Menu

Terug naar Actualiteit >VPF onderzoekt genetische diversiteit Piétrain

Alle regio's

De Piétrain is de bodybuilder onder de varkensrassen en alle huidige Piétrains vinden hun oorsprong in België. Het waren voornamelijk mensen met een niet-landbouwersprofiel die kort voor en na de Tweede Wereldoorlog aan de doopvont stonden bij de creatie van dit zwart gevlekte ras. Dit gebeurde in het gelijknamige Waalse dorpje tegen de taalgrens, niet ver van Geldenaken. De Piétrain veroverde al snel België als meest populaire eindbeer vanwege zijn superieure bespiering, uitmuntende karkaskwaliteit en de opkomst van kunstmatige inseminatie.

Vanaf de jaren 60 begon de veroveringstocht van Europa en vandaag komt de Piétrain wereldwijd voor (figuur 1).

(Lees verder onder de figuren)

De Vlaamse Piétrain Fokkerij vzw (VPF) is binnen België de grootste fokkerijorganisatie van het Piétrainras met jaarlijks meer dan 900 geregistreerde worpen bij een dertigtal fokkers verspreid over de vijf Vlaamse provincies. Met steun van het departement Landbouw en Visserij van de Vlaamse overheid werd de genetische diversiteit van de Piétrainpopulatie van VPF onderzocht door Wim Gorssen van de onderzoeksgroep Huisdierengenetica van de KU Leuven.

Drie doelen

Het onderzoek had drie doelen voor ogen. In eerste instantie werd onderzocht of de genetische diversiteit binnen de VPF-populatie voldoende groot is. Een te sterk verlies aan genetische diversiteit zet de deur open voor erfelijke aandoeningen en hypothekeert de toekomst van de fokkerij. Anderzijds werd de genetische verwantschap bekeken tussen de Piétrain en meer dan honderd andere varkensrassen wereldwijd. Tot slot werd bestudeerd of de Vlaamse Piétrain zich genetisch onderscheidt van buitenlandse Piétrainpopulaties. Met andere woorden: is er nog wel sprake van één en hetzelfde ras?

Om dit onderzoek uit te voeren, werden een 650-tal Piétrainvarkens binnen de VPF ‘gegenotypeerd’. Hierbij wordt de DNA-sequentie bepaald voor ongeveer 70.000 welgemikte regio’s in het genoom van de varkens. Deze genomische informatie is uiterst geschikt om de genetische diversiteit te analyseren, maar kan verder voor talloze andere doeleinden ingezet worden, zoals onder andere genomische selectie.

Voldoende genetische diversiteit

De resultaten van het onderzoek tonen aan dat de VPF-populatie nog voldoende genetische diversiteit bevat, maar dat waakzaamheid geboden blijft. De effectieve populatiegrootte werd geschat op 142 dieren. Dit betekent dat de volledige populatie genetisch gezien vergelijkbaar is met een populatie van 142 niet-verwante dieren die random paren. Als vuistregel geldt dat de effectieve populatiegrootte minimaal 50 moet zijn om het voortbestaan en de gezondheid van het ras te verzekeren, en ideaal boven de 100 ligt. Hoewel de inteeltgraad van het ras op basis van de genomische analyse in absolute cijfers hoog lijkt (22-23%), is dit relatief gezien van een gelijkaardig niveau als andere commerciële rassen zoals Large White (21-22%), en een pak lager dan Duroc (27-28%).

De genetische verwantschapsanalyse tussen Piétrains en andere rassen onthulden enkele verrassende resultaten. Zo zou de Piétrain volgens de overlevering (deels) ontstaan zijn uit het Berkshireras, maar de analyses toonden weinig verwantschap tussen de Berkshire en de Piétrain. Rassen die genetisch het dichtst aanleunden bij de Piétrain waren de Duitse ‘Bunte Bentheimer’, de Poolse ‘Pulawska’ en de Oekraïense ‘Mirgorod’. Deze lokale rassen doen waarschijnlijk niet meteen een belletje rinkelen, maar opvallend is dat dit zwartgevlekte rassen zijn die uiterlijk sterk gelijken op de Piétrain. Bovendien wordt de Berkshire genoemd in het ontstaan van deze drie rassen. De hamvraag blijft of deze genetische verwantschap het gevolg is van (1) een gelijkaardige oorsprongsgeschiedenis (Berkshire), (2) dat de Piétrain is ingekruist in deze rassen of vice versa of (3) het gevolg is van een onafhankelijke selectie op hun gevlekte uiterlijk.

Opmerkelijk was dat de Vlaamse Piétrain zich genetisch gezien duidelijk kon onderscheiden van andere Piétrainpopulaties (figuur 2). De genetische afstand tussen Vlaamse en buitenlandse Piétrains (Duits, Oostenrijks, Frans, Amerikaans en Nederlands) was opvallend groter dan tussen buitenlandse Piétrains onderling. Mogelijk is dit verschil te wijten aan divergente selectie, met andere woorden de verschillende Piétrainpopulaties zijn onafhankelijk geselecteerd op andere kenmerken. Een voorbeeld hiervan is het halothaangen dat zorgt voor een hoger vleespercentage en betere conformatie, maar ook gekoppeld is aan stressgevoeligheid. De Vlaamse populatie is grotendeels homozygoot-positief voor dit gen, terwijl Duitse fokkerijorganisaties vanaf de jaren 90 geselecteerd hebben voor homozygoot halothaan negatieve Piétrains. Anderzijds zou het kunnen dat andere rassen zijn ingekruist in buitenlandse Piétrainpopulaties, bijvoorbeeld om gewenste allelen (bepaalde varianten van een gen) voor het halothaangen te introduceren. Een kanttekening hierbij is dat de Vlaamse Piétrains genetisch ook verschillen van de Franse Piétrains, die eveneens grotendeels homozygoot-positief zijn voor het halothaangen. Over de onderliggende redenen voor deze genetische verschillen kon dit onderzoek voorlopig geen uitsluitsel geven.

Voorgaande resultaten geven aan dat we ook op genetisch niveau kunnen spreken van de enige, echte Vlaamse Piétrain. Iets wat voor onze Vlaamse fokkers al decennialang een evidentie is …