Voederwaardeprijzen

16 december 2021

Dure grondstoffen, maar goede ruwvoerpositie biedt kansen voor rantsoenoptimalisatie

De DVE-toeslagen voor melkvee en vleesvee, die de Universiteit Wageningen maandelijks berekent, stijgen maar de energieprijzen dalen.

De DVE-toeslagen voor melkvee en vleesvee zijn niet meer zo hoog als dat ze waren vorige winter, maar blijven toch op een hoog niveau staan. Ze staan op respectievelijk 84,7 en 90,4 eurocent. De energieprijzen waren sinds begin 2021 stijgende en kennen nu een sterke daling. De energieprijs is al maanden in stijgende lijn en staat sinds november op het hoogste niveau sinds jaren. De kVEM-prijs staat half december op 23,1 eurocent en de kVEVI-prijs op 21,1 eurocent. Figuur 1 geeft een overzicht van de toeslagprijzen van het afgelopen jaar.

voederwaardeprijzen

Figuur 1: Overzicht van energie- en eiwittoeslagprijzen van november 2020 tot en met december 2021 voor melkvee en vleesvee.

Bron: UR Wageningen

Prijsdruk op graanmarkt

Sedert begin december gingen de prijzen van de granen toch wat omlaag. Er is een zekere vrees voor de economische gevolgen van de omikron variant. Daarnaast lijken op het zuidelijk halfrond de opbrengsten beter uit te vallen dan eerder werd ingeschat. Daarnaast blijft er wel wat vraag en gaan berichten de ronde dat China nog een grote hoeveelheid tarwe wil inslaan.

Richting het voorjaar is er weinig te zeggen. Dit blijft afwachten. Zal er minder tarwe staan en hoe komt deze uit de winter?

Half december noteerde de tarwe 246,5 euro/ton op Synagra. De gerst noteerde 244 euro/ton. De vochtige maïs (30% ds) staat 153 €/ton.

Soja blijft hoog maar lichtjes onder druk

De export van soja loopt zoals men verwacht had. Daarnaast zijn er goede opbrengsten en zijn de sojabonen in goede weersomstandigheden gezaaid. Hierdoor is er wat prijsdruk.

Momenteel staat soja 44% op 434 euro/ton, de soja 48% aan 455 euro/ton. Hierbij staat deze, na iets lager gestaan te hebben in de zomer, bijna terug op het niveau van vorige winter.

Comfortabelere ruwvoerpositie biedt kansen voor rantsoenoptimalisatie bij dure krachtvoeders

Op voedingsvlak was 2021 een trendbreuk met de voorgaande jaren. Op ruwvoervlak was er, voor zowel maïs als gras, de deugddoende mogelijkheid om de voorraden eindelijk nog eens op te krikken. In tegenstelling tot de voorgaande jaren was er deze zomer (meer dan) voldoende vocht ter beschikking waardoor de groei van gras en maïs vlot ging in de meeste regio’s. Door de vele regendagen is er qua kwaliteit echter een grotere spreiding dan de vorige jaren. Tegelijkertijd hebben doorheen 2021 de krachtvoeders en grondstoffen een stevige prijsverhoging ondergaan.

Voldoende ruwvoeders, dure krachtvoeders en een goede melkprijs geeft stof tot nadenken over de te volgen strategie komende maanden.

Maïs: hoge opbrengsten vertalen in scherpe voederkosten

Maïskuil neemt in de meeste Vlaamse rantsoenen een groot deel van het rantsoen in. De combinatie van de rustige verteringssnelheid en de aanbreng van prima energie (voornamelijk uit zetmeel) maakt het een graag gebruikt voeder.

Door de droge zomers afgelopen jaren waren zowel de hoeveelheden als de kwaliteit, met name de zetmeelinhoud, vaak tegenvallend. In de bedrijfseconomische boekhoudingen in Focus zagen we de afgelopen jaren het gebruik van granen dan ook een goede 100 kg/koe/jaar stijgen om de lagere kwaliteit in het rantsoen op te vangen. Vanwege het lage zetmeelgehalte waren granen en/of zetmeelrijke bijproducten immers de enige optie om het energieniveau op peil te houden.

De eerste analyses van maïskuilen van 2021 beginnen stilaan bekend te worden en daaruit blijkt dat het zetmeelniveau in de meeste kuilen terug richting het langjarig gemiddelde schuift. Door een massaal gewas zijn er weinig uitschieters met echt hoge zetmeelgehaltes, maar de uitschieters naar kuilen met minder dan 300 gram zetmeel/kg DS zoals we ze afgelopen jaren zagen zijn gelukkig niet aan de orde. Een 2e vaststelling is dat er meer dan voorgaande jaren ook eerder vochtige maïs is ingekuild. Dit doet op zich niets af aan de voederwaarde, maar maakt wel dat de maïs sneller verteerbaar is dan we van de afgelopen jaren gewend zijn. Dit effect zal nog versterken als de maïs langer ingekuild is. Volgende zomer zou het in dat opzicht wel eens opletten kunnen zijn voor te snelle rantsoenen en pensverzuring.

Met maïs als basis van het rantsoen betekent dit dat enerzijds correctie met zetmeel minder nodig zal zijn dan voorgaande jaren en anderzijds dat er vooral nood zal zijn aan krachtvoer(achtigen) die de verteringssnelheid niet al te fel optrekken, zoals bijproducten uit brouwerij en bio-ethanolproductie (bijvoorbeeld: draf  (27%) heeft een verhouding met de voederwaardeprijs van 89; bij protistar is dit 71).

Afgelopen weken vielen vooral de hoge graanprijzen op, vooral inzake tarwe en gerst. Hoewel de prijsstijgingen momenteel wat gekeerd lijken te zijn, is de verwachting er niet direct dat de granen goedkoop zullen worden. Kijk dus zeker kritisch naar het graanaandeel in het rantsoen of krachtvoeders: naast voldoende kwalitatieve maïskuil zal een (te) groot graanaandeel de voerkosten fors doen oplopen en zelfs risico geven op vervetting bij dieren 2e helft lactatie.

Gezien de goede melkprijzen is en blijft een hoge productie nastreven in vele gevallen interessant. Bekijk dus in functie van de ruwvoerkwaliteit welke krachtvoerniveaus nagestreefd moeten worden. Zoals steeds zitten de minst rendabele kilo’s krachtvoer vaak einde lactatie. Energie kan beschikbaar komen uit zowel zetmeel, vezels als vetten.  Afgelopen jaren waren we bij voorbaat gebonden aan zetmeelrijke krachtvoeders, dit jaar is de keuze van de energiebron ruimer. Bekijk in functie van het rantsoen welke voeders interessant kunnen zijn: in vele gevallen zullen naast granen ook vezelhoudende voeders een mogelijkheid zijn. Zo zijn een aantal van dergelijke energierijke grondstoffen merkelijk scherper in marktprijs tov voederwaardeprijs (zie tussen haakjes) dan de granen: chicoreipulp (53) en bietenperspulp (53) (op voorwaarde dat je effectief volumes geleverd kan krijgen), maisglutenvoer (proficorn: 77) en zelfs palmpitschilfers (81) (houdt hierbij wel rekening met de mindere smakelijkheid) zijn economisch waardige alternatieven. Onderzoek dus zeker welke mogelijkheden er rantsoentechnisch zijn.

Vanuit economisch oogpunt is dit toe te juichen: hoe meer opties je hebt, hoe minder afhankelijk je bent van de prijsontwikkeling van die ene grondstof en hoe groter de mogelijkheid is om een goede zaak te doen in rantsoenkost zonder toe te geven op technische resultaten.

Gras: grote verschillen in kwaliteit

De resultaten van de graskuilanalyses van 2021 zijn zoals het weer is geweest: grillig. Alleen al in de eerste snedes was er een enorm onderscheid tussen erg jonge, snel verteerbare en suikerrijke eerste snedes van tweede helft april over natte eerst snedes met degelijke eiwitinhouden in de eerste helft van mei en oudere eerste snedes van de tweede helft van mei die vooral gekenmerkt werden door lage eiwitgehaltes.

Door de regelmatige regen viel het grasseizoen 2021 vooral op door hoge opbrengsten, de kuilvoorraden zijn op de meeste plaatsen dan ook flink aangevuld.

Daar waar kwaliteit en smakelijkheid voldoende zijn, bieden de graskuilen in de eerst plaats ruimte om op een gezonde manier veel ruwvoeder in de dieren te krijgen. Dit is op zich altijd een voordeel: hoe meer ruwvoer je in de koe krijgt, hoe minder aanvulling met krachtvoer nodig is om dezelfde productie na te streven.

Door de uitersten in kuilen valt een eerste optimalisatie vaak al te maken door kuilen te combineren, voor zover dit qua bewaring niet voor problemen zorgt: een vochtige eiwitrijke kuil combineren met een drogere zomersnede, een eiwitarme eerste snede combineren met een eiwitrijkere kuil van later in het jaar, … Bekijk dit zeker niet enkel kuil per kuil maar maak een planning voor de komende maanden. Als je voldoende voorraad hebt om tot ver in 2022 gras van het afgelopen jaar te kunnen voederen kan het zelfs lonen om te kijken welk type kuil je nog mist om een goede combinatie te maken en kan je hiermee rekening houden in het komende grasseizoen.

Voor de eiwitcorrectie die dan toch nog moet gebeuren zien we in de verhoudingen marktprijs tov voederwaardeprijs dat in de droge eiwitrijke grondstoffen de verhoudingen dicht bij elkaar liggen (sojaschroot: 118; koolzaadschroot: 122). De keuze is hier dus voornamelijk afhankelijk van wat het beste in het rantsoen past. De eerder bestendige eiwitgrondstoffen (DDGS en bestendige soja) zijn relatief gezien beterkoop (respectievelijk 75 en 103). Eiwitrijke mengvoeders zijn eveneens sterk geprijsd en daardoor ook mee te nemen in de overweging. De eiwitrijke bijproducten volgen deels wel de eiwitmarkt maar zijn ten opzichte van de droge voeders nog steeds scherp geprijsd. Noteer ook dat ander prodcuten (zoals myceliumdraf (51) en proti-wanze (68)) ook blijvend goedkoop zijn ten opzichte van de voederwaardeprijs. Maar hou rekening met de specifieke eigenschappen van het product.

Bekijk hier de veevoederwaardeprijzen