Menu

Wat met studenten die dit jaar meer uren werken?

Terug naar Actualiteit
De uren die studenten presteren in de periode van 1 april tot 30 juni tellen niet mee in het quotum van 475 uren.

Chris Botterman, Hoofd Sociale Zaken

We deelden al eerder mee dat er dit jaar enkele maatregelen genomen zijn om het binnenlands arbeidsaanbod te versterken. Er is ook voorzien dat de uren die studenten presteren in de periode van 1 april tot 30 juni 2020 niet meetellen in het quotum van 475 uren.Studenten kunnen normalerwijze op jaarbasis 475 uren werken in toepassing van de studentenregeling. Deze uren kunnen worden gepresteerd in de vakantieperiodes, maar ook op de vrije momenten tijdens het schooljaar. Er moet een arbeidsovereenkomst worden afgesloten en er geldt een verlaagd percentage van sociale bijdragen: 5,43% voor de werkgever op het loon aan 100% en 2,71% ten laste van de student.

Als aan deze voorwaarden voldaan is en er ook maximaal 475 uren worden gewerkt, is er geen bedrijfsvoorheffing verschuldigd. Er zal ook geen eindbelasting betaald moeten worden, omdat de student niet aan het belastingvrij minimum komt. Het bruto inkomen wordt dus alleen verminderd met de 2,71% RSZ.

Geen bedrijfsvoorheffing op gepresteerde uren tweede kwartaal

De vraag stelt zich of dit ook zo blijft als studenten dit jaar méér uren kunnen werken. De uren die gepresteerd worden in het tweede kwartaal worden niet aangerekend op het quotum van 475 uren. Op deze uren mag ook de verminderde RSZ worden toegepast. Op 26 mei werd er een Koninklijk Besluit gepubliceerd dat stelt dat er geen bedrijfsvoorheffing van toepassing is op de uren die in het tweede kwartaal worden gepresteerd. De facto zullen deze uren dan ook onbelast blijven. Het is ook belangrijk dat studenten als ‘kind ten laste’ kunnen worden beschouwd in de fiscale aangifte van de ouders. Om te vermijden dat studenten door de extra prestaties in het tweede kwartaal te veel netto-inkomen zouden ontvangen om nog als kind ten laste te worden beschouwd, werd beslist om geen rekening te houden met de bezoldigingen voor de uren studentenarbeid in het tweede kwartaal bij het bepalen van de bestaansmiddelen. Voor de bezoldigingen voor de uren die buiten de periode 1 april tot 30 juni 2020 worden gepresteerd, blijft er een vrijstelling van 2820 euro gelden. Studenten zullen kinderen ten laste blijven.

Wat met belastingen en kindergeld?

Studenten zullen vrijwel nooit zelf belastingen moeten betalen. Er geldt voor hen een inkomensplafond van 12.700 euro na aftrek van de persoonlijke sociale bijdrage werknemer. Als zij niet aan dat bedrag komen over 2020, is er geen belasting verschuldigd. Als studenten meer uren werken in 2020 bestaat het risico dat ze, bij toepassing van de normale regels, een deel van de kinderbijslag zouden verliezen. Om dit te voorkomen, werkten de gewesten voor 2020 een uitzonderingsregeling uit. Bovendien is het zo dat studenten ook als seizoenwerknemer kunnen werken. Bovendien kunnen zij dit jaar ook het dubbel aantal dagen – namelijk 130 – werken als seizoenwerknemer. Er zijn dus heel wat mogelijkheden voor studenten dit jaar. Als iemand in toepassing van beide systemen werkt, moet die wel goed de hoger aangehaalde grensbedragen in het oog houden.

Deel deze pagina: 

Meer informatie