Voorwerpen met een verhaal gezocht

24 november 2022

Het Provinciaal Hof op de Brugse Markt onderging een renovatie. De bedoeling van de provincie is om van het hof het huis van de West-Vlaming te maken. Wim Opbrouck, die curator is, wil een collectie samenstellen van objecten die iets vertellen over West-Vlaanderen en zijn inwoners. Het kunnen voorwerpen zijn die de West-Vlaming typeren of die een persoonlijk verhaal vertellen. Uit alle inzendingen zal hij objecten uitkiezen die dan gedurende één jaar worden tentoongesteld in het Provinciaal Hof. De opening is voorzien in 2024 en de objecten blijven eigendom van de indiener. De voorwerpen worden dus terug bezorgd.

Voorbeelden

Enkele voorbeelden van ingezonden voorwerpen met wat uitleg.

Zeis. “Als collectiebeheerder van de collectie Bulskampveld vind ik dat een verwijzing naar het rijke landbouwverleden van West-Vlaanderen niet mag ontbreken. Daarom kies ik voor deze kleine zeis, afkomstig uit Kortemark (1901-1950). De zeis is een werktuig waarmee graan en gras werden gemaaid. Het tuig werd door elke West-Vlaamse boer en landarbeider tot diep in de 20ste eeuw gebruikt. De zeis staat voor mij symbool voor het zware werk op het veld van onze voorouders en verdient daarom zeker een plaats in deze eregalerij.”

‘In ieder kot es er e twot’. “Deze houten plank met opschrift ken ik al van mijn kindertijd. Deze hing in het salon bij de neef van m’n grootvader, op de Hogeweg in Menen, waar we veel over de vloer kwamen. Etienne en Georgette waren supergezellige mensen, levensgenieters, maar jammer genoeg was het leven hen niet altijd goedgezind: kinderloos, borstkanker ... Ik heb altijd van dit opschrift gehouden, zo eenvoudig, maar de pure waarheid, uitgedrukt in ons mooie West-Vlaams. Groot was mijn verrassing en blijdschap toen ik tijdens het opruimen van de kelder bij m’n ouders deze plank in een kartonnen doos terugvond. Nu staat ze mooi in ons kot!”

Een booëte. “Dit is een ‘booëte’, een aambeeld en hamer om een zeis scherp te zetten, in het Westvlaams ‘booëten’. Ik woon in het grootouderlijk huis in De Moeren. Mijn grootvader werkte in de zomer bij een herenboer, meestal in de suikerbieten, zetten, op één zetten, wieden, oogsten enzovoort. Dit gebeurde zoals lokaal gezegd wordt ‘in enterprise’. Zo ook in de winter, maar dan ging hij voor de Polder grachten reiten. Dit was met de zeis, met soms stelen van 4 meter lang om vanop de oever op de bodem van de gracht te kunnen maaien. Niet veel mensen kennen dat nog als ik het laat zien. Maar zelf gebruik ik het nog steeds.”

Meer info

www.west-vlaanderen.be/hofderdingen