Menu

Waar waren we gebleven?

Terug naar Actualiteit
Dit nieuwe groeiseizoen had van start moeten gaan onder een nieuw gemeenschappelijk landbouwbeleid. Het ‘GLB na 2020’ is echter nog niet klaar. De Europese instellingen bakkeleien nog over de inhoud. En, het gaat over meer dan enkel punten en komma’s.

Jacques Van Outryve, senior writer | Illustraties: Joris Snaet

Na Europees akkoord moeten de lidstaten vervolgens uitvoeringsplannen opstellen en door de Europese Commissie laten goedkeuren. Omdat het GLB meerdere dames en heren moet dienen, zullen ook meerdere Europese commissarissen hun zeg moeten hebben, elk vanuit zijn of haar oogpunt. “Waar waren we gebleven?”, zou Geert Mak, auteur van In Europa zeggen. Een stand van zaken. 

Het GLB na 2020 is al een hele lange weg gegaan. Het begon in het najaar van 2017 met de mededeling van de Europese Commissie over de ‘Toekomst van voeding en landbouw’. De Europese Commissie had een verdere verbreding van het landbouwbeleid op het oog. Het is een manier om de Europese middelen voor het landbouwbeleid te verantwoorden. Want tegelijk was het meerjarig financieel kader (MFK) aan herziening toe. Er lagen negen nobele doelstellingen aan de grondslag van het toekomstig GLB, gaande van een billijk inkomen voor landbouwers, versterking van de concurrentiepositie, herstel van het machtsevenwicht in de voedingsketen over meer klimaat- en milieumaatregelen, een betere landschapszorg met meer aandacht voor biodiversiteit tot aanmoediging van generatiewissels, een vitaler platteland en een kwaliteitsvolle en gezonde voeding.

Iedereen was het er bovendien over eens dat het huidige GLB met zijn vergroeningsmaatregelen een ingewikkeld verhaal was geworden met zeer gedetailleerde Europese definities voor de randvoorwaarden die, gelet op de grote verschillen inzake landbouwomstandigheden, vaak als een tang op een varken staan. Met one size fits all kom je in de Europese landbouw, die bekendstaat om zijn grote diversiteit, niet ver. De Europese Commissie had geluisterd en veranderde het geweer van schouder. Een totaal nieuw uitvoeringssysteem moest tegelijk eenvoudiger en resultaatgerichter zijn. De verantwoordelijkheid voor de uitwerking, de controle en de rapportering van resultaten moet niet bij de Europese Unie maar bij de lidstaten liggen. Zij zijn beter geplaatst om resultaatgerichter maatwerk te leveren. Zij kennen immers hun pappenheimers. Een geniale vondst! De nationale of, zoals in ons geval, regionale uitvoeringsplannen moeten echter door de Europese Commissie worden goedgekeurd. De neuzen moeten immers in dezelfde Europese richting wijzen. En de Europese Commissie moet de resultaten streng evalueren om het ‘gelijke speelveld’ te bewaren. Want van (her)nationalisering van het GLB mag noch in woord, noch in daad sprake zijn.

Nieuwe groene architectuur

En zo geschiedde. In juni 2018 brengt de Europese Commissie drie concrete voorstellen van verordeningen of wetsvoorstellen uit. Alhoewel de Europese Commissie vasthoudt aan de opdeling van het GLB in twee pijlers, enerzijds de rechtstreekse inkomenssteun en marktmaatregelen en anderzijds het plattelandsontwikkelingsbeleid met onder meer investeringssteun (VLIF), vorming en beheerovereenkomsten, brengt zij beide samen in eenzelfde voorstel van verordening uit. Beide pijlers worden immers in belangrijke mate inwisselbaar, ook al blijven zij hun financiële eigenheid behouden. Lidstaten mogen trouwens in beperkte mate middelen van de ene naar de andere pijler overhevelen. Beide pijlers kleuren meer ‘klimaat’ én ‘groen’. Voor de beide pijlers samen moeten de lidstaten een meerjarig uitvoeringsplan opstellen, ‘strategisch plan’ genaamd, wat ze al gewoon waren te doen voor het plattelandsontwikkelingsbeleid.

Een tweede voorstel van verordening heeft betrekking op de financiering, het beheer en de monitoring van het GLB.

Een derde voorstel van Europese verordening moderniseert de gemeenschappelijke marktorganisatie (GMO), onder meer met crisisbeheer en bijbehorend crisisfonds, aangepast promotiebeleid, maar ook een ‘vergroenend’ oormerk voor de middelen die aan sectoriële interventiemechanismen worden besteed. Met andere woorden, verdere ‘vergroening’ (milieu én klimaat) van het beleid alom. De Europese Commissie wil dat 40% van de middelen van het GLB aan milieu- en klimaatmaatregelen worden besteed. Voor sommigen mag het zelfs meer zijn.

Dat drukt ons meteen met de neus op de feiten, met name op een geheel nieuwe ‘groene architectuur’ voor de rechtstreekse inkomenssteun. Herinner je de toeslagrechten met randvoorwaarden van weleer. Zij worden in het huidige GLB opgedeeld in een basisbetaling en een vergroeningspremie, tezamen betalingsrechten genoemd. In de nieuwe groene architectuur worden de drie vergroeningsmaatregelen van de vergroeningspremie, met name teeltdifferentiatie, behoud van permanent grasland en ecologisch aandachtgebied (EAG) aangevuld en versterkt in de randvoorwaarden gekanteld. Gewasdiversificatie wordt gewasrotatie. Satellietdata zijn in staat om dat te controleren. De uitvoering, controle en rapportering ligt in handen van de lidstaten. Deze basisinkomenssteun kan worden aangevuld met een steun voor wie meer wil doen inzake milieu- en klimaatmaatregelen dan wettelijk is voorzien. Lidstaten bieden jaarlijkse ecoschema’s aan. Hierop kan worden ingetekend. En opnieuw, de uitvoering, controle en rapportering ligt in handen van de lidstaten. Zij zullen zich voor de resultaten moeten verantwoorden. Hiervoor zijn indicatoren opgesteld. De Europese Commissie hoopt dat deze laagdrempelige jaarlijkse ecoschema’s een opstap worden om deel te nemen aan meerjarige agromilieu- en klimaatbeheersovereenkomsten van de tweede pijler van het GLB.

Noteer dat de basisinkomenssteun nog kan worden aangevuld (of verminderd) met een herverdelende inkomenssteun, aanvullende inkomenssteun voor jonge boeren en/of gekoppelde steun. Weet dat dit telkens om een herverdeling van middelen gaat ten gunste van de ene en ten nadele van de andere. Zo ook de verplichte externe (tussen lidstaten) als interne (tussen bedrijven binnen de lidstaat) convergentie van steun.

In nieuw vaarwater

Met de Europese verkiezingen van 2019, met politieke verschuivingen en een nieuwe Europese Commissie die in het najaar van dat jaar aantrad, kwam het debat over het GLB na 2020 in nieuw vaarwater terecht. De nieuwe Europese Commissie pakte uit met onder meer een Green Deal om Europa tegen 2050 klimaatneutraal te maken. Onderdelen van de Green Deal, met name de ‘Van-boer-tot-bordstrategie’, ook gekend onder zijn Engelse benaming Farm to Fork (F2F) en biodiversiteitsstrategie laten het GLB-debat niet onberoerd. De Europese Commissie, en met haar heel wat actiegroepen, willen niet liever dan dat het GLB de doelstellingen van de Green Deal al onmiddellijk concreet zou opnemen en realiseren. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Lidstaten vinden dat zij met hun uitvoering van het GLB wel willen afgerekend worden op naleving van Europese wetgeving, niet op naleving van strategieën. Zij waren dan ook niet gediend met de aanbevelingen van de Europese Commissie waarbij met de doelstelling uit de nieuwe strategie zou moeten rekening worden gehouden. Uiteindelijk, wat er ook van wordt gezegd, de marsrichting naar een milieu- en klimaatvriendelijk Europa is ingezet en zal worden gevolgd. Ook in het GLB.

In het najaar van 2020 kwamen zowel het nieuw verkozen Europese Parlement als de Raad van Ministers, dat zijn de lidstaten, tot hun standpunt over het nieuwe GLB na 2020. Sindsdien zitten zij samen met de Europese Commissie rond de tafel in een zogenaamde ‘trialoog’ om tot besluitvorming te komen. Op 26 maart vond een supertrialoog plaats waarin enige vooruitgang is geboekt. Zo liggen de indicatoren vast, termijnen en afwijkingsmarges voor rapportering. De lidstaten zullen een hele resem data moeten verzamelen en verwerken. Onenigheden tussen Raad en Parlement situeren zich onder meer nog over al dan niet Europese definities van actieve, jonge maar ook ‘nieuwe’ boeren. De Europese Commissie wil dat ook nieuwkomers toegang krijgen tot de sector. Ook de groene architectuur en eventuele sociale randvoorwaarden liggen op tafel, naast uiteraard de verplichte of facultatieve capping (plafonnering) en/of degressiviteit van de inkomenssteun, de mate van verplichte interne convergentie en zoveel meer. Nog te veel om hier op te noemen.

Overgangsmaatregelen

Wegens tijdelijk gebrek aan een GLB na 2020 werd het huidige GLB met twee jaar verlengd tot eind 2022, weliswaar onder het nieuw meerjarig financieel kader (2021-2027) en dus met minder middelen. Echter, lidstaten wachten niet op Europa om reeds plannen te maken voor het GLB na 2020. In tegenstelling tot het verleden zullen zij voortaan verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het beleid, controle en rapportering van de resultaten. Vooral in lidstaten of regio’s, zoals Vlaanderen, waar politieke knopen moeten worden doorgehakt, worden al voorbereidingen gemaakt over de inhoud van het strategisch uitvoeringsplan. 

En Boerenbond?

Wat verwacht Boerenbond van de onderhandelingen? Wij vroegen het aan Giel Boey, adviseur Internationaal beleid. “Boerenbond volgt de onderhandelingen op de voet. Zowel de Europese onderhandelingen voor het Europese kader als de Vlaamse onderhandelingen ter voorbereiding van het Vlaams strategisch plan. Prioritaire doelstelling van het GLB blijft voor ons de verduurzaming van het landbouwinkomen. Er zijn negen doelstellingen in het GLB en de economische doelstelling is cruciaal om verder te kunnen verduurzamen op alle vlakken. Innovatie en digitalisering zullen helpen om de sector als geheel verder te verduurzamen. Dat vraagt echter zware investeringen. Verder is het belangrijk dat er meer dan een billijke kostenvergoeding tegenover extra maatschappelijke eisen staat. Meer voor minder is geen optie. Het GLB moet in plaats van een restrictief beleid, een stimulerend beleid zijn.”

Wat staat nu nog te gebeuren?

“De Europese beslissing wordt verwacht voor de zomer. Als dat niet zo is, zou dat een impact hebben op de tijd die de lidstaten nog rest om de eigen uitvoeringsplannen rond te krijgen. 1 januari 2022 wordt namelijk als deadline vooropgesteld om de nationale strategische plannen in te dienen bij de Europese Commissie. Dan zou er voldoende tijd moeten zijn om op 1 januari 2023 te kunnen starten. Boerenbond werkt op Europees niveau samen met collega’s uit andere lidstaten om de stem van de land- en tuinbouwers te laten horen. Dat doen we binnen de Europese landbouwkoepel Copa-Cogeca, die met een team van specialisten standpunten overbrengt. Ook op Vlaams niveau zijn we uiteraard zeer actief. Ook hier zijn al verschillende trajecten ter voorbereiding van het strategisch plan gelopen. Boerenbond maakt deel uit van de Vlaamse klankbordgroepen, geeft advies binnen de SALV en organiseert ook zelf de nodige ontmoetingen. Het GLB is immers een beleid waar de boer centraal in moet staan.”

En de Green Deal?

Giel Boey, adviseur Internationaal beleid: "Ondertussen werkt de Europese Commissie ook verder aan de uitrol van de Green Deal. Denk aan de zogenaamde Farm to Fork-strategie en het recent uitgebrachte bio-actieplan. Gezien het voorstel van de Europese Commissie voor een nieuw GLB al dateert van 2018, kon de Green Deal uit 2019 geen concrete invloed meer uitoefenen op die teksten. De Europese Commissie bevestigde trouwens al dat het nieuwe GLB, zoals dat voorligt, compatibel kan zijn met de Green Deal. Toch bracht de Europese Commissie eind vorig jaar nog specifieke aanbevelingen voor de lidstaten uit, die de doelstellingen van ‘Farm to Fork’ moeten inschuiven in de strategische plannen van het nieuwe GLB. Het GLB zal via de negen doelstellingen die het heeft sowieso een bijdrage leveren aan de Green Deal. Het is echter van belang dat het GLB zijn eigenheid behoudt als landbouwbeleid. Daarenboven zou het landbouwbeleid niet alle doelstellingen in Farm to Fork en de Green Deal kunnen bekostigen. Daarvoor zou het GLB-budget fors moeten stijgen in plaats van dalen."

Meer informatie