Europa

Wat verwacht een Europees Parlementslid?

16 november 2021

Het Europees Parlement keurt volgende week het bereikte akkoord over het nieuw gemeenschappelijk landbouwbeleid (2023-2027) goed. De besluitvorming was een proces van jaren. De Raad van Ministers en het Europees Parlement moeten het immers samen eens worden op basis van voorstellen van de Europese Commissie. Die waren in juni 2018 ingediend! Deze gezamenlijk besluitvorming wordt ‘co-decisie’ genoemd. Europese besluitvorming neemt haar tijd. Het Europees Parlement kan ook zelf initiatief nemen om over een of andere kwestie een politiek standpunt in te nemen. Dat gebeurde vorige maand nog over Farm to Fork of de ‘van boer tot bord’-strategie. Hoe gaat het Europees Parlement tewerk?

Beslissingen en standpunten van het Europees Parlement worden ingenomen door de plenaire of voltallige vergadering. Het voorbereidend werk vindt in parlementaire commissies plaats volgens onderwerp. Commissies kunnen samenwerken om tot een meer resultaatgerichte voorbereiding te komen. Zo stelde de commissie Landbouw en Plattelandsontwikkeling (AGRI), samen met de commissie Milieu, Volksgezondheid en Voedselveiligheid (ENVI) de ontwerpresolutie voor de plenaire vergadering over de Farm to Fork-strategie op. Op deze manier konden heel wat onenigheden die tot uiting kwamen in duizenden amendementen reeds vooraf worden uitgeklaard. Het Europees Parlement telt twintig vaste commissies, een drietal subcommissies, naast de enquête- en speciale commissie voor behandeling van specifieke kwesties. Elk parlementslid maakt deel uit van een vaste commissie en is plaatsvervangend lid in een aantal andere commissies. Twee Vlaamse Europese Parlementsleden maken deze legislatuur deel uit van de commissie Landbouw en Plattelandsontwikkeling (AGRI). Dat is een luxe! We hebben nog de tijd gekend dat er geen Vlaams parlementslid in de landbouwcommissie zetelde. De parlementsleden zijn Hilde Vautmans (Open Vld) en Tom Vandenkendelaere (CD&V). We hadden vragen over de werking en de landbouwsfeer in het Europees Parlement. Deze week is Tom aan de beurt. In een volgend nummer hebben we het met Hilde onder meer over de brexit en Ruslandboycot. Wat verwachten boeren en tuinders van politici? Op de eerste plaats interesse en luisterbereidheid. Ook wij zijn geïnteresseerd in hun werk en vragen naar hun verwachtingen.

Wie is Tom Vandenkendelaere?

Tom Vandenkendelaere (37) is geboren en getogen in Roeselare. Hij behaalde een masterdiploma en een doctoraat Internationale Betrekkingen aan de University of Kent (VK). Zijn opleiding verraadt zijn brede kijk en een sterke interesse in Europa dat voor hem nog altijd dat groots vredesproject is. Tom zetelde voor CD&V in het Europees Parlement van 2014 tot 2019 en nu opnieuw sinds het begin van dit jaar. Waarom landbouw? Tom groeide op tussen boeren en boerinnen. Hij noemt hen harde werkers in vaak barre omstandigheden die niet altijd de waardering krijgen waar ze recht op hebben. Zij zijn nochtans de spil van de voedingsindustrie, ’s lands grootste economische sector die sterk vertegenwoordigd is in zijn West-Vlaanderen. 

Vorige maand keurde het Europees Parlement een initiatiefverslag over de Farm to Fork-strategie goed. Dat gebeurde op basis van een compromistekst die door de parlementaire commissie voor Milieu, Volksgezondheid en Voedselveiligheid en de parlementaire commissie Landbouw en Plattelandsbeleid gezamenlijk was opgesteld. De twee uitersten hadden zich voorafgaandelijk verzoend. De Europese Commissie voelt zich gesterkt met deze resolutie om ermee door te gaan. Toch hebben jullie de Europese Commissie enkele vingerwijzingen gegeven. Welke?

“Wij hebben duidelijk gesteld dat de voorstellen wetenschappelijk moeten onderbouwd en door de betrokken sector gedragen zijn. De strategie kan maar slagen wanneer de maatregelen met de sector zijn doorgesproken. Denk aan de manier waarop die gestelde doelen moeten worden bereikt. Dat kan je niet tegen, maar moet je mét alle betrokkenen doen. Wij hebben gewezen op de nood aan ondersteuning van nieuwe verdienmodellen. Koolstofopslag kan zo’n nieuw verdienmodel zijn. Het moet wel gaan om een écht verdienmodel, geen financiële nuloperatie voor bijkomend werk. Het concrete voorstel wordt volgende maand uitgebracht. Daarin zal ook rekening moeten worden gehouden met mogelijke neveneffecten, bijvoorbeeld op grondprijzen. Het parlement heeft ook de nadruk gelegd op de noodzakelijke versterking van de positie van de boer in de voedingsketen. Europa heeft een aanzet gegeven met haar richtlijn inzake oneerlijke handelspraktijken. Maar het slagen hangt af van de implementatie. Daarbij stellen we nu al vast dat de richtlijn tekortschiet. Daarom dring ik bij de Europese Commissie aan om met een voorstel van richtlijn 2.0 komen.”

Volgende week wordt het compromis tussen de Raad van Ministers (lidstaten), het Europees Parlement en de Europese Commissie, de zogenaamde trilogie, over het nieuwe GLB door het Europees Parlement goed- of afgekeurd. Waarom moest dat zo lang duren?

“Er wordt verwacht dat het compromis zal worden goedgekeurd. De lidstaten zijn trouwens reeds druk met de opmaak van hun strategische plannen bezig. Die moeten normaal eind december bij de Europese Commissie ter goedkeuring zijn ingediend. Het waren ellenlange onderhandelingen in het Europees Parlement en nadien met de Raad van Ministers. Er is zelfs een Europese verkiezing overheen gegaan. Het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) wordt door velen niet langer als een strategisch beleid gezien. Voedselzekerheid is vanzelfsprekend geworden en komt zelfs in het GLB niet meer op de eerste plaats. Nochtans heeft de coronapandemie Europa tot nadenken gezet over meer autonomie. Moeten we niet zelf opnieuw meer instaan voor onze voeding en onze veiligheid? Het spanningsveld tussen duurzaamheid en haalbaarheid van bepaalde maatregelen werd in het Europees Parlement sterk vergroot. Het is cynisch te noemen dat bij de goedkeuring van amendementen vaak politieke toegevingen worden gedaan aan de groen/links-hoek om tot een compromis te komen. Zij trekken het laken als het ware naar zich toe maar weigeren op het einde van de rit het eindresultaat goed te keuren en stemmen tegen. Dat is frustrerend. Goed, dat is politiek. Maar noteer dat ik blij ben met de flexibiliteit die in het nieuwe GLB wordt ingebouwd, al mocht er voor mij gerust wat meer hebben ingezeten voor jonge landbouwers.”

Hoe is de sfeer in het Europees Parlement tegenover de landbouw sinds de jongste verkiezingen in 2019? Is de sfeer gewijzigd? Of is dit een overbodige vraag?

“De polarisatie tussen groen, groener, groenst enerzijds en het brede debat anderzijds is toegenomen. Het eindresultaat is daardoor onvoorspelbaarder geworden. Vroeger wist men welke grote politieke blokken er, mits enkele nuances, voor of tegen de landbouw waren. Dat is niet meer het geval. De politieke verhoudingen zijn gewijzigd zoals dat ook in meerdere lidstaten het geval is. Dat is in het Europees Parlement niet anders. Voeg daar nog aan toe dat binnen de politieke fracties, ook binnen onze EVP-fractie, belangen van lidstaten ook inzake landbouw meer en meer primeren. Oostenrijkse collega’s staan bijvoorbeeld heel anders in het landbouwdebat dan wij. Het is een toxische mix van belangen van lidstaten en politieke ideologie. Tegelijk neemt de politieke tegenstrijdigheid toe tussen globalisering of mondialisering en meer Europese autonomie.”

De vraag is of zij noodzakelijk tegenstrijdig zijn? Dat brengt ons bij de werking van de interne markt. Je wil van het begrip ‘lokale productie’ nog een Europees strijdpunt maken?

“Ik ben ook lid van de parlementaire commissie Interne markt en consumentenbescherming (IMCO). In de coronapandemie hebben we gezien hoe belangrijk het openhouden van de interne markt is. En ja, ik maak mij zorgen over lidstaten die onder het mom van ‘lokale productie’ hun nationale markten willen afschermen. In hoeverre is de roep naar lokale productie verenigbaar met de interne markt? Vandaag wil de Franse retail zich bevoorraden met Franse groenten en fruit. Morgen moeten die producten ook nog eens geoogst worden met Franse machines … Lokale productie moet Europees kunnen worden gedefinieerd. Het kan niet zijn dat overheidsinstellingen ‘lokale productie’ in hun lastenboeken opnemen. Dat heeft niets met duurzaamheid meer te maken. Voor de grootwarenhuizen in Rijsel zijn groenten uit West-Vlaanderen lokaler dan groenten uit Perpignan.”

We hebben de indruk dat het Europees Parlement zich vaak wil profileren met enkele gevoelige (lees: emotionele) thema’s. Denk aan dierenwelzijn (dierentransport/‘End of cage’) of uitfasering van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen (‘Red de bijen en de boeren’). Er zijn burgerinitiatieven, hoorzittingen, enquêtecommissies en resoluties in het Europees Parlement. De Europese Commissie wordt geacht hierop in te gaan met concrete voorstellen. Wat staat ons nog te wachten?

“Europese burgerinitiatieven hebben wel degelijk effect. Zij moeten ernstig worden genomen. We kunnen ons als parlement niet permitteren om dit naast ons neer te leggen, of je dat nu graag hebt of niet. Zij moeten worden gehoord. Maar luisteren wil niet zeggen dat ze zomaar klakkeloos moeten worden ingewilligd. Gewoonlijk gaat het om korte, vaak ongenuanceerde stellingen die door het vereiste miljoen handtekeningen worden onderschreven. Wij moeten na de verplichte hoorzitting de stelling in de bredere Europese context plaatsen. Dat is het debat dat wij voeren. Vandaar dat onze resolutie over de uitfasering van de kooihuisvesting (‘End of cage’) genuanceerd was en tal van randvoorwaarden vermeldde. De Europese Commissie zal daar ook rekening mee moeten houden wanneer zij haar voorstel uitbrengt. Nogmaals, of je het nu graag hebt of niet, dierenwelzijn kwam de voorbije jaren herhaaldelijk in de media. Mensen liggen wakker van de beelden. Reacties van de publieke opinie en ngo’s blijven niet uit, ook al kunnen we ons terecht vragen stellen over de manier waarop de beelden genomen zijn. Europa wil ingrijpen met meer transparantie en een dierenwelzijnlabel. Wij zeggen dat zo’n label voor de boer op vrijwillige basis moet zijn. We zijn in Vlaanderen ook met een dergelijk label bezig. We moeten ervoor zorgen dat dit coherent verloopt met het Europese initiatief uit de Farm to Fork-strategie zodat het Vlaams initiatief door het Europese kan worden erkend. Geen dubbel werk, dus.”

Boerenbond vraag minstens interesse en luisterbereidheid van politici. Wij weten uit ervaring dat boeren en landbouworganisaties steeds bij jou terechtkunnen. Maar wat verwacht jij van hen? Waar wil jij voor gaan?

“Ik verwacht een positief realisme. De samenleving, de wetenschappelijke kennis en het klimaat evolueert snel. Er moet snel worden geschakeld. En, dat is niet eenvoudig. Wij hebben, als politici, hiervoor input nodig van op het terrein. Dat kunnen boeren en hun landbouworganisaties maar ook academici en alle andere organisaties en belanghebbenden ons geven. Dat veronderstelt dus dat ook boeren en hun organisaties meedenken wat hen binnen de vijf of tien jaar te wachten staat. Dat positief realisme vind ik over het algemeen bij de Vlaamse boeren/boerinnen en Boerenbond terug, minder in de Europese koepelorganisatie Copa-Cogeca. Dat zal wellicht zijn redenen hebben.”

We pikken de bemerking op. Misschien moet Copa-Cogeca zelf nog te veel schipperen om de tientallen organisaties uit de verschillende Europese lidstaten aan boord te houden. Met vele kikkers op de kruiwagen kan je niet snel vorderen, wil je er geen verliezen. We stellen voor dat we het hen eens zullen vragen. Tot slot wijst Tom Vandenkendelaere nog op het belang van de Vlaamse landbouw voor de Belgische voedingsindustrie. Deze is de grootste industrie van ’t land wat omzet en tewerkstelling betreft. Als West-Vlaming kent hij als geen ander de impact van de sector. Hij wil dit dan ook koesteren. En, daar zijn ook morgen boeren en boerinnen voor nodig. Met die ingesteldheid trekt Tom, naar verluidt, elke dag naar Brussel en/of Straatsburg.

Jacques Van Outryve / Illustratie: Xavier Truant

Ik verwacht een positief realisme. En, zal daarvoor gaan.

Tom Vandenkendelaere