Menu

Verduidelijking bij het Ventilusproject

Terug naar Actualiteit
Sector: 
Regio: 
De infomarkten rond het Ventilusproject in West-Vlaanderen lopen ten einde. We kregen de voorbije periode heel wat vragen over twee thema's...

Hans Mommerency, provinciaal secretaris Boerenbond

De infomarkten rond het Ventilusproject in West-Vlaanderen lopen ten einde. Wij hopen dat zo veel mogelijk land- en tuinbouwers een van deze infomarkten konden bezoeken en over correcte info beschikken. Toch kregen we de voorbije periode heel wat vragen en opmerkingen over twee thema’s: het protocol en de planbegeleidingsgroep.

Het protocol

Er was heel wat onduidelijkheid over een protocol tussen Elia en Boerenbond. Zo werd soms geïnsinueerd dat Boerenbond het op een akkoordje gegooid zou hebben om schamele compensaties uit te keren aan gedupeerden van de hoogspanningslijn. We willen duidelijkheid scheppen dat deze bewering geen enkele grond van waarheid bevat. De verwarring ontstaat doordat Boerenbond in het verleden met verschillende nutsbedrijven (Aquafin, Fluxys, Elia  ...) protocolovereenkomsten sloot. Dit zijn algemene overeenkomsten die losstaan van concrete projecten (bijvoorbeeld het Ventilusproject) en waarin er afspraken zijn opgenomen rond onder meer de wijze waarop nutsinfrastructuur wordt aangelegd, maatregelen om schade te beperken, wijze van vaststelling en regeling van schadevergoeding. Wie meer info wil wat precies beschreven staat in deze protocolovereenkomsten, vind meer info in dit onderwerp.

De planbegeleidingsgroep

In het kader van het Ventilusproject werd een planbegeleidingsgroep opgericht met betrokkenheid van verschillende middenveldorganisaties. Deze planbegeleidingsgroep fungeerde als een klankbord en werd voorgezeten door de gouverneur. Deze groep bood ons de kans om heel vroeg een aantal landbouwbezorgdheden van algemene orde naar voren te brengen in het dossier. De groep was uitdrukkelijk geen adviesorgaan, laat staan een beslissingsorgaan. Het was een klankbordgroep waar algemene bezorgheden konden worden aangebracht.

Na enkele toelichtingsvergaderingen werden de verschillende aanlandingslocaties voorgesteld. Hieruit bleek dat sommige aanlandingsplaatsen beter scoorden dan anderen, zeker op het vlak van de ruimtelijke inname, meer bepaald de omzettingsstations (inclusief compensatiemaatregelen). Ook de mogelijke tracés en hun alternatieven werden besproken. Elia gaf aan dat het basisalternatief ‘Oostende’ hun voorkeur genoot, met een ondergrondse leiding richting Brugge om nadien de E403 richting Izegem te volgen.

Vanuit de landbouworganisaties werden volgende aandachtpunten aangebracht:

  • Extra aandacht voor de impact met betrekking tot onze glastuinbouw;
  • Stralingsimpact;
  • De impact van de landschappelijke inpassing naar het landbouwgebruik toe;
  • Er werd gewezen op de vele landbouwbedrijfszetels aan beide zijden van de N9 en de E403;
  • Er werd verwezen naar de mogelijke compensatiemaatregelen indien men door een habitat-gebied gaat;
  • Er werd gewezen op de onduidelijkheid van de impact op de bodem, de grondwaterhuishouding en het kruisen van historisch permanente graslanden.
Deel deze pagina: