Menu

Waar gaat onze gewasbescherming naartoe?

Terug naar Actualiteit
Sector: 
Thema: 
Er is al enkele jaren discussie over de toekomst van de klassieke vormen van gewasbescherming, maar de laatste tijd komt ze in een stroomversnelling.

Bart Vleeschouwers

Producten worden in sneltreinvaart uit de roulatie genomen en er komen nauwelijks nieuwe bij. Boeren kunnen steeds moeilijker hun vruchten beschermen tegen onkruid en dierlijke en andere aantastingen. Op een studiedag van ie-net (de vroegere Vlaamse Ingenieursvereniging) lieten enkele deskundigen hun licht hierover schijnen. Het was niet meteen een geruststellend verhaal.

Volgens Eric Liégeois van het directoraat-generaal Gezondheid van de Europese Commissie is het aantal actieve stoffen dat gebruikt mag worden in de Europese Unie sterk gedaald en we mogen een verdere daling van het aantal toegelaten stoffen verwachten. Er staan nochtans nog zo’n vijfhonderd goedgekeurde stoffen ter beschikking van de landbouw, maar voor heel wat problemen zijn er duidelijk geen middelen (meer) voorhanden.

De dienst Gezondheid mikt vooral op het behoud van stoffen met een lage graad van schadelijkheid en het stilaan uitbannen van middelmatig schadelijke stoffen, die wel nog meer dan 60% van de beschikbare middelen uitmaken. Tegelijk wil hij af van alle zwaar schadelijke middelen. Liégeois stelt vast dat het verbieden van producten niet altijd alleen gesteund is op wetenschappelijke inzichten, maar dat de politieke inmenging de laatste jaren zeer sterk toegenomen is. Er spelen al snel emotionele elementen mee, die een nuchtere benadering nagenoeg onmogelijk maken. Volgens hem heeft een officieel bericht dat stelt dat een product veilig is in de publieke opinie bovendien een averechts effect, omdat men de officiële instanties (en de wetenschap) niet meer gelooft. Voor de landbouw en de toeleverende industrie van bestrijdingsmiddelen is dat een zeer groot probleem aan het worden.

Gevolgen op het veld

Geert Verhiest van Sanac Fyto, die bijna wekelijks aan bod komt in Boer&Tuinder in de rubriek Gewasbescherming, gaf een aantal voorbeelden van de gevolgen van de huidige politiek om steeds meer middelen te verbieden. Zo zal het totaalverbod op de zogenaamde neonicotinoïden enorme problemen opleveren bij granen en vlas. Bij bieten en wortelen heeft België nog een uitstel kunnen bedingen, maar ook dat houdt waarschijnlijk niet lang meer stand. Virusziekten zullen wellicht steeds meer voorkomen, omdat er slechts weinig bestrijdingsmiddelen voor de overbrengers (meestal bladluizen) overblijven. Je kunt je ook afvragen of het wel zo goed voor het milieu is dat boeren gedwongen worden om veel grotere hoeveelheden actieve stof te gebruiken omdat de gespecialiseerde laaggedoseerde producten verboden worden.

Een ander voorbeeld doet zich voor bij de onkruidbestrijding, waar linuron – een van de meest gebruikte stoffen – niet meer gebruikt kan worden. Dit was  nochtans zowat het enige product dat hielp tegen zwarte nachtschade en doornappel. Deze twee gewassen zijn zeer sterk in opmars en kunnen op termijn ernstige gevolgen voor de volksgezondheid hebben, omdat ze zeer giftig zijn. Zwarte nachtschade (Solanum nigrum) en doornappel (Datura stramonium) zijn beide lid van de nachtschadefamilie en gedijen perfect in ons klimaat. Omdat het late kiemers zijn, ontsnappen ze aan de klassieke onkruidbestrijding, maar ze kunnen mee geoogst worden met het gewas waartussen ze groeien. Het feit dat bewezen is dat de giftigheid van linuron veel lager is dan die van de bovengenoemde planten toont aan dat het beleid niet steeds alle aspecten van een beslissing even goed bekijkt.

Nog zo’n probleemgewas is klein kruiskruid (Senecio vulgaris), dat algemeen voorkomt in de (biologische) groenteteelt of in het wild, maar dat door het wegvallen van asulox als actieve stof massaal kan optreden in onder meer spinazie. Bij de oogst komt dit giftige plantje – een broertje van het voor paarden dodelijke jacobskruiskruid – mee in de voedselketen terecht.

Een bekende plaag is de coloradokever. Die komt de laatste jaren steeds vaker massaal voor, onder meer omdat boeren slordig zijn met hun bestrijding (die nochtans verplicht is). Maar door het wegvallen van bepaalde actieve stoffen bestaat het risico dat de kever zich verder massaal verspreidt.

Volgens Geert zouden landbouwers veel beter moeten leren wat er allemaal op hun velden leeft en groeit. Dan kunnen ze daaruit een degelijk plan voor plantenbescherming afleiden, op maat van hun situatie, en niet zomaar in het wilde weg behandelen. Kennis van onkruiden en plagen, maar ook van actieve stoffen en (spuit)technieken zal daarbij meer dan ooit noodzakelijk zijn.

Waar moeten we dan op rekenen?

Volgens Maaike Perneel (UGent) en Bruno Gobin (PCG) zit de toekomt in twee belangrijke tendensen, namelijk die van de biostimulantia en die van de biopesticiden. Biostimulantia zijn alle mogelijke producten die de natuurlijke weerstand van planten kunnen helpen verhogen. Het gaat daarbij om allerlei extracten van zeewier, andere planten of micro-organismen die aan de bodem toegediend worden, al dan niet in een mengsel met andere producten. Omdat deze producten op zich geen actieve stoffen zijn, hoeven ze niet de lange en strenge screening te ondergaan die de Europese Commissie oplegt aan de klassieke plantenbeschermingsmiddelen. De biopesticiden vallen wel onder deze reglementering, maar desondanks kwam de laatste jaren al een hele reeks producten op de markt en er zitten er nog heel wat in de pijplijn. Een probleem is dat veel van deze middelen het erg goed doen in het laboratorium maar veel minder effectief zijn in het veld.

Deze duurzame oplossingen vereisen dus nog heel wat onderzoek voordat ze gemeengoed kunnen worden in de land- en tuinbouw. Over de werkingsprincipes van veel van deze producten, vooral bij de biostimulantia, is immers nog maar heel weinig bekend. Met een beter inzicht zouden we effectievere plantenbescherming kunnen ontwikkelen en daarop zit de sector te wachten.

Deel deze pagina: 

Meer informatie

Thema: 
Sector: