Menu

Wanneer gelijkwaardig pensioen voor zelfstandigen?

Terug naar Actualiteit
Een gelijkwaardig en rechtvaardig 'proportioneel pensioen' is een belangrijk strijdpunt voor de zelfstandigen. Momenteel bedraagt dat van de zelfstandigen maximaal 1400 euro per maand, tegenover 2400 euro bij werknemers. Dat verschil is niet langer gerechtvaardigd!...

Chris Botterman, hoofd Sociale Zaken Boerenbond

Een actueel thema in de verkiezingscampagne was het pensioen. Langer werken, maar niet té lang en vooral een pensioen dat hoog genoeg is. Verschillende partijen vroegen een minimumpensioen van 1500 euro (momenteel is dat 1250 euro voor een alleenstaande). Toch is er nog een ander belangrijk strijdpunt voor de zelfstandigen, met name een gelijkwaardig en rechtvaardig ‘proportioneel pensioen’. Momenteel bedraagt dat van de zelfstandigen maximaal 1400 euro per maand, tegenover 2400 euro bij werknemers. Dat verschil is niet langer gerechtvaardigd!

Waarom is het proportioneel pensioen van een zelfstandige lager?

Het proportioneel pensioen (PP) is het pensioenbedrag dat berekend wordt in functie van de sociale bijdragen die de zelfstandige betaalde. In 1984, toen het PP is ingevoerd, lag het bijdragetarief bij de zelfstandigen 34% lager dan bij de werknemers. Dat verschil werd doorgetrokken naar de pensioenberekening: er werd in de pensioenberekeningsformule een correctiecoëfficiënt ingevoerd van 0,66325. Daardoor ligt ook het PP 34% lager.

Anno 2019 is de bijdrageverhouding anders en blijkt dat een zelfstandige in reële termen evenveel pensioenbijdragen betaalt als een werknemer. De correctiecoëfficiënt is daarom niet langer gerechtvaardigd. De beroepsorganisaties vragen dan ook de afschaffing van de correctiecoëfficiënt en een gelijkwaardig pensioen. Ze worden daarin gesteund door het Algemeen Beheerscomité voor het sociaal statuut van de zelfstandigen (ABC), waarin ook de bevoegde overheidsdiensten vertegenwoordigd zijn.

Hoe zit dat met de bijdragen in beide stelsels?

Als je louter de wettelijke bijdragetarieven vergelijkt – zoals in 1984 – is het verschil vandaag nog 20% (in plaats van 34%) en zou de correctiecoëfficiënt moeten stijgen naar 0,7919. Maar er is meer. In de werknemersregeling werden door de jaren tal van bijdragekortingen ingevoerd, die je niet terugvindt bij de zelfstandigen. Ook telt een gemiddelde loopbaan bij de werknemers veel meer gelijkgestelde periodes (werkloosheid, brugpensioen …). Voor een gelijkgestelde periode betaal je geen bijdragen, maar krijg je wel een pensioen. Bij de werknemers bestaat ongeveer 33% van de loopbanen uit gelijkgestelde periodes. Maar bij de zelfstandigen is dat amper 4%. Met andere woorden: de werkzaamheidsgraad bij de zelfstandigen is veel hoger. En wie meer werkt en ook meer pensioenbijdragen afdraagt, verdient een pensioen dat navenant is!

Wat zou afschaffing betekenen voor maandelijks pensioen?

Het effect hangt af van het inkomen. Bijvoorbeeld, voor een zelfstandige met een gemiddeld beroepsinkomen van 30.000 euro over een loopbaan van 40 jaar zou de volledige afschaffing van de correctiecoëfficiënt een extra pensioen van 424,50 euro per maand opleveren.

Het ABC adviseert om de correctiecoëfficiënt zo vlug mogelijk af te schaffen voor de toekomstige loopbaanjaren en om ook de loopbaanjaren uit het verleden onder de loep te nemen.

Aangeraden

Deel deze pagina: 

Meer informatie