Menu

Waterkwaliteit in de Vegaplan Standaard v3.0

Terug naar Actualiteit
Sector: 
Het Vegaplan-certificaat waarborgt dat de afgeleverde producten conform de geldende wetgeving en kwaliteitseisen zijn en is door het FAVV ook equivalent verklaard met de sectorgids G-040. Dit betekent dat de landbouwer een gecombineerd certificaat behaalt en kan genieten van vermindering op de jaarlijkse FAVV-heffing en de inspectiefrequentie door het FAVV indien alle productgroepen binnen zijn bedrijf worden afgedekt. Deze meerwaarde werd door meer dan 16.000 landbouwers in België erkend.

Mathias De Backer en Brigitta Wolf, Vegaplan

Het Vegaplan-certificaat waarborgt dat de afgeleverde producten conform de geldende wetgeving en kwaliteitseisen zijn en is door het FAVV ook equivalent verklaard met de sectorgids G-040. Dit betekent dat de landbouwer een gecombineerd certificaat behaalt en kan genieten van de vermindering op de jaarlijkse FAVV-heffing en de inspectiefrequentie door het FAVV indien alle productgroepen binnen zijn bedrijf worden afgedekt. Deze meerwaarde werd reeds door meer dan 16.000 landbouwers in België erkend.

Waterkwaliteit

De hoofdstukken ‘Irrigatie’ en ‘Laatste spoel-, was- en/of transportwater’ uit de Vegaplan Standaard versie 2.0 werden geschrapt en in versie 3.0 herschreven in het hoofdstuk ‘Water voor primaire productie en daarmee verband houdende bewerkingen’. De eisen werden opnieuw geformuleerd en ondersteund door een bijlage met instrumenten om aan de eisen te kunnen beantwoorden. Die beschrijft de identificatie van de waterbronnen, de risicoanalyse en de normen waaraan het water moet voldoen. Zo onderscheiden we in volgorde van oplopende kwaliteit schoon water, water van microbiologische drinkkwaliteit en drinkbaar water. Voor schoon water geldt de richtwaarde 1000 kve E. coli per 100 ml. Water van microbiologische

drinkkwaliteit moet afkomstig zijn van grondwater en aan alle microbiële normen van drinkbaar water voldoen. Daarbij liggen de analysekosten aanzienlijk lager dan deze voor drinkbaar water, omdat men daarvoor ook fysische en chemische parameters moet laten analyseren.

Voor de oogst

Bij vooroogstbehandelingen zoals irrigatie, fertigatie en toepassing van gewasbeschermingsmiddelen mag voor alle teelten gebruik worden gemaakt van hemelwater, oppervlaktewater, grondwater, leidingwater of proceswater. Voor proceswater geldt dat het moet beschreven staan in bijlage 3 of dat het door het FAVV is goedgekeurd. Je kan ook andere waterbronnen aanwenden, maar in dat geval moet je aan de hand van een risicoanalyse de veiligheid van de bron inschatten. Het gebruik van rioolwater of bronnen waarin ongezuiverd rioolwater terechtkomt, is steeds verboden.

Na de oogst

Voor naoogstactiviteiten bij gewassen zoals aardappelen, groenten en fruit, is de vereiste waterkwaliteit afhankelijk van de activiteit en de aard van het product. Zo volstaat schoon water van de eerste reinigingsstap tot de laatste wasbeurt of spoeling voor aardappelen en voor groenten die gekookt, geschild of grondig gespoeld worden. Voor groenten en fruit ‘klaar voor consumptie’ is voor de laatste wasstap minstens water van microbiologische drinkkwaliteit vereist. Dat is ook het geval voor het uitgangswater voor transport en sorteren en voor alle handelingen in voor- en naoogst van kiemgroenten.

Identificatie en risicoanalyse van de waterbron

Voor groenten bestemd voor de versmarkt en voor fruit worden aanvullende eisen voorzien om de voedselveiligheid te garanderen. Het spreekt voor zich dat waterbronnen, distributie- en opslagsystemen goed onderhouden en proper moeten zijn. Een belangrijk aandachtspunt is de identificatie van de waterbronnen en de activiteiten waarvoor ze worden gebruikt (zie tabel).

Je moet voor de verschillende waterbronnen ook een risicoanalyse uitvoeren, waarbij het risico op microbiële verontreiniging van het product bij voor- en naoogsthandelingen wordt bepaald en dit per teelt of teeltgroep met vergelijkbare eigenschappen (bijvoorbeeld: klaar voor consumptie, gekookt, geschild of nog goed te spoelen voor consumptie).

Ook hier maakt men een onderscheid tussen gewassen waarbij het geoogste product niet in contact komt met het water, producten die gekookt, geschild of goed gespoeld worden voor consumptie en producten klaar voor consumptie. Twee beslissingsbomen – voor- en naoogstcontroles (zie figuur 1 en 2) – helpen om aan de hand van ja-neenvragen in kaart te brengen wat de vereiste waterkwaliteit is en hoeveel analyses er nodig zijn om deze kwaliteit te kunnen blijven garanderen. Bij vooroogstactiviteiten zijn er enkel analyses voor schoon water vereist indien het water in aanraking komt met het te oogsten product. Hierbij is het belangrijk te kijken of de waterbron kwetsbaar is voor verontreiniging zoals oppervlaktewater, hemelwater, stormbekkens en boorputten van minder dan 10 meter met dierlijke activiteit of mestopslag in een straal van 10 meter rond de put. De twee analyses per jaar die in dit geval worden verwacht, kunnen na twee opeenvolgende jaren met conforme resultaten (dus vier analyses) worden teruggebracht tot één analyse per jaar.

Voor het doorlopen van de beslissingsboom voor naoogstwater is het belangrijk om een onderscheid te maken tussen de producten die gekookt, geschild of grondig gespoeld worden en deze die klaar zijn voor consumptie. Een overzicht van mogelijke teelten die vallen onder deze termen helpt het onderscheid te maken (zie tabel).

Bij het nemen van de waterstalen voor analyse is het belangrijk dat de stalen genomen worden op de plaats van gebruik. Je moet de stalen ook nemen in de piekperiode van het gebruik, en bij voorkeur in de zomer bij warm weer. Als je twee stalen moet nemen, moet je het eerste staal inplannen voor het gebruik en het tweede in de piekperiode. Ten slotte is het ook aangeraden om bij uitzonderlijke gebeurtenissen, zoals overstromingen, overlopende mestopslag of tijdelijke verontreiniging, aanvullende monsters te laten analyseren om de waterkwaliteit te verzekeren.

Het kan gebeuren dat een wateranalyse een overschrijding van een norm oplevert. Dat is echter geen non-conformiteit indien het risico op verontreiniging wordt uitgesloten door het nemen van de nodige beheersmaatregelen. Dit kan door desinfectie van het gebruikte water, reiniging van het distributiesysteem of het overschakelen naar een andere waterbron. Van zodra je met een nieuwe analyse kan aantonen dat de waterbron terug conform de richtlijn is, kan je die opnieuw gebruiken.

Implementatie en overgangsperiode

Vanaf 4 december moeten alle audits volgens de Vegaplan Standaard v3.0 gebeuren. Van zodra je in 2020 water gebruikt in voor- of naoogsthandelingen, moet je de nodige analyses hebben uitgevoerd.

Om je op de audits met de nieuwe Vegaplan Standaard voor te bereiden, kan je verschillende documenten raadplegen op www.vegaplan.be. Daar vind je hulpmiddelen om een checklist op maat van je bedrijf aan te maken en een handleiding met pictogrammen, invullijsten en procedures om je eenvoudig in orde te stellen met de vereiste vermeldingen en registraties. Als gecertificeerde landbouwer kan je via de Vegaplan-databank ook je certificatiestatus raadplegen, en elektronische teeltfiches beheren en delen met je afnemers. Deze integratie doorheen de keten maakt dat de Vegaplan Standaard onmisbaar is geworden in de plantaardige sector.

Deel deze pagina: 

Meer informatie

Sector: