Menu

Variabele kosten van aardappelen stijgen pijlsnel

Terug naar Actualiteit
Sector: 
We zitten midden in het eerste bewaarseizoen van aardappelen zonder de kiemremmer CIPC. De verschillen tussen loodsen zijn zeer groot, maar op heel wat plaatsen zijn er wel problemen om de bewaring tot een goed einde te brengen. In een aantal gevallen dringt zich een investering op: een nieuwe loods, koeling in de loods … Maar hoe zal je die investering afbetalen? Zal de bank je een lening toestaan? Hiervoor moet je in de eerste plaats kijken naar het saldo van de teelt.

Karolien Cools, landbouwconsulent Boerenbond

Het saldo is het verschil tussen de opbrengst en de variabele kosten. Dit zijn dus de twee factoren die we in beeld moeten krijgen.

Variabele kosten

De variabele kosten vertonen een continue stijging, maar vooral de laatste vijf jaar zien we die stijging sterker toenemen dan voorheen. Pootgoed en gewasbescherming zijn de twee belangrijkste variabele kosten en net deze twee stijgen ook het snelst (figuur 1). Bij pootgoed is dit een gevolg van de verschuiving naar meer monopolierassen, maar ook van stijgende pootgoedprijzen. Bij gewasbescherming zijn er natuurlijk de jaarverschillen, omdat de ziektedruk sterk kan verschillen. Maar ook het verdwijnen van steeds meer producten zorgt voor een enorme stijging. Er verdwenen al een aantal herbiciden en fungiciden, maar vooral het wegvallen van diquat als loofdoder en CIPC als kiemremmer zorgt voor een spectaculaire stijging van de fytokosten voor het teeltjaar 2020. Dit teeltjaar wordt het laatste waarin we mancozeb kunnen gebruiken, ook dat zal vanaf 2022 leiden tot een verdere stijging van de fytokosten. Omdat het bewaarseizoen nog loopt, zijn voor 2020 nog niet alle gegevens bekend. Daarom maakten we een inschatting van de verwachte kost. In figuur 1 zie je ook dat loonwerk, onderhoud (inclusief brandstof en energie) en andere variabele kosten continu stijgen, maar iets minder snel dan de kosten van pootgoed en gewasbescherming. De enige kost die een dalende trend vertoont is die van de meststoffen. Die daling is het gevolg van het optimaal gebruik van dierlijke mest, de evolutie van de kunstmestprijzen (die wel variëren over de jaren) en de strengere bemestingsnormen, die steeds minder gebruik van meststoffen toelaten.

Beter of slechter dan anderen?

De trends in de sector zijn één ding, maar voor jou als bedrijfsleider is het natuurlijk enorm belangrijk om je eigen kostprijs te kennen. Een goede boekhouding is hiervoor essentieel. In onze bedrijfseconomische boekhouding focus kan je met enkele klikken een overzicht krijgen van waar je eigen bedrijf zich situeert in vergelijking met andere bedrijven. De tabel illustreert dit voor enkele variabele kosten. Er zijn duidelijk grote verschillen tussen bedrijven, en dit zelfs voor eenzelfde aardappelras, hier Fontane. Het verschil in pootgoedkost is onder meer te verklaren door het type levering (bulk, bigbags …), het moment van aankoop, de totale hoeveelheid die aangekocht wordt en de potermaat. Het al dan niet gebruiken van dierlijke mest speelt de grootste rol in de hoeveelheid kunstmest die nog moet aangekocht worden, maar ook het aankoopmoment van bijvoorbeeld vloeibare stikstof kan voor grote prijsverschillen zorgen. Voor de gewasbeschermingskost zien we dat de verschillen tussen de bedrijven minder groot zijn, maar wel nog altijd duidelijk.

Opbrengsten

De opbrengst is de tweede factor die bepalend is voor het saldo. Hiervoor moet je de effectieve opbrengst in ton/ha kennen en ook de verkoopprijs. Het is niet eenvoudig om deze vooraf te bepalen, maar een goede inschatting maken is toch essentieel. Vandaag wordt een zeer groot deel van de aardappelen op contract verkocht, waardoor de factor prijs al voor een groot deel bekend is bij aanvang van het teeltseizoen. De opbrengst kan sterk variëren van jaar tot jaar. En hoewel er een evolutie is naar rassen met een hoger opbrengstpotentieel, zien we toch dat de opbrengsten de laatste jaren minder hoog waren. Dit is uiteraard het rechtstreekse gevolg van de weersomstandigheden. De toegenomen kosten en de lagere opbrengst zorgen ervoor dat de kostprijs per ton nog feller stijgt dan je zou verwachten op basis van de kostprijs per ha. Uit figuur 2 blijkt duidelijk dat de kostprijs per ton zeer sterk stijgt en dat de contractprijzen deze kostprijsstijging niet volledig volgen. Dit toont zeer goed aan dat je niet alleen de globale kostprijs van je product moet kennen, maar ook de kostprijs per verkoopeenheid om een goede vergelijking te kunnen maken. Ook daar heeft focus aandacht voor. Je kan gemakkelijk je kostprijs per verkoopeenheid berekenen, evenals de kostendekkende opbrengst. Dit is de minimale opbrengst die je per ha nodig hebt om alle kosten te dekken.

Conclusie

Een goede bedrijfseconomische boekhouding is op een modern land- of tuinbouwbedrijf onmisbaar om een goed overzicht te hebben over de financiële aspecten van de teelt. Zo kan je de kostprijs vergelijken met de aangeboden (contract)prijs. En wil je verder investeren in de aardappelteelt in de komende jaren, dan ken je ook het saldo – wat essentieel is bij een investeringsberekening.

Meer informatie

Sector: