen van gewasbeschermingsmiddelen tijdens het spuiten) is een risico. Ook het vermijden van puntvervuiling door bijvoorbeeld morsen van een product of het schoonmaken van de spuitmachine is cruciaal. Meer dan de helft van de normoverschrijdingen door gewasbeschermingsmiddelen is hier aan toe te wijzen. Eén gram actieve stof is immers al voldoende om 10.000 m3 liter water te verontreinigen. Anders gezegd zijn twee druppels van een gewasbeschermingsmiddel voldoende om een meer te verontreinigen met een oppervlakte van 1 ha en een diepte van 1 meter. Gelukkig zijn er om dit te voorkomen ook heel wat maatregelen die landbouwers nemen. Handelingen met gewasbeschermingsmiddelen op een onverhard terrein uitvoeren bijvoorbeeld, want bodemorganismen breken deze producten makkelijk af waardoor ze niet uitspoelen. Maar ook na de toepassing de spuitmachine op het veld spoelen is een goed idee, hiervoor maak je gebruik van je schoonwatertank en bij voorkeur ook een intern spoelsysteem. Bij het vullen van het spuittoestel mag de aanzuigleiding niet gecontamineerd zijn met gewasbeschermingsmiddelen. Bovendien moet het spuittoestel bij gebruik van een aanzuigleiding uitgerust zijn met een terugslagklep. Nulrisico bestaat niet, maar preventief kunnen we al heel wat aanpakken.

Boerenbond 2024APRIL DEF2.jpg
Hoe zit dat met bufferzones?

In ons land weet elke landbouwer dat er ook rekening moet gehouden worden met bufferzones. Die zijn verplicht langs alle waterlopen en bedragen in principe 1 meter, tenzij het gaat om waterlopen die blauw zijn ingekleurd in de verzamelaanvraag of voor verticale bespuitingen. In die twee gevallen ben je verplicht een bufferstrook van 3meter aan te houden. De bufferstrook van 1 meter mag niet beteeld zijn, maar je mag er wel gras of bloemen inzaaien. Via beheerovereenkomsten kan je hier in sommige gevallen een vergoeding voor krijgen. Belangrijk is dat het etiket van gewasbeschermingsproducten nog eens een bijkomende verplichting bevat over hoe ver je van een waterloop moet blijven. Zo mag er in de meeste gevallen dus wel een teelt staan maar mag je deze in de aangegeven breedte niet spuiten. Deze productspecifieke bufferstroken variëren van 2 tot 30 meter. Door driftreducerende technieken te gebruiken kan je deze afstand vaak verkleinen. Lees altijd goed het etiket zodat je geen vergissing begaat ten opzichte van de generieke bufferstroken die altijd van toepassing blijven.

Overheid wil verstrengen

De federale overheid is al geruime tijd bezig om te bekijken op welke manier er nieuwe maatregelen kunnen worden genomen om te vermijden dat er nog meer gewasbeschermingsmiddelen uit het aanbod verdwijnen. Ze werken daarvoor samen met het Agentschap Landbouw en Zeevisserij en ook in het Napan (Nationaal Actie Plan) zijn hiervoor specifieke acties opgenomen. Het eerste voorstel dat enkele jaren geleden door de overheid op tafel werd gelegd, ging over het invoeren van een ruime algemene bufferstrook langs alle waterlopen. Deze enorm ingrijpende maatregel zou enorme schade berokkenen aan de rentabiliteit van landbouwbedrijven en heel wat landbouwgrond waardeloos maken. Ongeveer 18% van het landbouwareaal zou in een bufferzone voor gewasbeschermingsmiddelen terechtkomen. Het werd dan ook snel, onder andere door Boerenbond, van tafel geveegd. Een andere aanpak is cruciaal. Nu komt het beleid met een nieuw voorstel waarin men een bufferzone wil combineren met een minimaal percentage driftreductie, met als resultaat een lijst van gewasbeschermingsmiddelen die je in dat geval nog mag gebruiken en welke hun erkenning verliezen.

Geen haalbaar voorstel

Een eerste concreet voorstel in dit kader zou neerkomen op een algemene bufferstrook van 3 meter in combinatie met een 75% driftreducerende techniek zoals driftreducerende doppen, eventueel in combinatie met een sleepdoek of luchtondersteuning. Na analyse van Boerenbond is het snel duidelijk dat dit voorstel niet werkbaar is voor onze landbouwers. In de aardappel- en spruitkoolteelt bijvoorbeeld zou dit neerkomen op een verlies van minimaal een derde van de erkende actieve stoffen. Ga je naar 90% driftreductie, dan verlaten nog steeds een zesde van de actieve stoffen het aanbod. Hoewel de impact het grootst is op de herbiciden, zijn ook de gevolgen voor insecticiden en fungiciden groot. In de perenteelt verliezen we 45% van de insecticiden bij een bufferstrook van 3 meter en een driftreducerende techniek van 90%. Ook fungiciden zouden in deze teelt zwaar aan banden worden gelegd. Een generieke bufferstrook van 3 meter langs alle Belgische waterlopen zou uiteraard ook een grote impact hebben op het areaal landbouwgrond waarop voedsel kan worden geteeld. Sommige groentetelers dreigen zo meer dan 10% van hun productieareaal te verliezen.

Landbouwer kind van de rekening?

Boerenbond en zijn leden pleiten dan ook voor een wetenschappelijk onderbouwde socio-economische impactanalyse voor men zou verdergaan met dit wetsvoorstel. Zowel op economisch als op sociaal vlak dreigt de impact op landbouw hier onderschat te worden. Telers en wetenschappers geven aan dat teelten uit Vlaanderen zullen verdwijnen, dit kan toch niet de bedoeling zijn in een regio die zowel wat bodem als klimaat betreft het meest geschikt is om gewassen te telen. Daarnaast kan het niet zijn dat opnieuw landbouwgrond waardeloos dreigt te worden en dat de boer hier alleen voor moet opdraaien. Landbouwers moeten vergoed worden voor de inkomsten die ze met deze nieuwe wetgeving dreigen te verliezen. Daarnaast is het ook cruciaal dat de nieuwe bepalingen uit het Mestactieplan dat in 2025 in werking zal treden meegenomen worden in dit verhaal, om te vermijden dat er opnieuw een kluwen aan regels ontstaat die niet op elkaar afgestemd zijn.

Polariseer minder over gewasbescherming

Pieter Van Oost, adviseur Plantaardige Productie: "Boerenbond stelt vast dat een objectief wetenschappelijk gebaseerd debat over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen zeer moeilijk is geworden. Als zelfs biologische telers zich nu ernstige zorgen maken over producten die voor hen potentieel verdwijnen, moeten we kapstokken zoeken om aan de maatschappij uit te leggen wat het nut is van gewasbeschermingsmiddelen bij een correct gebruik. Dit is net zoals geneesmiddelen voor mensen of dieren, als je die niet nodig hebt ga je ze ook niet gebruiken.

Landbouwers verwachten ook betere advisering over gewasbeschermingsmiddelen zodat bij advisering duidelijk is wat afwijkende gebruiksvoorschriften zijn ten opzichte van de standaardwetgeving. Cruciaal is wel dat landbouwers niet alles in één keer kunnen aanpakken. Nu we stappen zetten om puntvervuiling aan te pakken, willen we dit alle kansen en voorrang geven. Het lijkt alsof de boodschappen uit de boerenprotesten nog niet overal even goed doorgedrongen zijn …"