Menu

Vrijhandelsverdragen, landbouw als pasmunt?

Terug naar Actualiteit
Thema: 
Op vrijdag 28 mei organiseerde de Belgische Vereniging van Landbouwjournalisten (BVLJ) een online seminarie rond de recente vrijhandelsverdragen die de Europese Unie heeft afgesloten met Canada (CETA) en een viertal Zuid-Amerikaanse landen (Mercosur).

Bart Vleeschouwers

Enkele deskundigen gaven daar hun visie op de voor- en nadelen van deze overeenkomsten. Het viel wel op dat er vanuit de landbouwsector heel wat voorbehoud gemaakt werd bij wat er momenteel op tafel ligt, vooral in verband met de overeenkomst met de Mercosurlanden. We geven je hier een samenvatting van de verschillende opvattingen.

CETA

Over CETA heeft iedereen wel iets opgevangen de voorbije jaren. Dit handelsverdrag met Canada, dat afgesloten werd in 2014, wordt door Wikipedia als volgt omschreven: ‘De Brede Economische en Handelsovereenkomst (CETA, Comprehensive Economic and Trade Agreement) is een vrijhandelsakkoord tussen Canada en de Europese Unie en haar lidstaten. Het verdrag is ondertekend, maar nog niet formeel in werking getreden. Wel worden grote delen sinds september 2017 voorlopig toegepast. Het verdrag is ondertekend op 30 oktober 2016, en trad op 21 september 2017 grotendeels in werking.’

Het is echter nog maar door 15 van de 27 lidstaten van de Europese Unie geratificeerd (goedgekeurd) zodat de lopende toepassing slechts voorlopig is.

Mercosur

Mercosur is de benaming voor een groep van Zuid-Amerikaanse landen (Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay) die intense handelsrelaties hebben met Europa. Het Mercosur-handelsverdrag voorziet in het verminderen of zelfs afschaffen van tarieven voor import en export van allerlei producten en diensten. Voor Europa zou vooral de export in industriële producten daardoor sterk vergemakkelijkt worden. In ruil zou dan de export vanuit de Mercosur-landen van onder andere land- en tuinbouwproducten sterk versoepelen. Er zijn hiervoor wel quota vastgesteld, maar die zijn zo ruim dat een ernstige verstoring van de Europese markt voor deze producten (rund- en kippenvlees) kan ontstaan. Om scheeftrekkingen inzake normen te voorkomen, zijn daarnaast wel afspraken rond voedselveiligheid (bijvoorbeeld het gebruik van plantenbeschermingsmiddelen en genetisch gemodificeerde gewassen die in de EU verboden zijn). Er zijn wel bindende voorwaarden rond bijvoorbeeld klimaatdoelstellingen, maar die kunnen soms moeilijk gecontroleerd en nog minder gesanctioneerd worden. Het Europees Parlement heeft de overeenkomst die de Europese Commissie gesloten heeft in 2019 daarom verworpen waardoor de onderhandelende partijen opnieuw aan tafel moeten om aangepaste voorstellen te ontwikkelen.

Voordelen

Dit soort overeenkomsten heeft als doel om de handelsbelemmeringen tussen landen en de Europese Unie weg te nemen zodat goederen en diensten met minderheffingen of andere belemmeringen kunnen uitgewisseld worden. Dit kan interessant zijn omdat al die douanetarieven de handel serieus kunnen verstoren. Voor producten die vanuit Europa uitgevoerd worden, is dat natuurlijk ideaal want daardoor kan de producent zijn materiaal (of zijn diensten) goedkoper op de markt zetten in het land waarnaar hij uitvoert. Ook voor land- en tuinbouw (vooral voor de tuinbouw) kan dit interessante mogelijkheden bieden. Voor sectoren als groenten en fruit maar ook zuivel en varkensvlees slaat de balans door naar de positieve richting. Sectoren die kunnen profiteren van de verminderde invoerrechten en het wegwerken van niet-tarifaire belemmeringen kunnen dan ook elders meerwaarde creëren voor producten waar vraag naar is, of de bijproducten ervan.

Nadelen

Naast de voordelen zijn er ook nadelen. Zo moeten beide partijen winst kunnen halen uit zo’n overeenkomst. En dan zijn er winnaars en verliezers. Al te vaak is de landbouw naast winnaar ook verliezer. Meer zelfs, de Europese landbouwsector is vaak de pasmunt om de industrie en de diensten te laten winnen. Vooral in het Mercosur-akkoord zijn er zeer veel toegevingen gedaan waar de landbouwsector zwaar mee in de problemen kan komen.

Zo zouden er grote hoeveelheden rundvlees, suiker en kippenvlees met verminderde tarieven of zelfs duty free (zonder importheffing) Europa mogen binnenkomen. Als men weet dat de voorbije jaren al massaal rund- en kippenvlees werd ingevoerd uit de Mercosur-landen, waardoor de interne Europese markt voor deze producten al zwaar onder druk stond, kan men verwachten dat de situatie voor deze producten alleen maar kan verergeren.

Verzet

De tijd dat de Europese lidstaten dit soort akkoorden zonder veel commentaar goedkeurden is duidelijk voorbij. Enkele jaren geleden verzetten bijvoorbeeld het Waalse Gewest zich zeer fel tegen het CETA-verdrag met Canada, waardoor de ondertekening zelfs moest uitgesteld worden. Aangezien Canada een land is dat ongeveer dezelfde standaarden als de EU hanteert inzake voedselveiligheid en duurzaamheid is dat verdrag dan nog niet eens zo’n zware ingreep. En toch zijn er nog altijd een aantal lidstaten die dat verdrag nog niet goedgekeurd hebben in hun parlementen.

Maar tegen het Mercosur-verdrag is er werkelijk langs alle kanten zeer zware kritiek gerezen. Het Europees Parlement heeft het al terug naar af verwezen, maar ook heel wat lidstaten zijn er radicaal tegen. Ook Copa-Cogeca, de Europese koepel van landbouworganisaties is fel gekant tegen het voorliggende ontwerp. Naast de al vermelde vrijstellingen voor grote contingenten rund- en kippenvlees zijn er grote vragen in verband met de normen voor geïmporteerde goederen aan de ene kant en de zeer strenge regels waaraan de Europese boeren moeten voldoen. Zo is het duidelijk dat in de Mercosur veel meer mogelijkheden zijn inzake het gebruik van pesticiden, antibiotica en ggo’s (genetisch gemodificeerde organismen) en van producten en technieken die in de Europese Unie verboden zijn. Ook dierenwelzijn en natuurbescherming zijn veel minder een probleem voor de Zuid-Amerikaanse landbouwbedrijven dan voor hun Europese tegenhangers die steeds meer rekening moeten houden met natuurbeschermingsregels en met voorschriften inzake dierenwelzijn. Voor Copa-Cogeca gaat het dan ook niet op dat de Europese land- en tuinbouwbedrijven, die daarenboven meestal nog familiale bedrijven zijn, opgeofferd worden als pasmunt voor bijvoorbeeld de Europese industrie. Deze familiale bedrijven zullen trouwens met gebonden handen moeten optornen tegen een beperkt aantal megabedrijven die het Amazonewoud alleen maar zien als een reservegebied om verder uit te breiden zodat ze nog meer naar Europa kunnen uitvoeren.

Bedenkingen

Tijdens het seminarie van BVLJ kwamen ook nog een aantal relativerende zaken naar boven. Volgens een van de inleiders moeten de land- en tuinbouwers ook durven toegeven dat handelsakkoorden erg voordelig kunnen zijn. Zo is Europa met voorsprong de grootste uitvoerder van land- en tuinbouwproducten, vaak met een hoge toegevoegde waarde, in de wereld. Zelfs inzake Mercosur mag men zich volgens een van de inleiders niet blindstaren op de import van vlees of suiker alleen, maar zijn er ook andere land- en tuinbouwproducten die voordeel halen uit deze overeenkomst. Natuurlijk heb je daar weinig boodschap aan als je producent bent van suiker, rund- of kippenvlees en de vraag blijft of die voordelen ook opwegen tegen de toegevingen. Het Mercosur-verdrag is een politieke overeenkomst. En in politiek maakt men keuzes, wat hier zeker gebeurd is.

Het is alleen sterk te betreuren dat land- en tuinbouw door vele beleidsverantwoordelijken al te gemakkelijk als pasmunt gehanteerd wordt.

Balans is ver zoek - commentaarstuk Giel Boey

Voor Boerenbond is het duidelijk dat het Mercosur-akkoord niet de juiste vakjes afvinkt. Het akkoord garandeert geen eerlijk speelveld, het beschermt onvoldoende de eigen producenten en zet land- en tuinbouwproducten in als pasmunt ten voordele van andere sectoren. Dat is onaanvaardbaar. Handel is nochtans belangrijk voor onze sector, gezien het een toegevoegde waarde kan creëren voor onze (bij)producten. Dat er in de zoektocht naar opportuniteiten ook toegevingen gebeuren is niet abnormaal, maar voor rundvlees, suiker en kippenvlees is de balans ver zoek. Met name door het Mercosur-akkoord zouden deze sectoren verder onder druk te komen staan. Handelsakkoorden zullen in de toekomst nog steeds het verschil kunnen maken, maar dan moet men zich meer richten op fair trade. Fair naar de eigen producenten en dus fair naar de eigen consumenten en de maatschappelijke keuzes die zij maken. Zeker in het steeds veeleisender Europees kader, is het onbegrijpelijk dat men nog steeds niet dezelfde productie-eisen aan importproducten stelt.

Meer informatie

Thema: