Fonteyne

“Vleesveehouders kunnen heel wat betekenen voor de natuur”

5 oktober 2022

Wie een vleesveebedrijf uitbaat achter een rijwoning in een dorpskern, weet wat het is om in een verstedelijkt Vlaanderen te boeren. Patrick en Nadine Fonteyne-Coene uit Lo-Reninge volgen hun vleesvee van dichtbij op, maar geven het ook de ruimte van het permanent grasland. “Met een conventionele uitbating werken we nu al vrij ecologisch. De waardering vanuit de overheid en de markt loopt echter achterop.”

Patrick (55) en Nadine (54) namen begin de jaren 90 het vleesbedrijf van Patricks ouders over. Nadat zo’n twintig jaar geleden er een woonwijk achter het erf verscheen, werd het helemaal duidelijk dat er voor verdere ontwikkeling elders geboerd moest worden. Deze tweede locatie kwam er in Bulskamp. De site in Lo-Reninge is nog altijd de locatie waar de ondertussen 180 kalvingen per jaar plaatsvinden. Daarmee blijft de opvolging van de vaarzen en koeien die moeten kalven en hun kalfjes dicht bij huis.

Meest gebruikte apps

Om het juiste moment van afkalven te bepalen maakt Patrick gebruik van de CowsOnWeb-geboortemelder, die via een verandering in lichaamstemperatuur het moment van afkalven kan voorspellen. “De sensoren en de app zou ik niet meer kunnen missen. Samen met de weerapp is CowsOnWeb de app die ik het meeste gebruik”, zegt Patrick. Het aantal kalvingen ‘s nachts is hierdoor gedaald tot een viertal kalvingen per jaar. Omdat een kalving uitzonderlijk toch nog vroeger kan afkalven dan dat de app aangeeft, staat hij ’s nachts nog wel dikwijls op voor een snelle controle.

Biest bij de koe

Alle kalveren kunnen bij de geboorte bij de moeder zuigen. Kalveren die niet genoeg drinken, of waarvan de moeder niet voldoende melk geeft, worden met de emmer verder opgekweekt. “Het percentage dat we met de emmer moeten melk geven is van enkele procenten gestegen tot nu ongeveer een kwart, wellicht omdat de aandacht ervoor in de fokkerij verslapt. Hoofdzaak is dat alle kalveren voldoende biest binnenkrijgen. We melken iedere koe twee of drie keer, en controleren ook elke keer de biestkwaliteit met een refractometer. Als we nog onvoldoende biest hebben, kunnen we biest gebruiken van een nabijgelegen melkveehouder. Ook van die melk wordt de biestkwaliteit gemeten”, legt Patrick uit.

Fonteyne
Conformatie is gegarandeerd

Alle dieren zijn Belgisch witblauw. In de stierselectie kiest Patrick voor stieren die groei, hoogte en lengte geven. “Conformatie bij witblauw is gegarandeerd. Te geconformeerd hoeft voor mij niet en geeft soms meer nadelen dan voordelen.” Ondanks of dankzij de jaren ervaring met stieren bouwt Patrick zo veel mogelijk veiligheid in de omgang met stieren in. “Een stier mag je nooit volledig vertrouwen. Zelfs als het een brave stier lijkt, moet je in de weide altijd met een half oog naar de stier kijken.”

Op de kosten letten

Vanaf de beginjaren in de jaren 90 is Patrick actief binnen het Boerenbondbestuur van de vakgroep Vleesvee West-Vlaanderen en maakt hij ook onderdeel uit van de bedrijfsleiderskring Vleesveehouders. In beide groepen komt de rentabiliteit van de vleesveehouderij geregeld aan bod. “Tot voor kort zijn de prijzen twintig jaar lang hetzelfde gebleven. De stijging van de opbrengstprijzen na corona ging ook gepaard met hoge stijgingen aan de kostenzijde, zodat netto het resultaat hetzelfde bleef. Je hoort nu dat er overal in de maatschappij beknibbeld wordt, maar in de vleesveehouderij gaat het al twintig jaar over waar we nog kunnen besparen. De rentabiliteit is altijd laag geweest. En je kan niet blijven besparen. Belgische witblauwe dieren moeten correct gevoederd worden, met bijvoorbeeld oog voor voldoende vitaminen en mineralen. Op de kosten letten is een tweede natuur voor vleesveehouders, maar tegelijkertijd weten we dat gierigheid de wijsheid kan bedriegen.”

Fonteyne
Dekstieren

Kalveren blijven tot een maand of drie bij de koeien, en wanneer ze samen met de koe de weide opgaan kan dit oplopen tot wel vijf maanden. Omdat er vrij veel afgelegen weides zijn en er veel ingezet wordt op grazen, maken Patrick en Nadine gebruik van dekstieren. De stieren weten de tussenkalftijd rond de 390 dagen te houden. “Een stier die zichzelf al bewezen heeft zetten we tot bij 30 koeien. Op alle weides is er een vangperk zodat we de koeien op regelmatige basis kunnen controleren op dracht.” Enkel bij de vaarzen, die binnenblijven om goed gevoederd te worden, wordt er KI gebruikt. De koeien kalven gemiddeld een eerste keer af op 23 maanden. “We lukken daarin omdat we het jongvee en de vaarzen goed voederen. Als ze goed ontwikkeld zijn, lukt vroeg starten met insemineren prima.”

Fonteyne
Signaleren en suggereren

In de vakgroep waren de zoogkoeienquota en de zoogkoeienpremie vaak onderwerp van vergaderingen. De herverdeling van de zoogkoeienpremies waren voor veel vleesveehouders een harde noot om kraken. “Vleesveehouders kunnen heel wat betekenen voor de natuur, denken we maar aan het in stand houden van permanent grasland. De waardering vanuit het beleid voor dit soort inspanningen kan beter. Als vleesveehoudervakgroep kunnen we deze zaken signaleren en suggereren, maar beslissingsmacht hebben we niet.”

Tijd maken

Niettemin is Patrick overtuigd van de rol die de vakgroepen kunnen spelen en de voordelen die ze bieden voor het eigen bedrijf. “Je leert de dossiers kennen van bij hun ontwikkeling, waardoor je ze soms ook beter begrijpt. Je kent ze van binnenuit, wat anders is dan als je ze alleen maar van tv kent.” Jonge vleesveehouders werken vaak op bovengemiddeld ontwikkelde bedrijven, met bijbehorende arbeidsdruk. Zich vrij maken voor de vakgroepwerking is niet evident, beseft Patrick. “Maar hopelijk kunnen ook zij tijd maken voor de bestuurswerking. De vleesveehouderij heeft hun stem hard nodig en het is hun toekomst die op het spel staat.”