Menu

Waaraan besteedt Boerenbond zijn geld?

Terug naar Actualiteit
Sector: 
Regio: 

Georges Van Keerberghen, ondervoorzitter van Boerenbond, is al vele jaren verantwoordelijk voor de betoelaging die onze organisatie geeft aan proefcentra en onderzoeksinstellingen allerhande. Ook voor de cofinanciering bij allerlei projecten is hij de contactpersoon bij uitstek. Als je weet dat Boerenbond hiervoor jaarlijks ongeveer 1 miljoen euro uittrekt, leek het ons nuttig om hem hierover eens aan de tand te voelen. Hij gaf ons graag inzage in zijn aanpak.

Boerenbond geeft elk jaar heel wat geld aan proefcentra, onderzoeksinstellingen en projecten. Wat is de bedoeling van zo’n investering?

“Boerenbond stelt inderdaad al vele jaren middelen ter beschikking voor het onderzoek in de land- en tuinbouw. Lang geleden deden de landbouwconsulenten van Boerenbond zelf nog veldproeven en praktijkonderzoek. Daar waren enkele consulenten zowat voltijds mee bezig. In de tuinbouw betaalden we dan weer het loon van de directeur van de verschillende proeftuinen. Van projectsubsidiëring was toen nog geen sprake.

Maar de tijden veranderen en Boerenbond maakte op een bepaald moment de keuze om niet meer zelf met onderzoek bezig te zijn en zich toe te leggen op wetgeving, bedrijfseconomie en belangenverdediging. Daarbij werd gestopt met de eigen praktijkproeven en moesten de proeftuinen in de tuinbouw zelf hun personeelskosten betalen. Om opnieuw middelen ter beschikking te stellen voor het onderzoek, besliste men om een onderzoeksfonds op te richten in de schoot van HBB vzw en gefinancierd vanuit de Boerenbondholding MRBB. Momenteel is dat ongeveer 1 miljoen euro per jaar. ”

Hoe gebeurt de toewijzing van dit geld?

“Daarvoor werken we in drie ongeveer even grote pakketten: een eerste derde gaat naar de proefcentra voor de plantaardige sector, de akkerbouw en de tuinbouw dus. Verder gaat ongeveer een derde naar onderzoek in de dierlijke sector en een laatste derde dient als cofinanciering voor projecten allerhande. Er zit dus een grote verscheidenheid in de manier waarop we onze steun toewijzen, maar dat heeft zijn redenen.”

Hoezo?

“Dat komt in de eerste plaats omdat er in de plantaardige sector verschillende Vlaamse proefcentra bestaan waar praktijkonderzoek gecoördineerd wordt. Wij verdelen ons pakket volgens dezelfde verdeelsleutel als de verdeling uit het departement Landbouw en Visserij. Dat heeft als grote voordeel dat er dan niet gezeurd wordt dat de ene meer krijgt dan de andere. Het departement gaat immers uit van een aantal objectieve criteria.

In de dierlijke sector heeft men echter dergelijke proefcentra niet. Als we daarvoor ook centen willen reserveren, moeten we op een andere manier te werk gaan. Daarom besteden we zelf onderzoeksprojecten uit bij verschillende onderzoeksinstellingen. Dit heeft dan weer het voordeel dat we zelf bepalen welk onderzoek er moet gebeuren. Meestal zijn dit dan ook thema’s die syndicaal en maatschappelijk belangrijk zijn. Zo hebben we de laatste jaren heel wat geïnvesteerd in onderzoek naar de reductie van antibioticagebruik, naar oplossingen voor castratie van biggen, naar concrete maatregelen voor de aanpak van de klimaatverandering of naar praktische begeleiding bij de PAS-problematiek.”

Er zit een grote verscheidenheid in de manier waarop we onze steun toewijzen.

Georges Van Keerberghen, ondervoorzitter Boerenbond

Worden er bijzondere voorwaarden gesteld bij deze betoelaging?

“Eigenlijk niet echt. We willen alleen dat de proefcentra en de onderzoeksinstellingen meer samenwerken en zo veel mogelijk ook hun onderzoek toetsen aan de praktijk. Vroeger gebeurde het nogal eens dat de verschillende centra mekaar echt beconcurreerden en vaak dezelfde proeven deden, wat natuurlijk een serieus verlies aan middelen met zich meebracht. We zien gelukkig dat er tegenwoordig veel betere afspraken worden gemaakt en dat de proeven op elkaar afgestemd worden om dubbel werk te vermijden.

Ook de vraag om boeren en tuinders te betrekken bij de proeven en zelfs bij het meer fundamentele onderzoek, begint ook resultaat op te leveren. Onze wetenschappers en onderzoekers kunnen zich niet meer verschansen in hun ivoren torentje om van daaruit te roepen hoe het allemaal beter kan. Ze moeten zich meer en meer verantwoorden voor hun aanpak en hun resultaten. Daar kunnen we alleen maar blij om zijn.”

En hoe zit het dan met dat laatste derde, de cofinanciering van projecten?

“Dat is iets recenter. Tegenwoordig geeft de overheid – de Vlaamse, de provinciale of de Europese – bijna geen structurele toelagen meer. Voor alle subsidies moet je tegenwoordig een projectaanvraag indienen en daar bovenop eist men ook dat de sector waarvoor het project bedoeld is, mee bijdraagt in de kosten. Voor industrieel onderzoek is dat misschien minder een probleem, maar in de land- en tuinbouw is die bijdrage uit de sector veel moeilijker te vinden. Welke boer of tuinder heeft immers geld op overschot om te investeren in praktijkonderzoek, zeker als het gaat over nieuwe dingen die hun waarde nog moeten bewijzen? Daarom heeft Boerenbond sinds een aantal jaren ook hiervoor een potje opzijgezet. Als er nu een onderzoeksinstelling of een proefcentrum een project indient waarvoor ze een bijdrage uit de sector moeten krijgen, kunnen ze bij ons aankloppen. We geven dan tot 7500 euro per jaar voor maximaal 4 jaar. Dat is niet niks want als je 10% uit de sector moet halen, kan je dan al een project van 300.000 euro indienen. Daar kan je al wat mee doen.”

Krijgt iedereen dan die toelage?

“Neen, dat gaat niet. In de wereld van het onderzoek heeft men intussen door dat er bij Boerenbond geld te vinden is en het aantal aanvragen voor steun is explosief toegenomen. Daarom zijn we steeds selectiever moeten gaan werken en geven we nog enkel steun aan echt relevante projecten of projecten die het verschil kunnen maken naar de toekomst toe. Het is niet zómaar dat ons eigen Innovatiesteunpunt, dat een aparte vzw is die zijn eigen boontjes moet doppen, geregeld van projecten uit onze pot kan profiteren. Het moet immers gaan over collectief onderzoek. Dat maakt natuurlijk wel dat er steeds meer teleurgestelde initiatiefnemers zijn maar omdat onze middelen beperkt zijn, moet ik wel streng zijn.

We vragen ook hier dat projecten in samenwerking met anderen gebeuren om zo de uitwisseling tussen verschillende instellingen aan te moedigen. Bij de overheid wordt samenwerking trouwens ook meer en meer als criterium gebruikt bij de beoordeling van projecten. Zo zie je maar dat we mee sturen aan de oriëntatie van het onderzoek in de land- en tuinbouw.”

Lees meer in het dossier 'Boerenbond investeert in onderzoek' in Management&Techniek.

Deel deze pagina: