Menu

Vleesveehouderijsector verbeteren op meerdere vlakken

Terug naar Actualiteit
Sector: 
Op de kick-offmeeting van het project BovINE in januari in Dublin was samen met Boerenbondconsulent Dirk Audenaert ook ILVO-onderzoeker Karen Goossens aanwezig. Ondertussen is Riet Desmet bij ILVO gestart om specifiek aan dit project te werken.

Patrick Dieleman

Hoe is dit project opgevat en wat willen jullie bereiken?

Karen: “BovINE is een project binnen het Europees Horizon 2020-thematisch netwerk. Dit is geen onderzoeksproject op zich, maar moet onderzoek sneller naar de praktijk brengen. De trekker, het Ierse onderzoeksinstituut Teagasc, wil een netwerk creëren met de landen die het grootste aandeel hebben in de Europese rundvleesproductie. Ze hebben daartoe in 8 andere landen telkens een onderzoeksinstantie en een sectororganisatie betrokken. Bij ons zijn dat dus ILVO en Boerenbond. Een dergelijk netwerk bestond nog niet voor de vleesveesector. Voor de melkveehouderij is er zo EuroDairy en voor de varkenssector EU PiG.

De aanleiding is de vaststelling dat de rundvleessector het niet gemakkelijk heeft. We werken rond vier thema’s: economische veerkracht, diergezondheid en dierenwelzijn, productie-efficiëntie en vleeskwaliteit en klimaat en milieu. Het project wil een betere samenwerking krijgen tussen onderzoek en praktijk. Dat houdt onder meer in dat onderzoeksresultaten uitgewisseld worden, maar ook innovaties vanuit de praktijk die nog niet overal bekend zijn.”

Er is een bottom upstrategie, hoe ga je zaken die leven in de praktijk naar boven halen?

Riet: “Daarvoor hebben we voor elk van de vier thema’s een technische werkgroep bestaande uit vertegenwoordigers van de sectororganisaties, wetenschappers en externe deskundigen. Daarnaast wordt in ieder land of regio een lokaal stakeholdersnetwerk uitgebouwd onder leiding van de lokale netwerkmanager. Bij ons neemt Dirk Audenaert van Boerenbond die taak op zich. Hij moet de noden die leven bij vleesveebedrijven, maar ook bij veevoederfirma’s, veeartsen en andere sectorspelers, naar boven halen en per thema terugkoppelen naar de verantwoordelijke van de technische werkgroep. Er komt een online platform, de BovINE Knowledge Hub, waarop iedereen die deelneemt aan het project de verzamelde informatie kan vinden: potentiële innovaties, maar ook de goede praktijken die in andere landen goed blijken te werken.

Karen: “Met ILVO nemen we de leiding over het werkpakket klimaat en milieu en over de technische werkgroep die dat mee moet opvolgen. Riet zal zorgen voor de ondersteuning. Ze begint met een literatuurstudie en zal ook samenwerken met de netwerkmanagers om de goede praktijken rond klimaat en milieu uit de verschillende regio’s te verzamelen. Dirk zal dus ook samenwerken met de trekkers van andere werkpakketten.”

Wat zijn de belangrijkste problemen waar jullie in dit project op willen focussen?

Karen: “We merkten tijdens de kick-offmeeting dat iedereen te maken heeft met dezelfde problematieken. De rentabiliteit staat niet alleen in Vlaanderen onder druk. De sector heeft het niet gemakkelijk, onder meer door de dalende consumptie en het negatieve imago. Daarbij spelen onder meer de gezondheidsaspecten – al dan niet terecht – dierenwelzijn en de klimaatimpact van herkauwers. De consument is daar gevoelig voor. Dat uit zich onder meer in bijkomende eisen op het vlak van dierenwelzijn. Wat bij ons ook speelt, is dat de sector minder snel innovaties opneemt. We ondervinden bijvoorbeeld dat het in de vleesveesector moeilijker is dan in de melkveesector om middelen te vinden voor innovatief onderzoek. De zuivelverwerkers stimuleren het meer. Wellicht is dat ook wat historisch gegroeid. Vleesvee werd en wordt veel hobbymatig gehouden, op kleinere bedrijven. Vaak is het een kleine tak op het bedrijf, waarin men wat minder investeert. Maar uiteraard is dat aan het evolueren. We merken dat de grotere bedrijven en zeker de jongere veehouders daar wel voor openstaan. Behalve de rentabiliteit die onder druk staat, kwamen ook diergezondheid en dierenwelzijn naar voren. In Vlaanderen hebben we specifiek de keizersnedeproblematiek, die minder speelt in andere landen. Die problematiek is voor het BovINE-project niet prioritair omdat het een lokaal probleem is, maar die kan toch wel meegenomen worden. Verder zijn er nog algemene zaken zoals pootproblemen en de onmiddellijke scheiding van moeder en kalf, waar de consument toch ook alternatieven voor vraagt. Een derde thema is productie-efficiëntie en vleeskwaliteit. Het vlees van Belgisch witblauw is kwalitatief en mager, maar jammer genoeg valt het alleen in Vlaanderen in de smaak. Dat maakt dat we alleen voor onze eigen markt produceren, waardoor we in een zeer specifieke situatie zitten. Voor het vierde thema, milieu en klimaat, zullen we bij ILVO wat meer aandacht hebben. Dit gaat over broeikasgasemissies die een mondiaal probleem zijn, maar ook over milieubelasting, zoals de PAS-problematiek. De mestproblematiek is meer regionaal, maar we ondervinden dat dit ook speelt in de rest van Europa.”

Het is ook de bedoeling om potentiële nieuwe technieken uit te testen op demobedrijven. Hoever staat dit?

Riet: “Dit zit echt nog in de beginfase. We gaan op zoek in de literatuur en zullen ook kijken of er al goede voorbeelden zijn in de praktijk. Verder zijn we het Europese netwerk en ook de regionale netwerken aan het uitbouwen en uitbreiden, om via die weg input te krijgen. De coronacrisis heeft wat roet in het eten gegooid, waardoor dit nog niet allemaal zo efficiënt kon verlopen als voorzien. Maar we merken dat iedereen zich flexibel opstelt, zodat het project toch vooruitgaat. Misschien brengt dit ook nieuwe kansen mee. De korte keten gaat vooruit. Wanneer de veehouder weer meer contact heeft met de consument, kan dit de visie van de consument op de veehouderij ten goede komen.”

Karen: “Op Europees niveau bestaat er al een netwerk van demobedrijven: de FarmDemo Hub. Wellicht levert die site al de eerste kandidaat-bedrijven voor de demo’s op. Er zitten daar wel al wat Vlaamse melkveebedrijven op, maar niet veel vleesveebedrijven. Het wordt zeker nog een uitdaging om de vleesveehouders mee te krijgen, maar er zijn in Vlaanderen mooie bedrijven die met innovatie bezig zijn en daar een rol kunnen spelen. We willen dit project ook linken aan de Europese partnerschappen voor innovatie of EIP’s. Die stimuleren innovatie en interactie tussen landbouwers. Landbouwers kunnen samen met onderzoekers, adviseurs en andere actoren een operationele groep oprichten rond een bepaalde thematiek. We hadden zo enkele jaren geleden al een operationele groep met vleesveehouders rond ammoniakemissie. Het Rundveeloket geeft ook heel wat input, doordat rundveehouders daar aankloppen met hun vragen. We hebben dus al contacten, maar we rekenen zeker ook op Dirk en zijn collega’s voor nieuwe input.”

In welke thema’s willen jullie zeker stappen vooruit zetten?

Riet: “Binnen het werkpakket klimaat gaan we werken rond het reduceren van de koolstofvoetafdruk. Een ander topic is watergebruik en waterkwaliteit. Per topic zijn er vier onderliggende thema’s. Elk jaar focussen we op één ervan. Bij carbon footprint focussen we eerst op het verlagen van de enterische emissies. Wellicht gaan hier veel voedergerelateerde zaken in zitten. Maar dat is een Europees probleem, waarbij we ook rekenen op onderzoek uit andere landen. Voor het topic water gaan we eerst kijken naar het reduceren van nutriëntenverlies in oppervlaktewater. Ook hiervoor moet heel veel expertise zitten in andere landen.”

Karen: “De thema’s zijn gekozen op basis van een enquête bij de verschillende partners. We zijn wel blij met de keuzes. Enterische emissies is bijvoorbeeld heel actueel, gezien het convenant van de sector met de Vlaamse overheid. We willen ook meedenken hoe we die doelstellingen kunnen realiseren voor de rundveesector.”

Wat zal behalve dit artikel het eerst zijn dat de boeren over Bovine gaan merken, de komende maanden?

Riet: “We willen samen met Boerenbond bekijken hoe we het project het best onder de aandacht kunnen brengen bij de veehouders en andere stakeholders. Daarna willen we met hen samenzitten om de echte noden boven te krijgen. We zoeken ideeën rond de verschillende thema’s. Dit is iets waarin Dirk zijn rol als netwerkmanager zal spelen. Uiteraard hopen we dat de coronamaatregelen ons mettertijd toelaten om ook fysiek samen te komen, zodat we het niet allemaal online moeten doen.”

Karen: “We gaan eind dit jaar een eerste groot Vlaams netwerkevent organiseren, waarin we interactie willen krijgen en samen brainstormen, in de hoop dat daar positieve dingen uitkomen voor de sector.”

Wil jij meewerken?

Dirk Audenaert, landbouwconsulent Boerenbond: "België is binnen Europa een belangrijk vleesveeland met een hoge zelfvoorzieningsgraad. Het witblauw ras heeft gezorgd voor deze sterke ontwikkeling, maar andere vleesveerassen kenden de laatste jaren een lichte opmars. Vanuit Boerenbond vind ik dat we de kansen die dit project biedt niet mogen laten liggen. Binnen Vlaanderen is onderzoek voor de vleesveesector zeer beperkt. De uitdagingen voor de toekomst van de sector zijn echter aanzienlijk. Wat zijn onze troeven op het vlak van onze ecologische voetafdruk? Wat zijn onze beperkingen inzake export? Hoe proberen andere landen het economisch rendement te verbeteren? Wat met onze vleeskwaliteit en ons dierenwelzijn? Het zijn allemaal thema’s die ons sterk interesseren. We krijgen een unieke kans om onze positie duidelijk te stellen en een brug te vormen tussen wetenschap en praktijk. Ik hoop alvast op een positieve reactie van onze vleesveehouders, adviseurs, en andere stakeholders."

Ben je geïnteresseerd in het Vlaams BovINE-netwerk? Meld je dan aan via dirk.audenaert@boerenbond.be
Dit project loopt met de financiële steun van de EU in het kader van het H2020 programma.

Deel deze pagina: 

Meer informatie

Sector: