“We maken er ook dankbaar gebruik van voor onze lessen”

28 september 2021

Het hart van de Werktuigendagen ligt voor een stukje op de schoolhoeve Axelwalle. De ploeg van de organisatie strijkt daar al enkele maanden voor de beurs neer om er hun kantoor te vestigen en alles van ter plaatse voor te bereiden. Maar het is wel degelijk een schoolhoeve. We vonden het een goed idee om eens te spreken met de ploeg die daar dag in, dag uit instaat voor het praktijkonderwijs van de land- en tuinbouwschool Bernardustechnicum. Onze gesprekspartners waren Joris De Cock en Robin Haegeman.

Joris gaf ooit les aan Robin, die nu de tuinbouwpraktijk leidt op de schoolhoeve Tivoli. Maar hij woont op Axelwalle, staat in voor de permanentie en coördineert er samen met Joris alle activiteiten. Een eigen melkveestapel vraagt om permanentie. Wie de verantwoordelijkheid opneemt voor de schoolhoeve moet goesting hebben om te boeren. Robin en ook teeltleider Tom hebben interesse om dat op termijn te doen. En ook Joris combineert de school met zijn eigen landbouwbedrijf.

Praktijklessen

De leerlingen komen telkens voor een halve dag naar Axelwalle, waar ze praktijklessen krijgen en ook technische vakken in een van de klaslokalen. In de derde graad komt iedere leerling een week inwonen. Zo ervaren ze ook wat het is om ’s nachts op te staan voor een kalving. Het weer kan je niet maken. Zo gebeurt het wel eens dat het mooi weer is in de paasvakantie, en er plots veel moet gebeuren op het land. “We vinden altijd wel vrijwilligers onder de leerlingen. Ze rijden graag met de tractor“, weet Joris. “We ondervinden veel betrokkenheid. De keuze voor deze studies maak je niet zomaar! Je moet hier soms werken in minder gemakkelijke omstandigheden, het is soms zware arbeid, maar je zit in de open ruimte …” Joris wijst naar buiten. Op de binnenkoer zijn enkele leerlingen van het vierde jaar gehuld in overall en laarzen aan het voetballen zijn tijdens hun pauze.

Axelwalle heeft een vijftigtal melkkoeien, die een meerwaarde betekenen voor de opleiding, en 20 ha ruwvoederteelten. Er is ook wat graan, meestal wintertarwe, en 1,5 ha veldbonen. “Het graan wordt geplet en gemengd met de veldbonen, zodat we wat eigen krachtvoeder winnen. Als firma’s, bijvoorbeeld een zaadfirma, een nieuwigheid wil demonstreren, stappen we doorgaans snel mee om het uit te proberen”, vertelt Joris.

Boeren met de Werktuigendagen

Op de vraag hoe de cohabitatie verloopt met de Werktuigendagen (WTD) reageert Joris dat ze steeds moeten doorgeven hoeveel mais ze nodig hebben. Gras is geen probleem, dat staat er. Die grasstroken moeten we al een jaar voordien inzaaien. We verliezen dan oppervlakte voor mais. Via de WTD wordt dan een regeling getroffen met collega-boeren, waarbij we kunnen aankopen om aan voldoende mais te geraken. Het is telkens een hele puzzel om de vorm van de percelen aan te passen aan de behoeften van de firma’s, bijvoorbeeld om te zorgen dat de mais van elke zaadfirma achter de toekomstige stand staat. Speciaal dit jaar is de demonstratie met mengvoederwagens. We moeten daarvoor mais uitkuilen en dienen uit te rekenen of de finale mengeling met gras een goeie combinatie is voor onze dieren. We bekeken ook de bewaarbaarheid en gaan dat voeder inpakken in balen. Weggooien zou verspilling zijn. Eerst gingen vier machines demonstreren, maar het zijn er uiteindelijk acht. Drie keer mengen (met een proefmenging op vrijdag die gefilmd wordt), maal 16 m³, dat is een behoorlijke hoeveelheid.”

Het inkuilen van de mais, wat altijd tijdens de WTD gebeurt bij wijze van demonstratie, gebeurt door de demonstrerende loonwerkers. “Het nadeel is dat we inkuilen op maat van de WTD. In het verleden hebben we daardoor onze mais soms te laat geoogst. Dit jaar bestaat het risico dat het drogestofgehalte te laag zal zijn. We zullen onze rantsoenen daarop moeten aanpassen. Dat brengt soms wat extra kosten mee, maar anderzijds moeten we het loonwerk niet betalen. Een bijkomend probleem is de heterogeniteit, ik denk dat er bijna honderd verschillende maisrassen zijn, van hele vroege tot hele late. We moeten onze ruwvoederproductie altijd over 2 jaar bekijken.” Robin wijst op de structuurschade. Er moet gedemonstreerd worden in alle weersomstandigheden en het veelvuldig bewerken in hetzelfde jaar is ook niet echt bevorderlijk voor de bodemstructuur. Joris heeft alle edities meegemaakt en denkt dat er maar twee waren, waarin zich problemen met bodemvochtigheid hebben gesteld. “De rest viel best mee. Hoewel er soms wat slecht weer was bij het opbouwen of afbreken.”

Betrokkenheid

En hoe kijken de leerlingen aan tegen de WTD op hun school? “Ze komen dan heel graag naar hier”, reageert Joris. “De laatste twee weken staat alles in functie van de beurs. Ze zien het materiaal toekomen. Maar ook maanden voordien zijn er firma’s die nieuwe rassen en soms speciale gewassen inzaaien. Denk aan de stand van het ILVO met al die eiwithoudende gewassen of de groenten van het PCG. Alle proeven liggen aan onze achterdeur, we maken daar dankbaar gebruik van voor onze lessen. De leerlingen mogen ook meehelpen. Ze hebben bijvoorbeeld prei en sla geplant. Dat benadert ook meer hoe het in de realiteit gebeurt. Het blijft dan niet beperkt tot een kleine hoeveelheid.” Robin wijst ook op de machines die ze zo te zien krijgen. “Die kunnen wij ons als school niet permitteren. De firma’s zijn vaak ook bereid om zelf uitleg te geven. Het is voor ons als leerkracht een groot voordeel om wat nauwere contacten te hebben en veel mensen te leren kennen.” Joris beaamt dat dit ook een hulp is om studiereizen te organiseren in binnen- en buitenland. “Je hebt direct de juiste persoon. We kunnen dankzij de WTD toch ook wat reclame maken voor onze school.” Robin wijst op de drukte die het meebrengt. “Privacy hebben we niet meer, maar de tevredenheid is telkens groot, wanneer we op zondagavond met leerkrachten, leerlingen en wat leden van het schoolbestuur de WTD kunnen afsluiten in de tent.”