Francis

"We lieten onze trouwe werknemers weten dat ze hier welkom zijn"

29 maart 2022

Elko Fruit is de naam van het bedrijf van broer en zus Koen en Els Francis in Sint-Truiden. In 2017 werkten de fruittelers voor het eerst met Oekraïense werkkrachten op hun bedrijf. Een samenwerking die beviel, en sindsdien kan de familie Francis elk jaar rekenen op seizoenarbeiders uit Oekraïne. Op dit moment verloopt dat wel heel bijzonder. Een aantal mannelijke arbeiders dat naar België wilde vertrekken, mocht het land niet uit. Koen en Els zetten hun deur open voor de echtgenotes en vrouwelijke familieleden van hun werkkrachten, zodat zij in Sint-Truiden een plek vinden waar ze tot rust kunnen komen.

Het familiebedrijf is het levenswerk van vader Ghislain Francis. Hij startte in 1979 als fruitteler, zonder ook maar één hectare grond. In 2005 stapte zoon Koen mee in het bedrijf, in 2014 dochter Els. “We zijn stelselmatig uitgebreid”, vertelt Koen. “Nu bewerken we 140 ha en we houden alles zelf in handen. We bewerken onze plantages zelf, doen zelf de sortering én de bewaring.

Daarnaast hebben we ook nog een kleine loonwerkactiviteit met het plaatsen van hagelnetten. We geloven sterk in clubrassen, zoals Kanzi, waarvan we 45 ha hebben staan. We telen ook peren, en om het risico te spreiden zijn er de laatste jaren meer kersen bij gekomen. Zo kunnen wij ons seizoen optimaal indelen en medewerkers schuiven tussen de verschillende takken.

Voorlopig loopt dat goed, natuurlijk is het in een onvoorspelbare markt koffiedik kijken hoe de toekomst er zal uitzien. We zetten sterk in op de handel en verdelen ons over verschillende markten. Het zou mij geen goed gevoel geven om vast te zitten aan één afnemer. Wij nemen zelf de verantwoordelijkheid voor de verkoop.

De ambitie om rechtstreeks supermarkten te beleveren, hebben wij niet. Ik geloof dat het belangrijker is om te werken met de juiste tussenpersonen, dan te proberen die tussenpersonen te ontlopen. Wij zijn in eerste instantie nog altijd een productiebedrijf. Onze focus ligt op het produceren van een kwaliteitsvol product, en dat dan zo goed mogelijk aan te prijzen.”

Seizoenarbeiders essentieel

Koen, Els en Ghislain staan in voor het management van het bedrijf. Ze kunnen ook rekenen op enkele vaste medewerkers die al vele jaren deel uitmaken van het team.

Deze vaste equipe wordt aangevuld met seizoenarbeiders: bij het sorteren, snoeien en dunnen zijn dat er een zestigtal, tijdens de pluk kan het aantal oplopen tot wel 150 mensen. “Vroeger kwamen bijna al onze seizoenarbeiders uit Polen. Nu is het enkel nog een vast groepje Poolse mannen dat al meer dan 15 jaar naar hier komt. Zij doen dit werk echt met hart en ziel.

En ook uit Roemenië kunnen we elk jaar rekenen op enkele terugkerende werkkrachten. Toen er in 2017 uitzonderlijk veel dunwerk was, deden wij voor het eerst beroep op een firma die met Oekraïense arbeiders werkte. Daaruit zijn veel contacten gekomen en sindsdien hebben wij op ons bedrijf elk jaar Oekraïense seizoenarbeiders.”

Francis

Meerderjarige mannen mogen het land niet meer uit.

Vast in Oekraïne

“De samenwerking met de Oekraïners is altijd vlot verlopen. Het communiceren is net wat moeilijker omdat velen van hen geen Engels of Pools spreken. En vooral de papierwinkels is enorm: documenten, arbeidsvergunningen, accommodatie … Els houdt zich bezig met de administratie en zij heeft er de handen mee vol.

Bovendien zijn Oekraïners beperkt tot 90 dagen seizoenarbeid, tenzij ze een visum voor een jaar aanvragen, maar vanwege de kostprijs doen weinigen dat. We hebben hier nu wel enkele mensen die hun single permit aan het aanvragen waren, maar de administratie in Kiev ligt volledig stil, dus daar gaat niks meer van komen.”

“Een week voor de oorlog in Oekraïne startte, hadden wij net een wissel van de groep. Dat was handig voor zij die naar huis wilden, omdat ze nog voor de oorlog thuis geraakten. Bij zij die blijven, zien we twijfel: doe ik er wel goed aan om hier nu te blijven; laat ik mijn familie niet in de steek? Bovendien was de groep die hier is gearriveerd kleiner dan wat we hadden verwacht. Een aantal van onze werkkrachten stond aan te schuiven om de grens over te steken, en op dat moment werd beslist dat mannen tussen 18 en 60 jaar het land niet uit mochten. Dus konden zij ook niet meer in België komen werken.”

“Toen wij hoorden hoe precair de situatie in Oekraïne werd, hebben wij onze trouwe werknemers gecontacteerd en hen laten weten dat zij met hun familie hier welkom waren. Zo huisvesten wij nu onder andere een vrouw met haar dochter, schoondochter en diens zus, een nicht en hun kinderen.

Die mensen willen zich trouwens nuttig maken en vragen of ze mee kunnen komen werken, maar het is wachten op de juiste documenten. Els is met hen naar de Heizel gegaan om hen netjes te registreren. Ze belt rond om te proberen alles in orde te krijgen, zowel federaal als op gemeentelijk niveau, maar we boeken weinig vooruitgang. Onze gasten zelf zijn heel dankbaar. Het zijn timide mensen, die een goed leven hadden in Oekraïne. Hier moeten ze vragen naar alles wat ze nodig hebben en dat valt hen zwaar. Via de andere medewerkers hebben we voor kleding en beddengoed gezorgd, en voor speelgoed voor de kinderen.”

“Ook voor onze actieve werkkrachten die hier zijn geraakt, is het niet makkelijk. Ze staan continu in contact met hun thuisland. Ze willen hun werk goed doen, maar hebben het vaak moeilijk om zich te concentreren. Het is een continue tweestrijd. Geregeld zie ik dat ze tranen in de ogen krijgen. De juiste toon vinden om met hen te communiceren is niet eenvoudig. Je bent niet altijd zeker of je hun verhaal goed begrijpt, en of zij jouw reactie correct interpreteren.”

Francis
Sectorvakgroep

Sinds kort is Koen lid van de sectorvakgroep Fruit van Boerenbond. De ervaringen die hij heeft met seizoenarbeid, handel en het GLB, kan hij daar goed gebruiken. “Ik heb dezelfde problemen als mijn collega-fruittelers.

We kunnen het best samen aan hetzelfde zeel trekken. Want er zijn toch wat heikele punten die er nog zitten aan te komen. Denk bijvoorbeeld aan het cash uitbetalen van lonen. De overheid wil daar vanaf, maar veel seizoenarbeiders willen hier enkel komen werken als ze cash worden betaald. Op die manier hebben ze bij vertrek precies hun verdiende loon in de hand. En het is ook een teken van appreciatie als je dat aan je medewerkers kan geven.

Wij als teler willen vooral praktisch werkbare oplossingen. Er is dus toch nog veel werk aan de winkel.”