Bijenhotels kregen terecht een plaatsje in het vernieuwde aanbod niet-productieve investeringen (VLIF). Een bijenhotel in elkaar knutselen op een vrije namiddag lijkt misschien simpel, maar besef dat potentiële bewoners kieskeurig zijn: de juiste materialen en een correcte afwerking zijn cruciaal wanneer je wil genieten van hun zoemende bedrijvigheid. We stellen je het bijenhotel voor dat deel uitmaakt van het Boerennatuurpakket en voorzien je van handige weetjes en nuttige tips!

Wist je dat ons land maar liefst 350 tot 400 bijensoorten telt, waarvan de sociale honingbij de enige is die de imkerkasten bevolkt? Alle andere soorten zijn wilde bijen, die solitair of in veel kleinere kolonies leven dan honingbijen. In tegenstelling tot wespen steken bijen eenmalig en sterven ze nadien. Honingbijen steken vanuit een sociale reflex om hun nest te verdedigen. Dit is zelden het geval bij wilde bijen die geen volk te beschermen hebben en dikwijls over een angel beschikken waarmee ze niet door onze huid komen. Tot slot hebben wilde bijen een andere levenscyclus, waardoor ze amper last hebben van de varroamijt, een geduchte vijand voor honingbijen. Alle barrières om een bijenhotel te installeren zijn dus richting prullenbak verwezen, want net die ‘aaibare’ wilde bijen zijn de potentiële bewoners van de bijenhotels die het onderwerp zijn van dit artikel. Als landbouwer kan je zo’n hotel via niet-productieve investeringen aanvragen. Het maximumbedrag van 1270 euro geldt voor een bijenwand van 1 m² en wordt verrekend bij kleinere oppervlaktes.

Maatwerk

Grote en kleine kamers, ingericht met verschillende materialen; wilde bijen gaan voor variatie. Het bijenhotel uit ons pakket bestaat uit een stevig kader uit lariks en douglas. Een overstekend dakje en een gesloten achterzijde houden weersinvloeden buiten. Het kader wordt gevuld met een mengsel van droog loofhout, rietstengels en bamboe. Riet en bamboe zijn van nature hol. Het hardere loofhout leent zich tot het uitboren van gladde gangen. Naaldhout of nat hout dat kan scheuren is niet geschikt, omdat bijen zich verwonden aan uitstekende splinters. Boordiameters tussen 2 en 12 mm kunnen, maar de meeste gangen zijn 3 tot 8 mm. In deze gangen ontwikkelen larven, de grotere diameters gebruiken bijen als slaapgang. Tot slot voorziet onze leverancier een raster, om te voorkomen dat vogels de gasten van je bijenhotel nuttigen als vijfgangenmenu. Eens je bijenhotel geleverd is, hoef je het enkel nog stevig te verankeren op een zonnige plek in de buurt van nectar- en stuifmeelbronnen zoals bloeiende planten en (fruit)bomen.

Room- of self service?

Wanneer het hotel staat, zit jouw taak er grotendeels op. Eitjes worden gelegd, gangen met larven worden afgesloten en terug schoongemaakt als de nieuwe generatie bijen uitvliegt. Na een aantal jaren, als het grootste deel van de gangen (her)gebruikt werd, gaan de meeste bijensoorten op zoek naar een nieuw onderkomen. Leg je bijenhotel dan in het najaar op een schaduwrijke plek: zo kunnen overwinterende bijen nog uitvliegen in het voorjaar maar komen er geen nieuwe bijen meer langs. Daarna kan je een nieuw hotel overwegen of het vulmateriaal vervangen. Een bijenhotel via VLIF-steun moet je vijf jaar in stand houden, wat zeker mogelijk is met het hotel uit ons pakket.

Over bloemetjes en bijtjes

Wilde bijen zoeken hun voedsel binnen een straal van 100 meter tot enkele kilometers. De meeste bijen zijn heel seizoensgebonden en enkel actief wanneer hun waardplanten in bloei staan. Hoe meer diversiteit in bloeiende planten en bloeitijdstippen te vinden is, hoe meer bijensoorten hiervan profiteren en hoe langer die efficiënte bestuivers je hotel laten gonzen van activiteit. Lijsten met nectarplanten en bloemenmengsels bestaan in overvloed. Maar vraag ons gerust advies, aangezien niet elk mengsel overal hetzelfde effect heeft.

Ook bloesems van hagen, heggen en bomen verdienen aandacht. Zo beheren landbouwers van oudsher een van dé nectarbronnen van het voorjaar: de wilg. Vanaf maart bieden de wilgenkatjes in primeur nectar en stuifmeel voor alle vroeg vliegende insecten. Ook andere houtige soorten als aalbes, esdoorn, lijsterbes, linde, meidoorn, sleedoorn, sporkehout en vogelkers worden ten zeerste gesmaakt en ook het aanplanten daarvan kan je recupereren via niet-productieve investeringen.

Landbouwer helpt bij (en omgekeerd)

Landbouwers hebben baat bij een efficiënte bestuiving van talrijke gewassen en wilde bijen zijn hierin veelal efficiënter dan honingbijen. Ze verspreiden kwistiger stuifmeel, dat los in hun haren zit, terwijl honingbijen er balletjes van maken die ze steviger bijhouden.

Veel imkers werken nu al samen met landbouwers. Als er genoeg voedsel voorhanden is, betekent een extra bijenhotel niet noodzakelijk concurrentie voor een volk honingbijen. Maar overleg zeker met je imker wat zijn inschatting is.

Je houdt veel bloemen in je velden door niet te vroeg, te grootschalig of te vaak te maaien. Ook houtkanten zet je beter gefaseerd terug om steeds hun functie als nestplaats of voedselbron te behouden. Gewasbeschermingsmiddelen toepassen doe je bij voorkeur ’s ochtends vroeg of ’s avonds laat, wanneer bijen niet meer foerageren. Dat geeft zeker voor herbiciden ook technisch de beste resultaten. Naast houtkanten en bloemenstroken aanleggen kan je zo vroeg mogelijk een bloeiende groenbedekker inzaaien of tussen twee teelten een bijenvriendelijke grondbedekker voorzien. Dat is een win-win voor landbouw en biodiversiteit en bovendien een lust voor het oog!

Maaike De Ridder, projectcoördinator Boerennatuur Vlaanderen

Als landbouwer kan je een bijenhotel financieren via niet-productieve investeringen.

Slim aan zet met het Boerennatuurpakket

Het bijenhotel in ons Boerennatuurpakket wordt met zorg vervaardigd in lokale sociale ateliers en aan huis geleverd door Werkers. Daarnaast bevat het pakket een nestkast voor de steenuil en eentje voor de boerenzwaluw. Wie een maaier heeft, kan ook een akoestische wildredder bestellen. Meer informatie en een bestelformulier vind je op www.boerennatuur.be/boerennatuurpakket. Vragen rond het pakket of advies rond niet-productieve maatregelen kan je stellen via npi@boerennatuur.be of op 016 28 60 41.