Dat er binnen machineringen wordt samengewerkt is een evidentie, maar ook samenwerkingen tussen machineringen bestaan. Andy Van Rossem van Machinering Lokeren CV en Wim Rutten van MCA-MachineCoöperatie Agropolis sloegen de handen in elkaar om een systeem uit te dokteren om de reservering en het gebruik van de machines bij hun machineringen beter te kunnen opvolgen.

Meer gebruiksgemak voor de boer en minder administratie voor de verantwoordelijken, dat was het doel. Het systeem zit momenteel in een testfase en kan hopelijk nog voor dit najaar in werking treden. Met deze innovatie wonnen de twee machineringen de Innovatiecampagne van het Innovatiesteunpunt.

Samenwerken

Dat de twee machineringen zijn gaan samenwerken, kwam eerder toevallig, vertelt Wim Rutten. “Toen de ondervoorzitter van de machinering in Lokeren hier in de buurt met vakantie was, is hij hier eens op bezoek geweest en toen zijn we natuurlijk in gesprek gegaan over onze werking. In Lokeren bestaat er al een app om reservaties te doen. Het is een gedeelde online agenda waarin de leden van de coöperatie kunnen zien welke machines er zijn, welke nog vrij zijn en wie gereserveerd heeft. Dat vonden wij een enorm goed idee, want bij ons gebeurt die reservering nog telefonisch. Dat brengt heel veel werk met zich mee voor de persoon die al die telefoontjes krijgt, en de boeren hebben ook geen overzicht van welke machines nog beschikbaar zijn. Misschien heeft een buur wel de machine die zij nodig hebben en zouden zij hun gebruik er perfect op kunnen laten aansluiten? Zowel Lokeren als wij hadden nog geen systeem voor de opvolging en we begonnen te praten over hoe we dat konden aanpakken. Het idee leefde al wel langer, maar we waren niet intensief bezig met dat traject. De Innovatiecampagne is de olie geweest die het radartje sneller heeft doen draaien.”

De machinering in Kinrooi is in 2017 ontstaan uit het samengaan van twee machinering in Kinrooi en Molenbeersel. Er zijn 75 actieve leden. Op de locatie bij Agropolis zijn alle machines samengebracht. Ze worden er gestald en kunnen er ook gereinigd en indien nodig gerepareerd worden. De registratie van het gebruik gebeurt nu nog op een heel ambachtelijke manier. Op elke machine is een buis bevestigd, met daarin een boekje. De landbouwer vult daarop in wat hij gedaan heeft en vermeldt eventuele opmerkingen. Het manueel ingeven van informatie over het gebruik is gevoelig voor menselijke fouten waardoor de coöperatie het risico loopt inkomsten mis te lopen. “De informatie uit die buizen wordt dan op geregelde tijdstippen in het systeem gezet. Samen met het telefonisch reserveren vraagt dat best wel wat tijd en moeite van onze mensen. Wij hebben geen personeel, iedereen werkt mee op vrijwillige basis.”

Systeem van deelfietsen

Het idee was er, maar de eigenlijke uitwerking liet een beetje op zich wachten. Het was dan ook niet meteen duidelijk waar ze moesten starten. “Met de consulenten van het Innovatiesteunpunt hebben we goed doorgesproken wat ons probleem precies was en wat we dachten nodig te hebben voor een vlotte werking. Daar is een draaiboek uitgekomen waarmee we ICT-firma’s hebben aangeschreven om te vragen of zij een oplossing voor onze situatie konden ontwikkelen”, zegt Wim. Andy Van Rossem vult aan: “We hebben een vijftal firma’s gezien die al een dergelijk systeem hadden. Maar onze noden, als machinering, zijn niet hetzelfde als die van een akkerbouwer of loonwerker. Wij hebben geen nood aan teeltregistratie en teeltopvolgingssystemen en zochten naar een goedkoper alternatief. We hebben ook gekeken naar het systeem van deelfietsen of deelsteps, zoals het in een grote steden gebruikt wordt. Die kan je ook via een app ontgrendelen en dan registreren hoelang je fietst. Dat vonden we een heel mooi systeem, maar die aanbieder zag het niet zitten om zoiets uit te werken voor machineringen.” Wim Rutten: “Er zijn relatief weinig machineringen in Vlaanderen. Zo’n programma zal dus voor weinig klanten nuttig zijn. Wij hebben het op onze maat laten maken en zijn blij dat we hiervoor projectsteun voor innovatie kunnen krijgen. Want het is en blijft een dure investering voor de machinering, waarvan het rendement twijfelachtig is. We gaan ervan uit dat we een meeropbrengst zullen krijgen, maar zeker weten doen we dat niet.” Net om die reden heeft de Machinering Lokeren CV uiteindelijk besloten om het systeem niet te gaan bestellen en gebruiken. “Wij hebben maar 40 leden en het zou ons elk jaar 7000 euro kosten. Dat halen we er niet uit, vooral omdat de meerwaarde voor ons kleiner is aangezien we al een reserveringssysteem hebben.”

Gps en bluetooth

Maar Lokeren is wel van heel nabij betrokken geweest bij de ontwikkeling van de hard- en software en kijkt ook nu nog mee over de schouder bij de collega’s in Kinrooi. “Hoe meer meningen, hoe beter. Het is beter voor de programmaschrijver als die meer input krijgt uit diverse hoeken.” Die programmaschrijver werd uiteindelijk de firma All-Connects, die al ervaring heeft met dit soort systemen. Wim: “De basis wordt een track&trace via gps met een bluetooth-tag op de machine. Ongeveer de helft van onze leden maakt heel vaak gebruik van de machines, de rest veel minder. Die ‘vaste klanten’ zullen een tracker in hun tractor krijgen. De bluetooth-tag aan de machine zal connecteren met die tracker wanneer de machine aangekoppeld is. Zo weten wij op elk moment waar welke machine is. Hangt er geen machine aan de tractor, dan volgen wij die ook niet, dus qua privacy is er geen probleem. De boeren die onze machines veel minder gebruiken, kunnen een losse tracker meenemen wanneer ze een machine komen oppikken. Zo moeten we geen 70 trackers kopen, een serieuze kostenbesparing. Overigens is dat systeem niet alleen handig voor de mensen die nu de administratie doen, maar ook voor de boeren zelf. Die zullen ook kunnen zien waar de machine bezig is. Is dat in hun buurt, en hebben zij de machine nadien gereserveerd, dan kunnen zij rechtstreeks overnemen en het systeem zal dat netjes en correct registreren. Als het goed is rijden deze zomer al de eerste machines rond met dit systeem.”

Machinering

Richting precisielandbouw

“Onze machinering is vooral gegroeid uit veehouders”, vertelt Wim Rutten van Kinrooi. “De machines die wij hebben aangekocht staan voornamelijk in het teken van de veehouderij: mengmesttonnen, machines om te maaien en hooien. Er zijn ook enkele grondbewerkingsapparaten bij, een spitmachine, rotoreggen en allerhande zaaimachines. We hebben de bedoeling deze machinering verder te laten groeien richting precisielandbouw. Ten eerste mogen er steeds minder gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Ten tweede is er ook het prijskaartje van sproeistoffen. De boer heet geen vat op de prijs tegen dewelke hij zijn producten verkoopt. Als landbouwer moet je dus je kostenkant zo laag mogelijk houden. Hoe kan je die kosten drukken? Onder andere door te besparen op meststoffen, water, gewasbeschermingsmiddelen en zaaigoed. En dat kan met precisielandbouw. Bijna geen enkel perceel is perfect rechthoekig en daardoor is er hier en daar overlap wanneer je het land bewerkt. Door gebruik te maken van precisielandbouw kan je die overlap voorkomen en moet je dus minder grondstoffen aankopen. Hier willen we in de toekomst verder op inzetten door verder te bouwen op het systeem dat we nu ontwikkelen.”

Dit artikel werd gepubliceerd in Boer&Tuinder. Voor het overnemen van artikelen uit Boer&Tuinder is steeds schriftelijke toestemming van de redactie nodig. Bronvermelding is altijd verplicht.